VINCENT VAN GOGH
Ds. G. van Meijeren is hoofd mobiliteitsbureau Predikanten & Kerkelijk Werkers van de Protestantse Kerk.
Dit jaar is het 125 jaar geleden dat Vincent van Gogh overleed. In hoeverre is deze beroemde schilder gelovig gebleven en wat betekende het christelijk geloof voor zijn kunstwerken? Dat wordt verschillend beoordeeld.
DE NIEUWE KOERS
Onder de kop ‘Godzoeker zonder kerk’ gaan Arie Kok en Tjerk de Reus in het mooie zomernummer van De Nieuwe Koers uitgebreid in op Van Gogh als gelovige.
Vincent van Gogh werd in 1853 geboren in een protestants gezin. Zijn vader was predikant in de Nederlandse Hervormde Kerk van het Brabantse Zundert, bij de Belgische grens. Hoewel zeer betrokken bij het kerkelijk leven, was het geen streng calvinistisch milieu. Vader Van Gogh rekende zich tot de Groninger richting, een theologische stroming die op de toepassing van het geloof in het dagelijks leven veel nadruk legde. Bovendien gaven zij veel aandacht aan de ontmoeting met God in de natuur. Twee invloeden die in het leven en in de kunstwerken van Van Gogh duidelijk zichtbaar zijn.
Pas in 1880 besloot Vincent kunstschilder te worden. Hij heeft dan een lange periode van zoeken, twijfelen en vele hele en halve baantjes achter de rug. Als verkoper in de kunsthandel van zijn oom had hij kennisgemaakt met de schilders van zijn tijd. In Engeland werkte hij met probleemjongeren en preekte hij zo nu en dan in de kerk. Zijn pogingen om een opleiding tot evangelist of predikant te volgen, liepen spaak. Men vond hem ongeschikt voor pastoraat en hij ontbeerde een spreektalent.
In een brief aan zijn broer blijkt Vincents intense verlangen om in dienst van het Evangelie te staan, net als veel van zijn voorvaders. Van zijn latere worstelingen was toen nog niet zoveel te merken. ‘Ik heb zulk eene begeerte mij eigen te maken den schat van het woord van den Bijbel, al die oude verhalen grondig en met liefde te kennen, vooral te kennen wat wij weten van Christus. (…) Hun God zij mijn God en hun volk mijn volk, dat dit mijn deel moge zijn: Christus te leeren kennen in Zijn volle waarde en te worden gedrongen door Zijne liefde.’ (23 maart 1877). De periode dat hij als evangelist in de Waalse mijnstreek de Borinage werkte, liep op een mislukking uit. Zijn identificatie met de armoedige mijnwerkers was zo radicaal, dat maakten zijn opdrachtgevers niet mee.
Veel kenners zien de beslissing van Vincent om schilder te worden als het moment waarop hij breekt met het geloof. Zijn roeping om predikant of evangelist te worden hing hij op dat moment inderdaad in de wilgen. En in de kerk zien ze hem niet meer. Maar is hij daarmee ook een ongelovige geworden? Zijn schilderijen zijn op dit moment moeilijk eenduidig te interpreteren. Illustratief is het schilderij ‘Stilleven met een open Bijbel’. Van Gogh maakte het in het najaar van 1885, toen zijn vader overleed. Op het schilderij ligt de Bijbel open bij Jesaja 53, het bekende hoofdstuk over de lijdende dienaar van de Heer, een oudtestamentische gestalte van Christus. De kaars is gedoofd. De roman La joie de vivre van Emile Zola ligt er dichtgeslagen naast. Vaak wordt aangenomen dat het de Bijbel van zijn vader was. Dat de leesbare teksten herkenbaar in het Frans zijn, is in dat verband opmerkelijk. Wat heeft Van Gogh willen zeggen? Probeerde hij de wereld van de Bijbel te verbinden met de moderne cultuur? Of had de Bijbel van zijn jeugd plaatsgemaakt voor het werk van de naturalistische schrijver Zola?
De Reus en Kok laten onder anderen Wouter van der Veen aan het woord, een kenner van het werk van Van Gogh die zich heeft beziggehouden met de paar duizend brieven die hij schreef. Van der Veen stelt dat Van Goghs ontwikkeling van evangelist naar kunstenaar geen breuk betekende. Hij spreekt van verschillende fasen.
‘Natuurlijk, Van Gogh wijst de kerk af. Het evangelie dat hij als prediker verkondigde, vormt niet de ‘inhoud’ of de ‘verborgen boodschap’ van zijn kunst – hij heeft immers afstand van de kerk genomen. De christelijke terminologie is naar de achtergrond verdwenen, maar zijn insteek blijft dezelfde. Van Gogh is erg betrokken bij de lijdende mens. Hij is gefascineerd door menselijke misère. Maar niet als een wereldverbeteraar. Van Gogh schilderde de mens met zijn pijn, zijn tekorten en zijn lijden omdat dit hem op zichzelf diep raakte. Hij was dus geen revolutionair type, dromend van een maatschappelijke verandering.’
