LESSEN IN AFHANKELIJKHEID
150 jaar OMF [4, slot]
De geschiedenis van de Overseas Missionary Fellowship (OMF) is het verhaal van het handelen van God in deze wereld, waarbij Hij gewone mensen in Zijn dienst gebruikt. Was oprichter Hudson Taylor een groot man? Nee, maar hij was wel een dienstknecht van een groot God.
Dr. J. Kommers is hervormd emeritus predikant te Harderwijk en buitengewoon hoogleraar aan de North-West University in Potchefstroom, Zuid-Afrika.
Wat indruk maakt, zijn Hudson Taylors gebedsleven, zijn nederigheid, zijn intense ijver voor de verspreiding van het Evangelie en zijn nauwe verbondenheid met de mensen onder wie hij werkte. Niets menselijks was Taylor vreemd. De genade van God maakte toch dat hij op zo’n vruchtbare wijze gestalte kon geven aan de laatste opdracht die Christus aan Zijn discipelen hier op aarde gaf. ‘Gaat dan heen…’ (Matt.28).
GELD
Wanneer God de werkers geeft, dan kunnen ze ook naar Hem gaan voor de middelen. Gods beloften, Gods voorzienigheid en Gods trouw steken torenhoog uit boven al ons menselijk bezig zijn. Taylor richt zich in het zendingswerk volledig op evangelisatie en al de jaren door legt hij alles in Gods handen. Hij heeft geleerd de nadruk niet op het geld of materiële problemen te leggen, maar om te steunen op Gods beloften. Zo maakt Taylor de hele geldbusiness van de zending tot een zaak van God. Hij gelooft dat hij het recht en het voorrecht heeft om te bankieren op de beloften van God.
Als Taylor het leiderschap van de China Inland Mission (CIM), de voorloper van de OMF, in 1900 overdraagt aan zijn opvolger, zijn er 750 zendelingen werkzaam in China. Vanaf het begin in 1865 tot 1900 ontvangt Taylor voor het werk ongeveer 4 miljoen dollar. Het geld wordt grotendeels besteed aan evangelisatiewerk. Het feit dat het werk gericht is op evangelisatie–en veel minder op het opzetten van grote instituten–is er mede de oorzaak van dat de CIM zo’n grote plek heeft in de harten van de Chinezen. Zij zien dat de zendingsmensen er alles voor over hebben om hun het Evangelie te brengen. Daardoor zijn ze eerder bereid om te luisteren naar de troostwoorden van het Evangelie.
Geld en zending gaan lang niet altijd goed samen. Te veel belangen kunnen door elkaar heen gaan lopen. Taylor schreef: ‘Dit werk kan niet gedaan worden zonder kruisiging, en zonder toewijding die bereid is tegen elke prijs de opdracht van Christus uit te voeren.’
ROTSVAST GELOOF
Vanaf het begin van de CIM is het voor Hudson Taylor als ‘wandelen over het water’, opzien naar Jezus alleen. Hij heeft een rotsvast geloof dat de CIM een werk van God is. Wanneer het een werk van God is, dan zal God ook voor Zijn eigen werk zorgen. Dit houdt ook in dat God ervoor zal zorgen dat de benodigde gelden voor de zending er zullen komen. Taylor drukte het zo uit: ‘Gods werk, gedaan op Gods wijze, zal het nooit aan Gods zorg ontbreken.’ In 1897, toen al honderden zendelingen in China bezig waren, zei Taylor: ‘Ik denk graag aan Hem, Die drie miljoen Israëlieten in de woestijn naar bed stuurde zonder dat ze een kruimel brood in de kast hadden voor het ontbijt van de volgende morgen, en dan te denken dat ze ’s morgens nooit opstonden zonder dat het ontbijt alweer klaar stond. Wat hebben we toch een grote God, Die ervan houdt om Zijn kinderen van het nodige te voorzien.’
GEBED
Wanneer aan de CIM gevraagd werd: ‘Wat is jullie grootste behoefte?’ of: ‘Hoe komen jullie daar in China aan geld?’, ontvingen de vraagstellers dit antwoord: ‘Onze grootste nood nu is, zoals altijd, aanhoudend gebed. God stuurt nog, net als bij Elia, Zijn raven. Wij houden er geen grote bankrekening op na en staan op één lijn met de vogels en de bloemen; maar nog nooit zijn wij beschaamd met onze God uitgekomen.’
GEEN COLLECTES
De geschiedenis van de CIM/OMF is een bijzondere weergave van Gods ononderbroken zorg. Taylor heeft alle inkomsten altijd punctueel opgetekend. Achter elke gift zag hij een liefdevolle glimlach van zijn hemelse Vader, Die voor Zijn kinderen zorgt, zelfs in de meest moeilijke situaties.
