Globaal bekeken
Uit het RD-archief las ik nog eens een artikel van prof.dr. W. van ’t Spijker onder de titel ‘Ons bier is de koningin van alles wat bier heet’ (20 november 2003). Een fragment:
Käthe (zijn vrouw) moet ook wel een grote invloed op hem gehad hebben. Dat blijkt soms uit de aanhef van Luthers brieven aan haar adres. ‘Aan mijn vriendelijke lieve Käthe Lutherin, brouweres en richteres aan de Varkensmarkt’. Of: ‘Lieve heer Käthe’. Zij droeg de verantwoordelijkheid voor alles wat er in het huis van Luther te doen was. Ze kocht en verkocht, verbouwde haar groente, verzorgde de slacht en brouwde het bier. (...)
Toen hij met haar trouwde in 1525 zorgde hij voor zijn bruiloft dat er kwaliteitsbier op tafel kwam. Een vat bier uit Torgau, ongeveer 50 kilometer van Wittenberg, werd besteld. Het moest goed zijn want zijn vader en moeder zouden komen en een aantal vrienden, en die moesten de kwaliteit proeven. Geen wonder dat in een aantal brieven later aan zijn vrouw het bier uit Torgau geroemd werd. Er zijn weinig brieven aan haar waarin Luther niet de kwaliteit van het bier beschreef: Torgau stond bovenaan. Luther kon er zes of zeven uur op slapen en later nog wel een uurtje. Käthe moest niet denken dat hij te veel kreeg, want hij was net zo nuchter als in Wittenberg. Later ging de kwaliteit achteruit, het werd net zo verschaald als het bier in Leipzig, waar men het profetenbier noemde dat ze in Frankfurt aan de Joden verkochten: schraal, het leek nergens meer naar. Wat had Luther met het bier? Zat het ethisch wel helemaal goed bij Luther? Hij had een enkele keer misschien een “boze dronk”. Maar dat lag niet aan hem, schreef hij eens, maar slechts aan de kwaliteit van het brouwsel. (…) Blijkbaar ging hij op een ontspannen manier met het probleem om. En ook dat moest hij wel, omdat het bier voor hem een medicijn was. Het hoorde bij zijn dieet. “Het is voor mij het meest zekere medicijn tegen de ziekte van de urinewegen”. Ons bier – en dat was het Wittenbergse bier – is de koningin van alles wat bier heet, zo schreef Luther aan Justus Jonas. Eerst het bier en dan een klein beetje wijn. Toen Luther in begin 1537 aan die kwaal scheen te zullen sterven, heeft hij daarna bier gedronken als een soort medicijn.
***
Een lezer stuurde mij een verzameling uitspraken van predikanten die hij nooit is vergeten.
• Ds. J.J. van der Krift, zomer 1960 (HGJB-kamp in De Driehoek): Openingszin van de preek in de Nieuwe Kerk: ‘Psalm 95 opent met houzee, maar eindigt met o wee.’
• Dr. I. Boot op de kansel in Wijngaarden rond 1970: ‘In een bekeringsgeschiedenis beschrijft de oude mens de nieuwe mens.’
• Ds. W.L. Tukker op één van de jaarvergaderingen van de Gereformeerde Bond: ‘Jan Wit zal mijn opperzangmeester niet zijn.’
• Ds. G. Boer, oud-voorzitter van de Gereformeerde Bond, bij de bevestiging van ds. J.P. Verkade in Montfoort (begin jaren zeventig): ‘Gemeente, geef uw nieuwe predikant de tijd om heilig te luieren in de studeerkamer.’
• In het jaarverslag 1994 van de Nederlandse Hervormde Kerk: ‘De kandidaat stelt zich nog niet beroepbaar daar hij nog geen predikant heeft ontmoet die echt vreugde uitstraalde.’
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 juni 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 juni 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's