De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HOMOSEKSUALITEIT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HOMOSEKSUALITEIT

8 minuten leestijd

Ds. G. van Meijeren is hoofd mobiliteitsbureau Predikanten & Kerkelijk Werkers van de Protestantse Kerk.

Vanuit de Gereformeerde Bond werd enkele weken geleden opnieuw aangedrongen het gesprek rond homoseksualiteit te voeren. Het nog jonge tijdschrift OnderWeg van Nederlands gereformeerden en gereformeerd-vrijgemaakten brengt deze oproep in praktijk, naar aanleiding van een omvangrijk rapport over de toelating van homoseksuelen tot de ambten. Het nummer heeft als titel ‘Een open gesprek bij een open Bijbel’. Hoofdredacteur Ad de Boer schrijft in zijn inleiding:

Homoseksualiteit en kerk: eerlijk gezegd zou ik er graag voor wegduiken. Want je doet het nooit goed. Gesprekken worden debatten, sjibbolets worden in stelling gebracht, teksten worden kanonskogels en kerken splijten in tweeën. Kunnen we het onderwerp niet nog eens vijftig jaar in de kast zetten? Nee, dat kan niet. Omdat God ons aan elkaar heeft gegeven om samen kerk te zijn. Heilig én veilig, zoals BLØF zingt. De kerk is een plek waar we komen zoals we zijn, om met elkaar te groeien in het volgen van Jezus.

ONDERWEG

Vanuit deze toonzetting komen er verschillende visies op tafel. Zelf sprak De Boer met Herman van Wijngaarden, christen, 52 jaar, broer en zoon, in dienst van de HGJB. Kortom, iemand die ‘zoveel meer is dan homoseksueel’. Hier volgen passages uit vooral het tweede deel van het gesprek.

Sinds hij lang geleden uit de kast kwam, heeft Herman van Wijngaarden gekozen voor een leven zonder homoseksuele relatie. Daarbij is het categorische nee van Romeinen 1 tegen alle homoseksuele contacten, niet alleen tegen uitspattingen of seksueel misbruik, voor hem doorslaggevend. Maar het gaat voor hem verder dan een aantal individuele Bijbelteksten. ‘Ik wil Jezus volgen en leven volgens de principes van zijn koninkrijk. Ik vind het niet raar dat God seksuele onthouding van mij vraagt. Dit leven is niet een sinaasappel die ik moet uitpersen, omdat ik anders belangrijke dingen mis. Jezus heeft ons nooit beloofd dat het alleen maar leuk zou zijn. Er hoort ook kruisdragen bij.’ (…)

Hoe hebben homo’s het in 2015 in de kerk?

’Uit het feit dat veel homo’s zich niet bekendmaken, blijkt dat zij de kerk als onveilig ervaren. Ze zijn bang voor negatieve reacties en voor een nee bijvoorbaat tegen een homoseksuele relatie. Als homojongeren dan na het ‘onderduiken’ boven water komen, hebben ze vaak hun conclusie al getrokken, zonder hun omgeving erbij te betrekken, en verlaten ze de kerk. Er verandert op dat punt wel wat. De ruimte om voor je geaardheid uit te komen, neemt toe. Maar ik hoor nog te vaak: ‘We kennen in onze kerk geen homo’s, hooguit een enkeling.’ Terwijl het er in een gemeente van vijfhonderd leden toch tien of vijftien moeten zijn. Gelukkig groeit het besef dat er dan iets niet klopt. Er is verlegenheid en een verlangen naar een opener klimaat.’

Hoe kun je als kerk homo’s boven water laten komen?

‘Wat niet werkt, is een kerkbladbericht in de trant van: ‘Mocht iemand worstelen met homoseksuele gevoelens, dan kunt u bij ouderling Jansen terecht.’ Bidden in de dienst is ook kwetsbaar. Iemand zei eens: ‘Fijn dat ze voor me bidden, maar waarom altijd in het rijtje van de gehandicapten? Ik wil liever gelijk na het koningshuis.’ Organiseer een gemeenteavond, dan laat je zien dat het bespreekbaar is. En begin dan niet direct met wat de Bijbel erover zegt, maar begin met inleven. Ook voor een-op-een-gesprekken geldt: voor je het gesprek aangaat, moet de ander ervaren hebben dat je van hem of haar houdt. Houd anders liever je mond.’

In de christelijke homobeweging wordt gezegd: een kerk die een homoseksuele relatie uitsluit, is per definitie onveilig voor homo’s.

‘Ik vind dat wel een vraag aan de kerken: als we vinden dat de Bijbel geen ruimte laat voor een homoseksuele relatie, wat doen we dan met gemeenteleden die daar wel voor kiezen? Wat kun je met behoud van je eigen overtuiging doen om hen er toch bij te houden? Ik heb niet de vrijmoedigheid om vanwege dit punt iemand te weren van het avondmaal. Ik was lid van een gemeente met een ruim standpunt over homorelaties, maar dat was voor mij geen breekpunt. Dat werd de manier waarop er over Jezus werd gedacht en gesproken. Met N.T. Wright [de nieuwtestamenticus Tom Wright, G.v.M.], die overigens vanuit de Bijbel geen ruimte ziet voor homorelaties, verwijs ik naar Paulus’ Galatenbrief: geloven is geloven in Jezus en niet in Jezus-plus-de-besnijdenis. En dus ook niet: geloven in Jezus-plus-het-juiste homostandpunt. Een bijbels homostandpunt vind ik erg belangrijk–daarom zou ik wel zeggen: leidinggevende functies voor samenlevende homo’s kunnen niet–maar het is nooit ‘Jezus plus’.’

