De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

‘IK BEN DIE IK BEN’

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

‘IK BEN DIE IK BEN’

Godsbeeld [2, in het Oude Testament]

8 minuten leestijd

Welk beeld hebben we van God? Dat is een vraag van het allergrootste gewicht. Deze week: het beeld van God dat uit het Oude Testament naar ons toe komt.

Ds. A.L. van Zwet is predikant van de hervormde gemeente te Putten.

Het Oude Testament zet in met de werkelijkheid dat God ‘is’. We vinden aan het begin van de Bijbel geen ingewikkelde bewijsvoering en evenmin een diepzinnig betoog. God staat aan het begin en Hij openbaart Zich. Hij laat Zich kennen als de levende God, Die spreekt en het is er, en als Degene Die gebiedt en het staat er (Ps.33:9). De God van de Bijbel is geen statische en onbewogen God. Hij laat Zich kennen in Zijn daden. Hoe zouden we anders ooit iets van God weten en kunnen zeggen?

Achter Gods openbaring zit Zijn goedheid. Dat brengt mensen tot verootmoediging en verwondering. Dat is bepalend voor ons denken en spreken over Hem. Het gaat in de Bijbel niet om een afstandelijk spreken over God maar over een gelovig getuigen van God, Die Zich voortdurend openbaart.


GESPREKSVRAGEN

• Wat is de waarde van het Oude Testament voor de kennis van de levende God?

• In de tweede eeuw na Christus verkondigde Marcion dat de wraakzuchtige God van het Oude Testament niet dezelfde was als God de Vader van Jezus Christus, Die naastenliefde voorstond. Deze leer werd als dwaling afgewezen. Wat zou de reden daarvan zijn geweest?

• Als u/jij in enkele woorden het godsbeeld in het Oude Testament zou moeten typeren, Wie is Hij dan?


Wanneer God ‘is’, dan betekent dat: Hij is blijvend, duurzaam en trouw. Zo is Hij geheel anders dan de afgoden die het product zijn van sterfelijke mensen. De veelheid van afgoden staat tegenover de eenvoud van God. In Deuteronomium 6:4 lezen we: ‘Luister, Israël! De HEERE, onze God, de HEERE is één.’ In deze belijdenis gaat het er niet alleen om dat God de enige God is, maar dat Hij Eén is in Zijn wezen en in Zijn daden. Daarom mogen we zeggen dat Hij ‘eenvoudig’ is. In Hem zijn geen donkere kanten en in Zijn daden zit een duidelijke lijn. Het gaat steeds om de glorie van Zijn Naam en de verlossing van Zijn volk.

GOD VAN HET LEVEN

De levende God schept mensen, en niet andersom. De mens heeft het leven te danken aan de scheppende God. Zoals hij ook het leven te danken heeft aan de verlossende God. Ten diepste is er geen leven denkbaar zonder God. Deze lijn loopt door heel de Bijbel heen. Ook het Nieuwe Testament begint met het getuigenis over het leven dat uit God is. Het slot van de Bijbel spreekt over de rivier van levend water.

Wanneer we spreken over het leven dat in God is en dat van God uitgaat, dan gaat het om zowel kwantiteit als kwaliteit. Kwantitatief heeft God een leven zonder begin en zonder eind. Hij is de eeuwige God. Vóór Hem was er niemand en na Hem komt niemand.

Kwalitatief heeft God een leven dat volmaakt is. Het is niet onderworpen aan de tijd, aan de dood, aan de duisternis en aan de vijanden.

Beide zaken komen samen in de woorden van Mozes die staan in Exodus 30:20: Want Hij is uw leven (kwaliteit) en de verlenging van uw dagen (kwantiteit). Het leven los van God is ten diepste geen leven maar is de dood. Al voor de zondeval heeft God gezegd dat ongehoorzaamheid aan Zijn wil betekent ‘de dood sterven’ (Gen.2:17, in de Statenvertaling). Dat betekent verderf, eenzaamheid, angst en sterven.

Dat God spreekt over de dood wil niet zeggen dat de dood bij God hoort. De dood hoort bij de zonde die scheiding brengt tussen de levende God en de door Hem geschapen mens.