Voor de CIM is één van de eerste uitgangspunten dat je nooit om geld vraagt. Ook op bijeenkomsten van de CIM–en ooit was Taylor één keer in Nederland–weigert hij dat er gecollecteerd wordt voor de CIM. ‘Onze God weet wat wij nodig hebben, Hij voorziet daarin. Wanneer Hij het nodig vindt, legt Hij het de mensen wel op het hart om te geven.’ Een andere reden om niet om geld te vragen is dat Taylor niet wil dat andere zendingsorganisaties tekortkomen wanneer het geld alleen aan de CIM gegeven zou worden.
God leert ons altijd geloofslessen. Hij leert ons om helemaal afhankelijk te zijn van Hem. Hij weet toch heel goed dat wij brood, een tafel en een bed nodig hebben. In de noden van de CIM werd voorzien, zoals God Elia van eten voorzag. God zendt nog Zijn ‘raven’ en wanneer wij Zijn wil doen, is Hij verantwoordelijk voor het leven van Zijn kinderen.
DAGELIJKSE LIEFDEGAVEN
Veel vrienden van de CIM verspreid over heel de wereld hadden de CIM op hun gebedslijst en stuurden regelmatig giften. Deze giften, groot of klein, vielen en vallen als sneeuwvlokken, als de dagelijkse liefdesgiften van God voor dit werk.
Taylor had ook als principe om nooit schulden te maken. Dit baseerde hij op Romeinen 13:8. ‘Schuld is zonde’, vond hij. Dit principe heeft Taylor geleerd van George Müller, een man die in Bristol honderden kinderen verzorgde. God had altijd in alle behoeften voorzien. Dit is het leven uit de goede hand van God. Een kind van God leeft in hetzelfde vertrouwen als kinderen die erop rekenen dat vader en moeder voor alles zorgen. Het is geloof dat het met God alleen waagt. Het is leven ‘met de gebogen knieën diep in de wonderen’, zoals Lesly Lyall schrijft.
Geloof in God leert Taylor om al zijn zorgen op God te wentelen. Het bestaan van de CIM, nu 150 jaar, is het zichtbare bewijs van Filippenzen 4:19: ‘Mijn God zal u voorzien van alles wat u nodig hebt.’ Het vertrouwen op God, wanneer alles onmogelijk schijnt, is de weg naar grotere zegen.
INTERKERKELIJK
Een ander kenmerk van de CIM is, dat ze interkerkelijk is. Ze is dus niet gebonden aan één kerkelijke denominatie. Essentieel voor allen die via de CIM uitgaan, is dat ze instemmen met het algemeen kerkelijk belijden.
In de praktijk werkte dit zo uit dat CIM-zendelingen met een anglicaanse achtergrond in China min of meer de anglicaanse kerkelijke structuur volgden, terwijl zendelingen met een presbyteriale achtergrond meer een gereformeerde kerkelijke orde hadden in hun gemeenten.
Maar, wat belangrijker is, vanaf het begin heeft de CIM benadrukt dat het doel van de zending de evangelieverkondiging is en dat de Chinezen zelf vorm zouden geven aan hun kerkdienst en organisatiestructuur. Zo waren er soms dus enkele theologische verschillen, maar de essentie van de evangelieboodschap was hetzelfde. Taylors opvolger, Hoste, zegt hierover: ‘Respecteer de mening van de broeder wanneer die op grond van de Bijbel soms tot een andere conclusie komt.’
Zo kunnen gereformeerden, anglicanen, baptisten en evangelische christenen voor de CIM/OMF werken, zonder dat ze compromissen hoeven te sluiten wat betreft hun overtuiging. De 150-jarige ervaring heeft geleerd dat praktische eenheid het best gewaarborgd is wanneer verschillen worden onderkend en het mogelijk is om met behoud van eigen inzichten samen te werken.
Het éénin-geloof zijn houdt volgens Taylors opvolger in dat je gelooft in:
1. de autoriteit van het hele Woord van God
2. de leer van de drie-eenheid
3. de val van de mens en de nood-zaak van wedergeboorte
4. de verzoening door het werk van Christus
5. de rechtvaardiging door het geloof
6. de opstanding en het oordeel van de rechtvaardigen en onrechtvaardigen
7. het eeuwige leven van de verlosten en de eeuwige straf voor de verlorenen
TOEKOMST
Wij danken God voor allen die in Zijn Naam zijn uitgegaan. Velen hebben het resultaat van hun missie niet gezien. Het slot van Hebreeën 11 hebben ze aan den lijve meegemaakt. Om ons heen is een wolk van getuigen die ons aanmoedigen: Gehoorzaam Gods stem, houd vol, totdat Hij komt. De toekomst is even zeker als al de beloften van God. Het uitgangspunt en het doel is vandaag hetzelfde als 150 jaar geleden: God verheerlijken door de miljoenen Oost-Aziaten te bereiken met het Evangelie van Jezus Christus. Met hen die geroepen zijn uit de duisternis tot het licht in Christus, zingen wij: ‘Groot is Uw trouw, o Heer.’
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 juli 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 juli 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's