De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

TOEKOMST VAN DE KERK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

TOEKOMST VAN DE KERK

7 minuten leestijd

Ds. G. van Meijeren is hoofd mobiliteitsbureau Predikanten & Kerkelijk Werkers van de Protestantse Kerk.

Onlangs nam dr. H. de Leede afscheid als docent van de Protestantse Theologische Universiteit. Daarvoor was hij gemeentepredikant en verbonden aan het seminarium Hydepark. Bij zijn vertrek–na bijna veertig jaar predikantschapvroeg dr. De Leede aandacht voor de predikant van de toekomst. Hoe moet deze er in 2025 uitzien en welke rol is daarin voor de opleiding weggelegd?

RD

Voor het Reformatorisch Dagblad sprak Maarten Stolk met hem.

Toen dr. De Leede in 1994 rector werd van het Theologisch Seminarium Hydepark in Doorn, studeerden er binnen de Nederlandse Hervormde Kerk jaarlijks nog zo’n 100 aanstaande predikanten, geestelijk verzorgers en godsdienstdocenten af. Bij de gereformeerden in Amsterdam en Kampen waren dat er ieder jaar samen zo’n 25 �0. ‘En ze kregen allemaal een baan.’

In twintig jaar tijd nam het aantal opleidingsplaatsen af van zes naar twee, terwijl het aantal afgestudeerden al jaren niet meer boven de vijftig uitkomt. Die getallen staan volgens dr. De Leede symbool voor een sterk veranderde aanwezigheid van de christelijke kerk in de samenleving. ‘Aan het einde van de jaren tachtig, toen ik voor de IZB werkte, was de visie op het missionaire werk gekleurd door de gedachte dat we mensen moesten terugbrengen naar de kerk. Ze waren immers aanspreekbaar op hun christelijk verleden. We voelden de secularisatie en ontkerkelijking wel, maar die leken geen onomkeerbaar proces. Het orthodoxe deel van de kerk heeft dat onderschat. Hoe seculier de samenleving werd, en hoe marginaal de kerk.’

Bent u in die tijd zelf ook veranderd, anders gaan preken misschien?

(…) ‘Ja, het zou niet zo best zijn als dat niet het geval was. Ik treed veel meer dan vroeger in dialoog met mensen. Ik ga in op hun geloofsvragen: over zonde en genade, discipelschap en de navolging van Christus.

Het gaat dan om de betekenis van het christelijk geloof in de wereld, om de vraag hoe het geloof gaande gehouden kan worden. Want dat geloof wordt voortdurend beproefd. Ik probeer dan ook zo te preken dat mensen merken: er staat iemand op de kansel die m負ons in de smeltkroes staat, om samen gelouterd te worden.

Theologisch ben ik niet veranderd, denk ik. Ik sta voluit in de gereformeerde traditie en ben bijvoorbeeld niet anders over de verzoening gaan preken. Wel zijn mijn preken minder dogmatisch geworden. Ik heb ook meer oog gekregen voor de verhouding tussen prediking en liturgie. Dan gaat het niet alleen om het zingen van liederen, maar ook om de plaats van gebed en schuldbelijdenis in de dienst.

Preek en liturgie vormen samen de inwijding in het christelijk geloof. Ze bepalen de houding van de mens tegenover God en geven gestalte aan het leven als christen in de wereld. Woord en sacrament horen bij elkaar: Christus is daarin present en deelt Zijn gaven uit aan de gelovigen. Het is daarom, ook vanuit de kerkgeschiedenis gezien, vreemd dat we maar vier, vijf keer per jaar het heilig avondmaal vieren.’

Wat betekenen de maatschappelijke veranderingen voor de opleiding van (aanstaande) predikanten?

‘Ik heb dertig jonge predikanten uit het midden van de kerk en uit de Gereformeerde Bond gevraagd hoe de opleiding er in 2025 uit zou moeten zien. Als ik hun reacties met elkaar vergelijk, dan vallen twee dingen op: ze benadrukken het belang van een stevige, klassiektheologische opleiding, met grote nadruk op de bijbelse vakken, het verstaan van de Schrift–de hermeneutiek–, de systematische theologie en predikkunde. Zeg maar de corebusiness van de kerk.

Daarnaast leggen ze de nadruk op geloofsvorming. Dit komt voort uit het besef: we zullen in de toekomst midden in de wereld staan en op de inhoud van het christelijk geloof bevraagd worden. Predikanten zullen veel vrijmoediger moeten getuigen van de hoop die in hen is.’ (…)

Wat kan een gemeente volgens u doen om toekomstbestendig te worden?

