In Gods Naam op pad
En God zei tegen Mozes: IK BEN DIE IK BEN (…) heeft mij naar u gezonden. Exodus 3:14
God roept mensen langs velerlei wegen. Van voor de klas naar de kansel bijvoorbeeld. Mensen van wie je dat nooit had gedacht, staan op de preekstoel. Soms denk je: Zit die ook al in de ouderlingenbank?
Ook in de Bijbel vinden we voorbeelden: Manasse, Mattheüs, Paulus. Zij beleefden indrukwekkende bekeringen. Maar met welk verhaal moet je als ambtsdrager komen?
Als ik in één van mijn vroegere gemeenten kom en oud-catechisanten in de consistorie ontmoet, verrast het me en maakt het me dankbaar. Soms zou ik het willen vragen: ‘Hoe kwam jij zover?’ Maar moet dat, je roeping verklaren? Hoelang werkt zo’n formule? En waarmee moest Mozes op pad?
BED, BAD EN BROOD
Het leven voor Mozes in de woestijn was saai. Eerst woonde hij in een prachtig, koel paleis, maar nu al weer jaren in een hete zandwoestijn met roestbruine rotsen. Elke dag speelt hij herdertje voor de schapen van zijn schoonvader. Dat betekent eindeloos zoeken naar water en een beetje groenvoer. Daar kun je toch geen vrede mee hebben?
Zeker niet als je naam een andere roeping doet vermoeden. Dáárvoor had God hem toch niet ‘uit het water getrokken’ (Ex.2:10)? Goed, hij had een bijzondere vrouw en twee lieve jongens. Maar als politiek vluchteling kon hij bij bed, bad en brood alleen niet leven. Zijn verdrukte volk was in Egypte en zijn trieste leven lag in een woestijn.
Kunnen wij wel leven in deze wereld vol ellende? We horen van bootvluchtelingen, politieke en economische vluchtelingen, vervolgde christenen ver weg en anonieme christenen dichtbij. Er zijn zoveel mensen die genoeg hebben aan vermaak, vertier en verstrooiing. Trouwens, wijzelf, hoe vaak leefden wij bij bed, bad en brood alleen?
Zijn we meer bezorgd over het weer in ons vakantieoord dan over het zuchtend bestaan van anderen en van onze kerk? Verlangen we er nog naar dat er een einde komt aan allerlei ellende? Willen we wel dat IS ontwapend wordt en er in de woestijn van dit leven weer bloemen van geloof, hoop en liefde en groeien? Die zijn zo mooi, maar hebben wel veel verzorging nodig.
ROEPING
Op een dag is het zover. Bij een brandend braambos, midden in een woestijn, klinkt de boodschap: ‘Je kunt gaan, Gods werk wacht, treed maar aan.’ Wat is dat indrukwekkend. Er staat een brandende struik, die niet verteert. Er is een volk, in Egypte gelouterd, maar niet verast. Maar Mozes moet niet met dit wonder op pad, ook niet met het verhaal over zijn eigen leven. Er is een roeping, waarvan de waakvlam bleef branden. Even blader ik verder in mijn Bijbel. Ik zie hem rondlopen in het paleis. Hier kent hij nog alle gangen en zalen en ook de weg rechtstreeks naar de troonzaal. Alleen, wát zal hij zeggen, hóé zal hij het zeggen? Als ze vragen: ‘Wie heeft je gestuurd?’, wat dan? Met welk verhaal moet hij dan komen? We moeten niet vertellen wie we zelf zijn, maar vooral wie God is. ‘Vraagt gij Zijn Naam, zo weet, dat Hij de Christus heet…’ Luther wist waar je mee moest komen. Het gaat niet om ons verhaal, maar om Zijn verhaal. Jehova betekent: Ik ben, die Ik ben. God stuurt ons met Zijn Naam op pad. Die Naam begint met ‘Ik ben’. Zó leren we Hem nader kennen, in Zijn Woord. Ik ben de Goede Herder. Ik ben het Brood des levens. Ik ben het Levende water. Ik ben de Deur voor de schapen.
APK-KEURING
Wat hebben ook wij veel uit te leggen en toe te passen. Veel verkeersborden hebben pakkende slogans. Matig uw snelheid… daar kun je mee thuis komen. Zonder alcohol… daar kun je mee thuis komen. Weten wij waar we mee kunnen thuis komen nu en eeuwig?
Veel kerkenwerk is nu in zomerslaap. Vakantietijd is ook goed voor een apk-keuring van onze roeping. Dat geldt onze roeping in de kerk en in de wereld, in een paleis én in een woestijn.
Hoe wonderlijk mooi is Uw eeuwige Naam
Verborgen aanwezig deelt U mijn bestaan.
Waar ik ben, bent U, wat een kostbaar geheim.
Uw Naam is ‘Ik ben’ en ‘Ik zal er zijn’.
Een boog in de wolken als teken van trouw,
staat boven mijn leven, zegt: Ik ben bij jou!
In tijden van vreugde, maar ook van verdriet,
ben ik bij U veilig, U die mij steeds ziet.
De toekomst is zeker, ja eindeloos goed.
Als ik eens moet sterven, als ik U ontmoet,
dan droogt U mijn tranen, U noemt zelfs mijn naam.
U blijft bij mij, Jezus, U laat mij niet gaan.
Ds. P. Vermaat uit Veenendaal is emeritus predikant.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 juni 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 juni 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's