De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De massamens

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De massamens

8 minuten leestijd

Hij werd in de vorige eeuw nog wel eens aangehaald in De Waarheidsvriend, door – toen nog ir. − J. van der Graaf: de Spaanse denker Ortega y Gasset. Diens belangrijkste boek De opstand der horden verscheen onlangs in een nieuwe vertaling van de hand van Diederik Boomsma. Waar gaat het Gasset om?

DE VOLKSKRANT
In de Volkskrant beschrijft prof. Hans Achterhuis het profiel van de massamens. Ortega y Gasset ziet in de moderne tijd een enorme verhoging van het levenspeil, die in de negentiende eeuw begint. Dat brengt ongekende mogelijkheden met zich mee.

De modale moderne mens leeft op een consumptieniveau dat vroeger alleen voor aristocraten haalbaar was. Al het goede en het kwade van de moderne wereld vinden volgens de Spaanse filosoof hun oorsprong en oorzaak in deze algehele verhoging van het levenspeil. Het goede ziet hij in een fenomenale groei van levenskracht en levensmogelijkheden. Ortega keert zich daarom fel tegen denkers die de ondergang van het Avondland en de algemene decadentie van Europa verkondigden.
Het kwade bestaat er volgens hem uit dat de massamens niet beseft waaraan hij zijn enorm gegroeide welvaart te danken heeft. Een dankbare terugblik op de geschiedenis die dit heeft mogelijk gemaakt, ontbreekt bij hem. De waarden en idealen uit de negentiende en de voorafgaande eeuwen zijn grotendeels voor hem verloren gegaan. De massamens ervaart zijn toestand als natuurlijk en vanzelfsprekend, als een gegeven waar hij recht op heeft in plaats van hem te zien als een situatie die ook plichten en verantwoordelijkheid met zich meebrengt. Hij ontbeert daardoor bescheidenheid, gedraagt zich als een verwend kind en erkent geen autoriteit die hem kan helpen zijn leven richting te geven.


TROUW
Het komt er op neer dat de vooruitgang een nieuw menstype hebben voortgebracht, de zogenaamde massamens. Een mens die geleerd heeft zich op geen enkele andere autoriteit te beroepen dan op zichzelf, schrijft Gasset. Dat is voor een boek dat in 1930 (!) is verschenen een welhaast profetisch gezichtspunt. In Trouw interviewde Marco Visscher vertaler en CDA-politicus Diederik Boomsma (36) over de massamens.

Omschrijf de massamens eens wat meer.
‘Hij vindt zichzelf goed genoeg en heeft geen zelfkritiek. Heeft een gesloten geest. Neemt geen verantwoordelijkheid. Is naar binnen gekeerd, niet vanuit introspectie, maar vanwege zijn narcisme.’


Hoe herkennen we een massamens op straat?
‘De massamens is overal! De massamens zit in onszelf, want we kunnen ons niet onttrekken aan de wereld waarin we leven. Daarom ben ik in de titel afgeweken van de eerdere vertaling van dit boek, ‘De opstand der horden’. Dat roept het beeld op van bijlzwaaiende barbaren. Onterecht, want de massamens zit in ons allemaal.’


Hoe is die massamens ontstaan?
‘Hij is het product van de Franse Revolutie en de industrialisatie. Er is een nieuwe wereld ingeluid, die wordt gekenmerkt door vrijheid, gelijkheid, welvaart, rechten, machines, technologie... Dat alles voedt de massamens. Want in de moderne wereld wordt de mens niet meer van nature geleerd bescheidenheid te ontwikkelen en grenzen te accepteren.’


Vergeet u zich niet te verheugen over de toegenomen welvaart en gezondheid?
‘Dat zijn zeker goede ontwikkelingen geweest. In de oude wereld was het leven vol beperkingen: schaarste, honger, ziekte, gevaar. Je moest je verhouden tot autoriteiten, maatschappelijke en geestelijke. Die situatie had haar eigen problemen en uitdagingen. Ortega wordt te snel weggezet als cultuurpessimist. Hij had altijd oog voor het goede, maar ook voor mogelijke schadelijke neveneffecten.’


De cultuurpessimist in Ortega zou toch aangenaam verrast zijn geweest over de grote morele verontwaardiging die we nu tonen bij racisme, natuurrampen of bootvluchtelingen.
‘Dat is nog maar de vraag. Heel veel mensen roepen schande om te laten zien dat anderen slecht zijn en zijzelf goed. Op social media zie je dat heel duidelijk. Dat kan een uiting van moreel narcisme zijn. De nadruk op emotie kan ook een teken zijn dat argumenten vandaag niet meer tellen. We leggen sterk de nadruk op de vrijheid van meningsuiting. Dat zie ik zeker als een belangrijk recht, maar er is weinig aandacht voor meningsvorming. Ik maak me er zelf vast ook aan schuldig, maar het lijkt erop dat we het belangrijker vinden om onze mening te verkondigen dan om die eerst goed te overwegen en te laten bekritiseren.’


