(ON)GELOVIG LACHEN
Tekst & uitleg
In Genesis 17 lezen we van het lachen van Abraham (vs.17), een hoofdstuk later van het lachen van Sara (18:12). In hoeverre was het lachen van Abraham anders dan of gelijk aan dat van Sara?
Ds. C. Boele is predikant van de hervormd gemeente te Oud-Beijerland.
Een rondgang langs verschillende uitleggers laat zien dat in tegenstelling tot het lachen van Sara - dat zonder uitzondering opgevat wordt als een uiting van ongeloof - over het lachen van Abraham verschillend wordt gedacht. Een aantal ziet het lachen van Abraham als een uiting van ongeloof. Anderen (zie de kanttekeningen bij de Statenvertaling, Calvijn en Matthew Henry) duiden zijn lachen positief, als een uiting van verwondering en vreugde. En dat terwijl in de oorspronkelijke taal, het Hebreeuws, in beide teksten voor lachen hetzelfde werkwoord wordt gebruikt (ts-ch-q).
GEEN ONGELOOF
Hoe hiermee om te gaan? Wat zijn de redenen die de uitleggers hebben voor hun keuze? Bij hen die het lachen van Abraham niet als een uiting van ongeloof zien (kanttekeningen, Calvijn) vinden we de verwijzing naar Romeinen 4:19-21, waar we lezen dat Paulus van Abraham schrijft ‘niet verzwakt in het geloof, (…) heeft aan de belofte van God niet getwijfeld door ongeloof, (…) ten volle van overtuigd dat God ook machtig was te doen wat beloofd was’. De kanttekening die ik hierbij wil maken is dat het lachen van Abraham, zijn eerste reactie, duiden als ongeloof niet in strijd hoeft te zijn met Romeinen 4. In het leven van het geloof staan we (en ook Abraham) immers niet altijd even standvastig. Ondanks dat is Abraham toch ‘de vader aller gelovigen’.
WEL ONGELOOF
Anderen duiden Abrahams lachen dus als ongeloof. Hiervoor vinden we in de context waarin de tekst staat verschillende aanwijzingen. In Genesis 17 verschijnt de HEERE opnieuw aan Abram, sluit met hem een verbond, verandert zijn naam in Abraham, geeft daar een teken bij (de besnijdenis) en belooft hem een zoon. Nadrukkelijk zegt de HEERE in vers 16 dat deze zoon uit hem en Sara geboren zal worden. Abraham reageert daarop door zich met zijn gezicht ter aarde te werpen en te lachen. Het eerste zien we als een uiting van ontzag en eerbied voor God, maar wat betekent dat tweede? Is dat een uiting van ongeloof of van verwondering?
Uit de woorden die erop volgen meen ik het eerste. Twee ‘bezwaren’ heeft Abraham: ‘Zal bij een honderdjarige een kind geboren worden? en zal Sara, die negentig jaar is, baren?’ (17:17). Menselijkerwijs is dat dubbel onmogelijk dus. Ook de woorden die Abraham daarna tot de HEERE spreekt, onderstrepen dit: ‘Och, zou Ismaël voor Uw aangezicht mogen leven!’
Uit de reactie van de HEERE in vers 19–‘Integendeel, uw vrouw Sara zal u een zoon baren’ - blijkt dat we deze woorden van Abraham zo moeten opvatten dat hij bij de vervulling van deze belofte denkt aan Ismaël (dus buiten Sara om). Maar de HEERE weerspreekt dit. De beloofde zoon zal uit Abraham én Sara voortkomen. In vers 21 zegt de HEERE nogmaals dat de beloofde zoon uit Sara geboren zal worden. Deze belofte zal zelfs binnen een jaar vervuld worden.
Toen wierp Abraham zich met zijn gezicht ter aarde en lachte (...)
(Gen.17:17)
Daarom lachte Sara in zichzelf: Zal ik nog liefdesgenot hebben, nu ik oud geworden ben en ook mijn heer oud is? (Gen.18:12)
SARA
In het hoofdstuk daarna, Genesis 18, verschijnt de HEERE opnieuw aan Abraham en vraagt–heel ongewoon in die tijd–nadrukkelijk naar Sara (vs.9). Blijkbaar moet ook zij uit de mond van de HEERE de belofte vernemen. De beloofde zoon zal immers ook uit haar geboren worden. Hoe zal zij reageren? Hetzelfde als of anders dan Abraham? In de verzen daarna lezen we dat ook zij reageert met een stille (in zichzelf–vs.12), ongelovige lach. Beiden reageren dus aanvankelijk ongelovig op de belofte van de HEERE dat zij nog een zoon zouden krijgen.
Ondanks hun beider aanvankelijk ongelovige reactie, vervult de HEERE toch Zijn belofte. De beloofde zoon, die de naam Izak draagt, zal hen dan enerzijds voortdurend herinneren aan hun ongelovig lachen, dit tot hun schaamte. Anderzijds–omdat de HEERE Zijn belofte ondanks dat toch vervult–zal deze naam hen ook doen lachen van verwondering en van vreugde. Dan moeten we zingen: ‘Wie zou die hoogste Majesteit, dan niet met eerbied prijzen? Die God is ons een God van heil…’ (Ps.68:10 ber.)
Uw vraag over een bijbeltekst kunt u mailen naar info@dewaarheidsvriend.nl.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 juli 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 juli 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's