De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GLOBAAL BEKEKEN

4 minuten leestijd

Bij uitgeverij Verloren te Hilversum verscheen een fraai boek van ds. Jan Peter Schouten met predikantenportretten uit vijf eeuwen,Hij preekte, hij leerde altoosHij schrijft over Jan Barentz. van Voorburch (1554/55-1609), een ‘burger als prediker’, die begraven ligt bij de ingang van de grafkelder van de Oranjes in Delft.

Hij voelde zich kennelijk zo met de Gereformeerde Kerk verbonden, dat hij daarin ook voorganger wilde worden. Was hij een halve eeuw later geboren, dan had dat nauwelijks tot de mogelijkheden behoord. Na de grote Synode van Dordrecht van 1618-16919 werd de toelating tot het ambt van predikant immers beperkt tot de afgestudeerden van een theologische faculteit. Slechts bij hoge uitzondering kon een niet-academicus nog op grond van ‘singuliere gaven’ dominee worden.

In de begintijd van de Hervorming was de situatie echter nog heel anders. Universitair opgeleide godgeleerden waren zeer schaars. De universiteit van Leiden was in 1575 met een klein aantal studenten begonnen. Het zou nog lange tijd duren voordat de Hollandse predikantsplaatsen alle met Leidse afgestudeerden opgevuld konden worden. Het was slechts een enkeling die aan een buitenlandse protestantse universiteit had gestudeerd. (…)

De grote meerderheid van predikanten bestond dan ook in deze begintijd uit zogenaamde ‘Duitse klerken’. Dat waren geestelijken, clerici, die alleen hun moedertaal, (Neder-)Duits, beheersten en dus geen Latijn kenden en ook de Bijbel niet in de oorspronkelijke talen konden bestuderen. En dat laatste was nu juist een van de belangrijkste vereisten die aan de hervormde predikers werden gesteld. Het was dan ook behelpen met de Duitse klerken. Op vergaderingen van classes en synodes werd geregeld geklaagd over het lage niveau van de prediking. Overigens hadden de Duitse klerken soms ook wat voor op de universitair geschoolden. Wat zij aan kennis van de wetenschap tekort kwamen, compenseerden zij menigmaal met een grotere levenswijsheid en godsvrucht. De academici kwamen per slot van rekening niet van een besloten seminarie maar van een stedelijke universiteit waar het leven als ruig en werelds bekend stond. Sommige gemeenten hadden dan liever een fatsoenlijke, vrome ambachtsman die zich in zijn vrije tijd in Bijbelkennis en godsdienstige vragen had verdiept.

In het boekDe Duivel. Een biografie(zie bespreking inDe Waarheidsvriend24 (13 juni)) komt een hoofdstuk voor onder de titel ‘Een behekste paus’. Een fragment.

Johannes XXII, paus van 1316-1334, werd aan alle kanten door demonen omgeven; hetzij menselijke, hetzij bovenmenselijke. Althans, dat geloofde hij. Op 22 augustus 1320 zond (een) kardinaal namens de paus een brief aan de inquisiteurs. De brief behelsde het verzoek aan de inquisiteurs om op te treden tegen wie demonische magie bedreven, in het bijzonder tegen wie demonen opriepen of een verbond met hen aangingen. ‘Onze zeer heilige vader en meester, heer Johannes XXII’, zo schreef de kardinaal, wenst vurig dat allen die boze bezweringen uitspreken uit het hart van Gods huis gebannen worden. Hij draagt u op om hieromtrent onderzoek te verrichten en volgens de regels van het kerkelijk recht op te treden tegen ketterij, tegen hen die aan demonen offeren of hen aanbidden of eer betuigen. [U dient ook op te treden] tegen wie expliciet een verbond met deze demonen sluiten, of een beeld hebben gemaakt of iets anders om zich met deze demonen te verbinden of wie enig kwaad nastreven door demonen op te roepen, en tegen hen die, misbruik maken van het sacrament van de doop, een beeld van was of ander materiaal hebben gedoopt of, door of onder aanroeping van demonen, beelden hebben gemaakt, en tegen hen die willens en wetens de doop herhalen, of de confirmatie, tegen hen die het sacrament van de eucharistie of de geconsecreerde hostie en andere sacramenten voor hun toverij of boze bezweringen misbruiken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 juli 2015

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 juli 2015

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's