NEDERLANDS DAGBLAD
Hoe kunnen we deze mens van vandaag bereiken met het Evangelie? Op de conferentie van het Contactorgaan Gereformeerde Gezindte ging dr. W. Dekker (IZB) in op het EO-programma ‘Adieu God’, waarin kerkverlaters aan het woord kwamen. Mondige 21e eeuwse mensen die afstand namen van het christelijk geloof. Ik citeer uit zijn bijdrage in het ND.

Mensen zijn veranderd en daardoor is de toegang tot het christelijke spreken over God behoorlijk versperd, dat is zeker waar. Het belangrijkste is wat men ‘transcendentieverlies ‘ noemt. Er is geen andere wereld dan deze wereld. (…)
Als dit het dominante denken van onze cultuur is, kunnen ook mensen die nu nog trouw in de kerk zitten, daarmee geïnfecteerd zijn. Het is als een virus dat slaapt. Bij sommige mensen blijft het slapen, bij anderen wordt het onverwacht actief. Na jarenlange kerkgang laat men ineens alles los: het zegt me niets meer. Hoe geslotener het kerkgenootschap, hoe langer het virus verborgen kan blijven. Hoe opener het kerkgenootschap, des temeer kans dat het toeslaat. Tenzij – en dat geldt in beide gevallen – men daadwerkelijk door Jezus Christus zelf gegrepen is. Maar mensen blijven wel op zoek naar zin. In de volstrekte zinloosheid valt niet te leven.
Soms zoeken mensen de zin in het omzien naar elkaar, het doen van gerechtigheid. Maar dan rijzen toch vragen over goed en kwaad. Filosofische vragen leiden vroeg of laat ook weer naar een vraag over God. En bij mensen die minder diepe denkers zijn, komt toch vaak de verwondering aan de oppervlakte. Vooral wanneer hun de grote liefde overkomt of wanneer hun eerste kindje geboren wordt.
Persoonlijk geloof ik dat ieder mens een ingeschapen verlangen heeft naar vervulling van zijn bestaan, uiteindelijk naar vervulling door God. Omdat ieder mens schepsel van God is, mogen we hopen en bidden, dat het verlangen niet zal sterven. Sterker nog: we moeten erbij zijn om dit verlangen aan te wakkeren en er het licht van het evangelie over te laten schijnen. (…)


Ds. Dekker trekt de lijn vervolgens door naar de preek. Er is behoefte aan predikers die allereerst getuige zijn.

Een goede prediker is met huid en haar bij de zaak waar hij het over heeft, betrokken. Hij heeft iets gezien. Hij hoeft niet van zichzelf te getuigen en van zijn geestelijke ervaringen, juist niet. Hij heeft de Here ontmoet, hij weet van de verlorenheid buiten Christus en van het nieuwe leven, dat in Hem geschonken is.
Schapen worden geleid naar de bron. Ze drinken van het levende water. Op z’n minst snuiven ze er iets van op, ook als ze niet drinken. Ze zullen nooit zeggen: het was een woordenbrij, het ging over iets van vroeger of ik wist het allemaal al. Hooguit zullen ze zeggen: ik kan niet geloven dat het waar is. Of: het vraagt van mij te veel. Maar dat zijn heel ander soort afwijzingen.
Behalve getuige is de prediker ook aangevochten medegelovige. Hij getuigt niet in het luchtledige. Hij is met zijn hoorders geplaatst in een wereld waar alles opkomt tegen de waarheid van dit Woord.
Dat is niet zozeer theoretisch zo, waar de prediker dan apologetisch iets tegenover kan stellen. maar dat is vooral in het geleefde leven zo. Het nieuwe leven wordt verkondigd, maar ik ervaar het oude. De nieuwe hemel en aarde worden beloofd, maar elke dag horen we van ISIS en bootvluchtelingen. Wie in Christus is, is een nieuwe schepping, maar het ziekbed is soms zo ontluisterend, dat er niets van de nieuwe schepping zichtbaar is.
In elk bijbelgedeelte is deze spanning op een eigen wijze voelbaar. Bijbelteksten zijn vaak geschreven met een pen gedoopt in het bloed van de aanvechting. Daarom is het zo erg wanneer mensen klagen over bloedeloze preekjes, waarin alles zo vanzelfsprekend is of gladjes verloopt of waarin het reële leven van elke dag ontbreekt.


Dat wij zélf de massamens zijn, doorbreekt de tegenstelling van ‘wij’ tegenover ‘zij’, die we in de kerk nog weleens – al of niet bewust – hanteren. De massamens zit ook op zondag in kerk en staat zelfs op de preekstoel. Voor die mens is het Evangelie bedoeld: vormend en zingevend, maar ook confronterend en ontmaskerend. Intussen is er in ons samenleven veel goeds waar wij God voor mogen danken.


Ds. G. van Meijeren is hoofd mobiliteitsbureau Predikanten & Kerkelijk Werkers van de Protestantse Kerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 juni 2015

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

De massamens

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 juni 2015

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's