ONTMOETINGSGESCHIEDENIS
Dr. J.A.B. Jongeneel belicht ruim drie eeuwen zendingswerk
Na een lange zeereis met een VOC-schip arriveerden Antoni Moyaard en Nicolaas Graay rond 1750 in Nederland om theologie te studeren. Zij kwamen uit Batavia (het huidige Jakarta). Antoni Moyaard verdween daarna meteen, niemand weet wat er van hem is geworden.
Ds. J.A.W. Verhoeven is predikant van de hervormde gemeente te Leerdam. Als zendingspredikant diende hij van 1991 tot 1995 de kerk van Guatemala.
Nederlanders hadden in Batavia een seminarie gesticht, waar deze ‘inlandse’ jongens een eerste opleiding hadden genoten, onder andere in het Hebreeuws, Grieks en Latijn. Nicolaas Graay voltooide zijn theologiestudie in Nederland en reisde terug naar Batavia. Daar werd hij aangesteld als predikant. Maar binnen een jaar overleed hij, 25 jaar oud.
ZENDINGSVERHALEN
Deze en talloze andere zendingsverhalen vertelt dr. J.A.B. Jongeneel in zijn laatste publicatie over de geschiedenis van het protestantse zendingswerk, zoals dat vanuit Nederland gestalte heeft gekregen. Vooreerst geeft hij een overzicht tot aan 1917. De bedoeling is dat er een tweede deel volgt over de periode daarna.
Het betreft een historische studie van academisch niveau, maar de heldere opbouw en de vloeiende schrijfstijl maken het boek goed leesbaar voor het geïnteresseerde gemeentelid. Dit boek heeft de allure van een standaardwerk. Het is een handboek, dat wordt afgesloten met handige tabellen en kaarten, een doeltreffende literatuurlijst, een geografisch register, een personenregister en een zakenregister.
ORIGINELE INVALSHOEK
Dr. Jongeneel kiest een originele invalshoek: hij wil zendingsgeschiedenis als ontmoetingsgeschiedenis doorlichten. Hoe hebben Nederlandse theologen en zendelingen door de eeuwen heen nagedacht over andere godsdiensten en geloven? Voetius bestudeerde andere religies. Comenius hoopte dat de Turken zich zouden bekeren tot het christelijk geloof, waarna zij bondgenoten zouden kunnen worden in de strijd tegen het Habsburgse Rijk.
In de zeventiende eeuw schreven Nederlandse theologen toonaangevende studies over het hindoeisme (Rogerius, Baldaeus) en de islam (Simon Oomius). En wat heeft de daadwerkelijke ontmoeting met ‘heidenen, wilden en mohammedanen’ in de praktijk gedaan met christenen in Nederland en overzee?
VIER TIJDVAKKEN
Jongeneel maakt aannemelijk dat zich dan bijna als vanzelf vier tijdvakken aandienen: de tijd van de Verenigde Oostindische Compagnie en de West Indische Compagnie (1601-1793/7), de tijd vanaf de Bataafse Revolutie tot aan de Eerste Wereldoorlog (WO-I) (1795-1917), de periode van WO-I tot het begin van de dekolonisatie (1917-1951), en ten slotte het huidige tijdvak (vanaf 1951) waarin de kerken overzee onafhankelijke partners in de oecumene zijn geworden.
Op donderdag 7 januari hoopt dr. Jongeneel op de predikantencontio van de Gereformeerde Bond te spreken over ‘de islam in het licht van de Reformatie’. Ter voorbereiding hierop bevelen we predikanten de lezing van ‘Nederlandse zendingsgeschiedenis’ aan.
Aan elk van deze tijdvakken wijdt dr. Jongeneel twee hoofdstukken; de helft daarvan zullen later in het tweede deel verschijnen. Eerst vertelt hij hoe er in Nederland over zending is nagedacht, en hoe het zendingswerk is aangepakt. Daarna vertelt hij wat er op het ‘zendingsveld’ overzee is gebeurd.
HANDELSBELANGEN
Het bovenstaande verhaal over de beide studenten Moyaard en Graay werpt licht op allerlei ontwikkelingen. Allereerst laat het ons zien dat het zendingswerk altijd al te maken heeft gehad met grote teleurstellingen.
Verder horen we van opleidingen voor zendingswerkers, zowel in Nederland als overzee. De lezer van dit boek ontmoet christenen die zich enorm hebben ingespannen om Arabisch te leren, of een andere taal. Ik kwam regelmatig onder de indruk van de overtuiging waarmee broeders en zusters het evangelie van Jezus Christus hebben willen verspreiden in de wereld.
Moyaard en Graay waren opgeleid aan een seminarie in Batavia. Zulke opleidingen werden betaald, maar natuurlijk ook gecontroleerd, door de VOC. In de Gouden Eeuw, toen de Verenigde Nederlanden een leidende positie op de wereldmarkt hadden, gingen handelsbelangen en zendingsdrang hand in hand. Udemans verdedigde uitdrukkelijk dat dat beschouwd moest worden als een zegen van God.
ROUTE
Jongeneel documenteert zakelijk. Maar juist daardoor dringen zich beklemmende vragen aan de lezer op. Multinationals als de VOC en de WIC hebben het zendingswerk gefinancierd, maar zij vermengden God en goud, commercie en confessie. Ontmoeting met belijders van andere godsdiensten betekende vooral overheersing. Veel predikanten hebben de slavernij verdedigd, al waren er ook altijd moedige tegengeluiden (o.a. van Voetius en Smytegelt).
De zending volgde de route van de kolonisatie. Dat er desondanks tóch christelijke kerken zijn ontstaan, moet wel gezien worden als een wonder van God. In onze tijd ligt het zwaartepunt van het christendom juist op het zuidelijk halfrond.
SUPERIEUR
Nadat de VOC en de WIC roemloos ten einde kwamen, is het werk van de zending in Nederland meer en meer in handen gekomen van zendingsgenootschappen en interkerkelijke bewegingen. Abraham Kuyper hechtte er aan zendingswerk te zien als kerkelijk werk. Officieel kwam er scheiding van kerk en staat. De economische macht verschoof van Nederland naar Engeland. Zo kwam er meer ruimte voor theologische doordenking. De godsdienstwetenschap kwam op.
Maar ook in de achttiende en negentiende eeuw zag vrijwel iedereen het christendom nog als superieur aan andere culturen. Vanuit het Westen was opvoeding van de volkeren nodig, opdat ook zij tot beschaving zouden komen. Deze periode sluit af met de wereldzendingsconferentie van Edinburgh (1910). Ongeveer gelijktijdig (1917) is in Oegstgeest een gezamenlijke opleiding voor zendingswerkers opgezet. Die beide gebeurtenissen markeren de overgang naar een nieuwe visie op zending.
MACHTSSTRIJD
Deze studie is zuiver historisch van aard. Maar mijn gedachten gingen al lezende steeds naar vandaag. Nederland was al in de zeventiende eeuw een multiculturele samenleving. Ook nu zijn er veel internationale studenten. De huidige spanningen tussen christendom en islam hebben een lange voorgeschiedenis. Zijn het alleen religieuze spanningen? Of is er ook een economische en geopolitieke machtsstrijd gaande? En hoe verhoudt zich dat tot Jezus Christus, Die arm is geworden, en aller dienstknecht wilde zijn?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 augustus 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 augustus 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's