EEN AFGEBAKENDE TAAK
Gemeente en ambt [3, slot]
Gods Woord is de bron waaruit het geloofsleven en kerkelijk leven gevoed wordt. De lijnen die we daarin ontdekken, vragen om vertolking naar het kerkelijk leven van vandaag. Daarnaast is het evenwel nodig om te blijven luisteren naar de stemmen uit onze gereformeerde traditie.
Dr. W.H.Th. Moehn is predikant van de hervormde wijkgemeente Centrum van de protestantse gemeente te Hilversum.
Dr. O. Noordmans waarschuwde reeds om al te korte lijnen te trekken tussen de bijbelse gegevens en een kerkorde. We zijn tot nu toe voorbijgegaan aan de eeuwenlange weg die de kerk gegaan is, waarbij steeds weer getracht is de veelkleurigheid aan bijbelse gegevens te vertalen en over te brengen naar de concrete situatie van het moment.
Ook de Kerkorde der Nederlandse Hervormde Kerk (1951), de Kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland en de revisie die recent heeft plaatsgevonden, getuigen van zo’n proces van vertolking.
De accenten die gelegd worden, weerspiegelen iets van de tijd en cultuur waarin een kerkorde is vastgesteld. Niet voor niets hebben twee predikanten de redactie van Theologia Reformata gevraagd om een ‘nieuwe bijbelstheologische bezinning op het ambt in de context van vandaag’.
CALVIJN
Hoe hebben degenen die voor ons geleefd en geloofd hebben, de vertaalslag gemaakt? We zouden onszelf tekortdoen, als we niet zouden luisteren naar bijvoorbeeld iemand als Calvijn. Hij heeft in zijn tijd gezocht naar nieuwe antwoorden, daartoe uitgedaagd door de situatie waarin de kerk van zijn dagen verkeerde. Uiteraard kunnen we nu niet meer doen dan enkele opvallende passages uit zijn werk aanstippen. We moeten een keuze maken, maar zouden uiteraard ons oor ook te luisteren kunnen leggen bij theologen als Luther, Zwingli of Bucer.
VIER FUNCTIES
Als eerste noem ik de kerkorde van 1541, waarin Calvijn een breed opgezette organisatie van het kerkelijk leven voorstaat. Hij onderscheidt vier ambten of functies, waarvoor de overheid benoemt: ‘Er zijn vier soorten functies die onze Heere heeft ingesteld voor het bestuur van zijn kerk. Ten eerste de herder, vervolgens de leraren, daarna de oudsten, ten vierde de diakenen.’ De herders zijn de predikanten, die niet alleen het Woord verkondigen, maar zich ook bezighouden met het opzicht over de kudde. De leraren zijn speciaal belast met het theologisch onderwijs. Het ambt van oudste is het meest omstreden. Oudsten zijn vanuit de stadsregering met de tucht belast. Zij hebben een politieke functie, maar krijgen in de kerk een aparte taak. Met de predikanten vormen zij het consistorie. Calvijn beoogde een goed evenwicht tussen kerk en overheid. In de praktijk bleek dat zeer lastig te realiseren.
Wanneer we de vertaalslag maken naar onze tijd: wie zou nog terug willen naar een dergelijke gecompliceerde verstrengeling van kerk en overheid?
DOOR HET WOORD
Vervolgens breng ik enkele aspecten uit boek 4 van de Institutie onder de aandacht. De titel van hoofdstuk 3 luidt: ‘De leraren en dienaren van de kerk–hun verkiezing en ambt’. Het gaat over ‘de orde waarmee de Heere Zijn kerk bestuurd wil hebben’.