Homoseksualiteit is in orthodox-christelijke kring hét sjibbolet waaraan je leerzuiverheid wordt afgemeten. Wat vind je daarvan?

’Opnieuw zeg ik met Wright: een christen heeft maar één badge, die van Jezus. Ik erken dat kerken zich schuldig hebben gemaakt aan het eisen van een badge van Jezus-plus-een-standpunt-over-homorelaties. Maar ook andersom functioneert het als sjibbolet, als mensen zeggen: je moet voor homorelaties zijn, anders ben je liefdeloos. Dat laatste kom ik tegenwoordig meer tegen dan het eerste. En dat irriteert me echt. Ik sta voor deze mensen buitenspel, omdat ik me, zonder overigens iemand iets op te leggen, op de Bijbel beroep. Dat is not done in de christelijke homobeweging. Er is daarom behoefte aan een nieuw christelijk platform, om homojongeren te helpen, heel praktisch. Een platform waar ze zich kunnen identificeren met het verhaal van Gods koninkrijk en met homo’s die dat verhaal leven en laten zien dat ze een goed leven hebben. (…)’

VOLZIN

In het blad Volzin komt Johannes ten Hoor (23) aan het woord. Hij wordt geïnterviewd door Theo van de Kerkhof en hij vertelt vooral over zijn afkomst en de ontdekking van zijn homoseksualiteit. Ten Hoor is lid van het CDJA, hoofdredacteur van het ledenblad en geeft voorlichting op christelijke scholen over homoseksualiteit. Hij groeide op in de gereformeerde gemeente van Hendrik-Ido-Ambacht. Na zijn coming out sloot hij zich aan bij de Protestantse Kerk en werd hij lid van een reformatorische studentenvereniging in Utrecht. Enkele passages.

Homoseksualiteit, daar kun je in zwaar orthodoxe kring niet mee aankomen.

‘Je kunt er mee aankomen, maar vervolgens wordt er niet meer over gepraat. Zo ging het letterlijk. Toen ik het mijn ouders vertelde was hun eerste vraag: ‘Weet je het zeker?’, en: ‘Gaat het niet over, want vroeger vond je meisjes toch wel leuk’. Daarna heeft het heel lang geduurd voor het gesprek op gang kwam. Voor mij een onzekere tijd: schamen ze zich ervoor? Vinden ze het erg? Zijn ze teleurgesteld? Uiteindelijk wisten ze niet wat ze ervan moesten vinden. Ze hadden geen idee, waren er nooit eerder mee geconfronteerd. Ja, nu gaat het gelukkig beter, Goddank wel. (…)

Speelt het geloof ook een positieve rol in de ontdekking van je seksuele geaardheid?

‘Ja, absoluut. Toen ik verliefd werd op een klasgenoot, een jongen dus, dacht ik in eerste instantie nog: dit is grondig fout. En ik heb ook wel gebeden of God het wilde veranderen. Maar toen dat niet gebeurde en ik ook beter ging begrijpen wat het was, dacht ik: dit is gewoon wie ik ben, en dat is prima zo. In zekere zin ligt het bij zwaar orthodoxen ook weer wat makkelijker dan bijvoorbeeld in evangelische kring. Als je homo bent, dan is dat de gebrokenheid van de schepping. Daar kun je niks aan doen. Het is jammer voor je en moeilijk, maar je hoeft niet te proberen het te veranderen. Mijn ouders hebben me nooit naar therapie gestuurd of zo. Het heeft natuurlijk wel consequenties: je moet alleen blijven, of op de een of andere manier toch maar zien te trouwen met een vrouw; al is dat laatste mij nooit persoonlijk door iemand voorgehouden. Ik kon mijn geaardheid als zodanig dus redelijk makkelijk aanvaarden, maar voordat ik het punt bereikt had dat ik dacht dat ook relaties goed zijn, daar ging wel langer overheen.

In die tijd was Psalm 139 heel waardevol voor mij. Het idee dat God je gemaakt heeft nog voor je goed en wel op deze aarde stond, dat Hij van vooraf aan weet hoe je in elkaar zit. Dat vond ik een mooie gedachte. Ik zat nog diep in de kast. Had nog met niemand gepraat over mijn homoseksualiteit. Maar toch ergens had ik het besef: God weet ervan af. Hij heeft mij zo gemaakt en ik ben waardevol in Zijn ogen. (…)’

Om het gesprek in de gemeente van Christus te kunnen voeren is het van groot belang elkaar te kennen. Zowel Herman van Wijngaarden als Johannes ten Hoor laat zich in het hart kijken. Essentieel is mijns inziens wat Herman van Wijngaarden opmerkt dat het in het geloof om Jezus Christus draait. ‘Geloven is geloven in Jezus en niet in (…)

Jezus-plus-het-juiste homostand-punt.’ Geeft dat niet de ruimte om een open gesprek bij een open Bijbel te voeren?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 juli 2015

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

HOMOSEKSUALITEIT

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 juli 2015

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's