Dat klinkt vreemd. Wie ellende ziet bij een medemens, wil toch een oplossing? Nood vraagt om leniging. ‘Van Gogh is soms een moeilijk te vatten persoonlijkheid,’ weet Van der Veen. ‘Wat dit punt verheldert, zijn uitgerekend de overeenkomsten met het christendom waarin hij opgroeide. Daarin is het lijden een gegeven. Lijden is iets waarin het heil van God schuilt. Van Gogh kende het bekende boek Navolging van Christus van Thomas a Kempis heel goed. Hierover schrijft hij geregeld in zijn brieven. Volgens A Kempis komen de troost van het geloof en het geluk dat je ervaart in de verbondenheid met God níet op de eerste plaats, maar die zijn ‘slechts’ een gevolg van de deelname aan het lijden. Dus het lijden is er eerst, als de eigenlijke werkelijkheid van navolging van Christus.(…)’ Wat was de ‘drive’ van Van Gogh? Die heeft alles te maken met menselijke misère en troost, zegt Van der Veen. ‘Van Gogh hoopte dat zijn kunstwerken troost zouden uitstralen. Mensen die lijden, eenvoud en nederigheid in zijn schilderijen herkenden, zouden iets als troost kunnen ervaren. De troost van de herkenning, zou je kunnen zeggen.
Daarop hoopte hij.’
PROTESTANTS ZUNDERT
Van der Veen ziet dus een grote eenheid in het denken van Van Gogh, ook al wees deze de kerk en de ‘God van de dominees’ af. Ondanks deze continuïteit ziet Van der Veen bij Van Gogh geen ruimte om zijn schilderijen christelijk te interpreteren. Iets wat ds. Ch. Inkelaar-de Mos op de website van de protestantse gemeente Zundert nuanceert:
Vandaar dat het geheel denkbaar is dat Vincent nog steeds door het evangelie geboeid werd en dat ook in zijn schilderijen tot uitdrukking probeerde te brengen. Op een andere manier dan vroeger, in zijn jonge jaren. Niet met woorden maar met beelden. Zijn schilderijen vertolken het licht. En dat licht staat voor Vincent niet los van de opgestane Christus. In een brief van 8 april 1877, verwoordt Vincent een bijzondere ervaring. Je zou het zijn Paasbrief kunnen noemen. Het spreekt over Pasen, de natuur in de omgeving van Zundert en het kerkhof bij de kerk.
‘Zaterdagavond vertrok ik met de laatste trein uit Dordrecht naar Oudenbosch en wandelde vandaar naar Zundert. Daar in de hei was het zo mooi, al was het donker, kon men toch onderscheiden hoe die heivlakte en mastbossen en moerassen zich heinde en ver uitstrekten. Het deed mij denken aan de plaat van Bodmer, die op Pa’s studeerkamer hangt. De lucht was grauw, maar de avondster scheen tussen de wolken door en nu en dan zag men ook andere sterren. Het was nog zeer vroeg toen ik te Zundert op het kerkhof kwam, waar het zo stil was. Ik ging nog eens zien naar al de oude plekken en paadjes en wachtte het opgaan van de zon af. Gij kent het verhaal van de Opstanding, alles herinnerde mij daar deze morgen aan op dat stille kerkhof.’
Ook interessant is een citaat uit een preek die hij als 23-jarige in Londen hield, (oktober 1876) vooral omdat dit een minder bekend aspect van Vincent van Gogh is. (…) Deze preek ging over Psalm 119 vers 19: ‘Ik ben een vreemdeling op aarde…’
‘Het is een oud geloof, en het is een goed geloof, dat ons leven een pelgrimage is, dat wij vreemdelingen op aarde zijn. Maar al is dit zo, dat we niet alleen zijn, want onze Vader is met ons. Wij zijn pelgrims, ons leven is een lange wandeling of reis van de aarde naar de hemel. … Het einde van onze pelgrimage is het binnengaan in ons Vaders huis waar vele woningen zijn, waar Hij ons is voorgegaan om een plaats te bereiden…’
‘Wij zijn pelgrims op aarde en vreemdelingen- wij komen van ver en we gaan ver. De reis van ons leven gaat van de liefhebbende borst van onze moeder op aarde naar de armen van onze Vader in de hemel. Alles op aarde verandert- wij hebben geen blijvende stad hier- het is de ervaring van iedereen.’
Het thema van het vreemdelingschap, het pelgrim-zijn, hield Vincent al jong bezig, en mijns inziens is dat gedurende zijn hele leven zo gebleven. Hij werd vaak beschouwd als zonderling, zijn schilderijen werden gedurende zijn leven niet verkocht, maar in onze tijd is hij bijna geworden tot een soort profeet, met zijn weergave van de werkelijkheid. Met zijn weergave van het licht.
Over Van Gogh (en zijn geloof ) valt veel te lezen. Maar je moet hem natuurlijk vooral zien. Misschien mag het niet van Wouter van der Veen maar zelf ben ik geraakt door het schilderij de amandelbloesem (1890): tere bloesem tegen een helderblauwe lucht. Een beeld van Pasen - een begin, teer en broos, maar voorgoed begonnen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 september 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 september 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's