Uitgangspunt is dat de Heere alleen regeert en Hij doet dat door Zijn Woord. Maar hoe komt dit Woord tot ons mensen, zonder dat er ‘kortsluiting’ ontstaat wanneer de Heilige onheiligen ontmoet? In het eerste hoofdstuk van boek 4 is Calvijn al ingegaan op deze vragen: ‘Hoewel God de zijnen in één ogenblik tot de volkomenheid zou kunnen brengen, wil Hij hen toch slechts door de opvoeding van de kerk laten opgroeien tot de mannelijke leeftijd. We zien onder woorden gebracht hoe dat gaat: aan de herders is de taak toebedeeld de hemelse leer te prediken. Zoals Hij het oude volk niet naar de engelen verwees, maar uit de aarde leraars deed opstaan om werkelijk deze taak der engelen te vervullen, zo wil Hij vandaag ook ons nog door middel van mensen onderwijzen. En zoals Hij Zich oudtijds niet beperkte tot de Wet alleen, maar er ook priesters als uitleggers bij gaf, opdat het volk van hun lippen zou vernemen wat de werkelijke betekenis van de Wet was, zo wil Hij ook vandaag niet alleen dat wij met aandacht Zijn Woord zullen lezen, maar heeft Hij ook leermeesters aangesteld om ons daarbij te helpen en van dienst te zijn’ (4.1.5).
BEMIDDELING
De gemeente leeft van het genadige spreken van God. Zij hoort Gods stem en ervaart het geroepen worden, maar deze roepstem wordt wel bemiddeld. Af en toe zien we in het Oude en Nieuwe Testament dat God op directe wijze mensen aanraakt en aanspreekt, maar de dragende lijn is de bemiddeling door mensen die God daarvoor heeft geroepen en aangesteld.
‘God maakt gebruik van de dienst en arbeid van mensen waarin zij als het ware Zijn plaats innemen, niet om daarmee Zijn recht en eer op hen over te dragen, maar alleen om Zijn werk door hun mond ten uitvoer te brengen.’ We merken hoe Calvijn behoedzaam zijn woorden wikt en weegt, als we dit bijvoorbeeld vergelijken met zijn spreken over de rechtvaardiging. Dan drukt hij zich veel stelliger uit en schrijft: ‘Met ‘rechtvaardiging’ bedoelen wij dus eenvoudig de aanneming waarmee God ons in genade aanneemt en voor rechtvaardig houdt’ (Inst.3.11.2).
‘Zijn plaats innemen’–heel letterlijk vertaald: het werk van een vicaris doen–zou zo weer aanleiding kunnen geven tot klerikale pretenties, waardoor een mens zich als een pausje gaat gedragen. Die aanmatiging wil Calvijn juist uitbannen. In dit verband horen we ook over ‘een of ander mensje, uit het stof verrezen, dat in naam van God spreekt’ (Inst.4.3.1).
DIENST
Calvijn citeert Efeze 4:4-16 in zijn geheel. ‘De dienst van mensen, die God gebruikt om de kerk te besturen, is de belangrijkste zenuw waarmee de gelovigen in één lichaam samengehouden kunnen worden’ (Inst.4.3.1)
Het valt op dat Calvijn hier niet spreekt over ambtsdragers, maar over de dienst die zij verrichten. Waar het gaat over de herders van de kerk en hun macht, luistert het nauw. Belangrijk is wat Jezus gezegd heeft in Mattheüs 10:40: ‘Wie u ontvangt, ontvangt Mij; en wie Mij ontvangt, ontvangt Hem Die Mij gezonden heeft.’
Misverstanden en verkeerde machtsaanspraken ontstaan waar niet meer bedacht wordt dat de macht die in de Schrift wordt toegekend aan de herders, geheel is toegespitst op en beperkt tot de dienst des Woords. ‘Want Christus heeft deze macht in eigenlijke zin niet aan mensen gegeven, maar aan Zijn Woord, waarvan Hij mensen dienaren gemaakt heeft.’