(…) ‘Drie dingen. In de eerste plaats: investeer in de kerkdiensten, in een liturgie waarin het geloof gevoed wordt en expressie vindt, in een goede prediking die het geloofsleven en de vragen van deze tijd aan de orde stelt. Een kerkenraad moet goed beseffen: de gemeenteleden komen vanuit de wereld de kerk in. Dat vraagt om een bevindelijke prediking, met aandacht voor alle aspecten van het leven. Om met de Amerikaanse theoloog Walter Brueggemann te spreken: ‘We preken voor ballingen, voor mensen in een vreemd land: deze wereld.’ Daarnaast is bezinning op de sacramenten doop en avondmaal nodig. Het gaat dan om de vraag of we een gemeente willen zijn waarin kinderen en jongeren worden ingelijfd in het Koninkrijk van God. Catechese is bedoeld als een traject van inwijding.

In datzelfde kader staat ook de brede aandacht voor discipelschap. Wat betekent het om christen te zijn in beroep en vrije tijd? De kern is navolger van Christus worden. (…)’

Bent u optimistisch over de toekomst van de kerk?

‘Ik ben vooral realistisch. Ik geloof in de kracht van het Woord. Het is Gods kerk. Daarom zeg ik met overtuiging tegen jonge mensen die predikant wil worden: je kiest het mooiste beroep dat er is. Deze God is het waard om te verkondigen. Want wat zou de wereld zijn zonder Christus?’

Dr. De Leede schreef een essay waarin hij de nadruk legt op predikanten die ‘apostel en nonconformist’ zijn; die getuigen van Jezus Christus en dwarsligger durven te zijn. Zal dat ook betekenen dat het getuigenis verzet en lijden oproept? In onze westerse context is daar geen sprake van. Hoe anders geldt dat van christenen in het Midden-Oosten.

ND

In het Nederlands Dagblad laat Jan van Benthem dr. Atef Gendy (rector van de evangelicale predikantsopleiding in Cairo) aan het woord die te gast was bij de GZB. Hij gaat onder andere in op de vraag of het christendom in het Midden-Oosten wel zal overleven.

Geconfronteerd met deze vraag, aarzelt Gendy over zijn antwoord: ‘Ik denk, in Egypte wel. En ik hoop, ook nog in Libanon. Maar voor de rest, nauwelijks.’ De enige actie van westerse landen, in de militaire coalitie tegen ISIS, ziet hij als symbolisch. ‘Als ze zo doorgaan als nu, met alleen wat luchtacties, zal het eindeloos duren.’ Gendy zou liever westerse soft power zien. ‘Dan kun je denken aan de nadrukkelijke vraag richting Arabische landen om christenen daar dezelfde vrijheden te geven als moslims in westerse landen hebben–bijvoorbeeld om een kerk te mogen bouwen, zoals moslims moskeeꬠmogen bouwen. Dat bedoel ik beslist niet om op die manier moslims in het Westen negatief te behandelen, maar alleen om de positie van christenen in het Midden-Oosten te verbeteren. (…)

Zelf merkt Gendy dat gematigde moslims openlijker en duidelijker christenen in hun midden steunen. ‘Met Kerst kwamen er behoorlijk wat moslims naar de kerk, om die tijdens de dienst te beschermen. ‘Als ze jullie willen aanvallen, moeten ze ons ook doden’, zeiden ze. Ik zou me schuldig voelen, als ik alleen over die vreselijke fundamentalisten zou praten en deze mensen niet zou vermelden. Ze komen nu ook om christenen te feliciteren in huwelijksdiensten, in plaats van daarna, of om hun medeleven te betuigen tijdens begrafenissen.(…)’

Dat zijn de tekenen van hoop die Gendy ook ziet in Egypte. Christenen zijn niet geroepen tot harde confrontatie met radicale moslims.

‘(…) Het beschadigen of zelfs bespotten van andermans geloof is niet de manier om het evangelie te brengen, om mensen daarnaar te leren luisteren zodat ze het zelf gaan vergelijken met de islam.’

Juist dat laatste gebeurt na de gruweldaden van ISIS, zegt Gendy. (…) Voor veel moslims in Egypte leidt de terreur van medemoslims zo tot hun eerste kennismaking met het evangelie. ‘En voor veel christenen laat het zien wat het betekent, je kruis op te nemen’, besluit Gendy. ‘Jullie welvaart, in het Westen, is niet noodzakelijk een zegen. Jullie voelen daardoor niet dat je God nodig hebt.’

De toekomst van de kerk in Nederland en in Egypte; het zijn twee heel verschillende situaties. Maar het gaat in beide contexten om een onbevreesde oriꭴatie op Jezus en om vrijmoedigheid om Hem na te volgen en van Hem te getuigen. In de brieven van Paulus wordt dat ‘conformiteit’–gelijk wordenaan Christus genoemd (Fil.3:10 en 21).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 juli 2015

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

TOEKOMST VAN DE KERK

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 juli 2015

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's