Deze woorden zijn ontleend aan de geloofsbelijdenis van 1537. Calvijn besluit de paragraaf waaruit dit citaat genomen is met een clausule: ‘Want als de herders afdwalen van Gods Woord naar de dromen en denksels van hun fantasie, dan mogen ze niet meer als herders worden ontvangen, maar aangezien ze eerder levensgevaarlijke wolven zijn, moeten ze verjaagd worden, want Christus heeft ons opgedragen uitsluitend te luisteren naar die herders die ons leren wat ze in Zijn Woord hebben gevonden.’ In hoofdstuk 3, paragraaf 4-7 zien we hoe Calvijn onderscheid gaat maken tussen tijdelijke en blijvende ambten. Van de vijf ambten die Paulus in Efeze 4:11 noemt, blijven uiteindelijk de leraar en de herder over als permanente functie in de kerk. Op die manier heeft hij geprobeerd de veelkleurige gegevens van de Schrift te structureren en te vertalen naar de kerkelijke setting van zijn eigen dagen.
ONZE TIJD
Zoals de reformatoren zich geroepen zagen de bijbelse lijnen door te vertalen naar hun eigen tijd, zo staan wij anno 2015 voor diezelfde taak. Ik wil dan ook afsluiten met enkele punten die ons kunnen helpen bij de bezinning op ambt en gemeente in de context van de 21e eeuw.
TOERUSTING
De woorden die prof.dr. H. Jonker schreef in 1983 in zijn boek Theologische praxis hebben nog niet aan zeggingskracht verloren: ‘In deze subjektivistische tijd [dient] voor de objektiviteit van het heil en de ambtelijke bemiddeling opgekomen te worden juist–naar Calvijn–ter wille van de eenheid der kerk. […] De rechte dienst der ambtelijke uitoefening vraagt om de inspraak van gemeenteleden, opent het gesprek, onderhoudt de dialoog en stelt zich niet boven de mensen, maar stelt zich op onder de mensen, te midden van de mensen’ (p.300v).
Voor iedere ambtsdrager en kerkenraad is hier een belangrijke toetssteen aangegeven, namelijk of het ambtelijk werk de toerusting van de gehele gemeente tot dienstbetoon bevordert.
GEZONDEN
Bij de doordenking van de vragen rond gemeente en ambt dienen we ons te realiseren dat we leven en werken in een postchristelijke en postmoderne cultuur. Niettemin is het deze wereld, waarin ook dit jaar het pinksterfeest gevierd is als laatste van de grote feesten die we vieren totdat Christus wederkomt.
In Gods omzien naar deze wereld staat het woord ‘zenden’ centraal. De Vader zendt de Zoon, de Zoon zendt de Geest, de Geest zendt de kerk en de ambtsdragers zijn er met het oog op deze zending. Bij elke ambtelijke ordening is het een zeer aangelegen punt hoe daardoor de verkondiging en verspreiding van het Woord optimaal gerealiseerd kan worden.
De apostel zegt niet slechts: ‘Denk aan uw voorgangers’, maar voegt daar aan toe: ‘die het Woord van God tot u gesproken hebben’ (Hebr.13:7). Ligt daar niet de kern van de ambtelijke dienst en tegelijkertijd de toetssteen–vindt de bediening van het Woord plaats vanuit het besef gezonden te zijn?
ROEPING EN MISSIE
In een tijd van nivellering is het meer dan nodig dat zowel ambtsdragers als gemeenteleden helder zicht hebben op hun roeping en missie. Wie dat beseft, mag bij alle moeiten en zorgen die zich kunnen aandienen, terugvallen op Christus, aan Wie alleen de naam van ‘Hoofd’ toekomt. Hij kent ieders krachten en grenzen.
Calvijn roept ons allen op goed op onze Meester te letten: ‘Ziet u hoe Hij aan elk lichaamsdeel een begrensde en afgebakende taak toebedeelt?’ (Inst.4.6.9). Het is dus geen onmogelijke taak waartoe de Heere roept. Ziende op Hem mogen we vandaag de hand aan de ploeg slaan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 augustus 2015
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 augustus 2015
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's