De keerzijde is: waar de omgang met God wordt hersteld daar is het leven. Voor de omgang met God wordt in het Oude Testament de vaak voorkomende uitdrukking gebruikt van ‘de vreze des Heeren’. We lezen in Spreuken 14:27: ‘De vreze des HEEREN is een bron van leven.’ Daarin wordt het leven tot een eenheid herschapen. Als God Eén is dan dient het leven van Zijn volk ‘één’ te zijn. Vandaar de bede in Psalm 86:11: ‘Maak mijn hart één om Uw Naam te vrezen.’

VERBOND

Het leven zoals God het bedoeld heeft, komt op een indrukwekkende wijze aan de orde in het verbond dat Hij sluit met mensen. Hij is de God van Abraham, Izak en Jakob (Ex.3:6). In Zijn verkiezende liefde zoekt Hij mensen op en toont hen Zijn gunst. Hij sluit een verbond van eeuwige vriendschap (Dr. J. Hoek en dr. W. Verboom: Eeuwige vriendschap. Om de waarde van Gods verbond). Hij neemt daartoe het initiatief en Hij blijft trouw aan Zijn verbond. De Naam waarmee de levende God Zich bekendmaakt aan Zijn verbondsvolk is de naam ‘IK BEN DIE IK BEN’. Wij vertalen dat met de Godsnaam ‘HEERE’. Daarmee geeft God aan dat Hij ‘eeuwig is in wezen, getrouw in Zijn beloften en alvermogend in haar uitvoering’ (kanttekeningen bij de Statenvertaling). In de verbondsrelatie komen we de onder andere de volgende beelden tegen:

• Vader: ‘Want Ik ben Israël tot een Vader, en Efraïm – Mijn eerstgeborene is hij’ (Jer.31:9).

• Herder: ‘Zoals een herder op zoek gaat naar zijn kudde op de dag dat hij te midden van zijn verspreide schapen is, zo zal Ik op zoek gaan naar Mijn schapen. Ik zal ze redden uit alle plaatsen waarheen ze verspreid zijn op de dag van donkere wolken (Ezech. 34:12).

• Man (in een huwelijk): ‘Op die dag zal het gebeuren, spreekt de HEERE, dat u Mij zult noemen: mijn Man, en Mij niet meer zult noemen: mijn Baäl!’ (Hos.2:15). Door alles heen schittert de liefde van de God, de HEERE, om met Zijn volk in vriendschap te leven. Dat gaat door een geweldige worsteling heen. Juist op de donkerste momenten (onder andere de ballingschap) toont de HEERE Zijn eenzijdige liefde en maakt Hij een nieuw begin. In Zijn toorn gedenkt Hij aan Zijn ontferming (Ps.103:9; Hab.3:2).

ONTMOETINGEN

In de verbondsrelatie blijft God de heilige God en de mens blijft mens. In het Oude Testament gaat het voortdurend om nabijheid en afstand. De HEERE komt dicht bij de mens, maar de ‘huiver’ voor de Heilige blijft. Wanneer Abraham bidt voor Sodom zegt hij: ‘Zie toch, ik heb het aangedurfd [‘onderwonden’, SV]) om tot de Heere te spreken, hoewel ik stof en as ben’ (Gen.18:27) Calvijn schrijft in zijn commentaar op deze tekst: ‘Want wat is een sterveling, dat hij met God zou onderhandelen? (…) Men merke op dat Abraham, hoe dichter hij tot God nadert, des te beter gevoelt, hoe ellendig en verwerpelijk de staat van de mens is. Want het is alleen de glans van Gods heerlijkheid, die de mens ontdoet van hun dwaas en vermeend vertrouwen en met schaamte verplettert en volkomen vernedert. Wie dus bij zichzelf schijnt iets te zijn, laat die de ogen opslaan tot God en terstond zal hij bekennen, dat hij niets is (Commentaar op Genesis, 396).

Daarnaast zijn er meerdere momenten waar het in de ontmoeting tussen de God en mensen ‘vonkt’. Daarbij denken we aan gebeurtenissen die veel vragen oproepen. Vragen die eerder te stellen zijn dan te beantwoorden. Ik noem:

• 2 Koningen 2: 23–25: Nadat kleine jongens de profeet Elisa hebben bespot worden zij verscheurd door beren.

• 1 Kronieken 13:1–11: Uzza strekt zijn hand uit om de ark te grijpen, omdat de runderen struikelden. Hij wordt met de dood gestraft.

STRAF

Beide gebeurtenissen roepen de vraag op of God niet te streng straft. Staat de straf in verhouding met wat wordt gedaan? Al snel ontstaat het beeld van de harde en onrechtvaardige God. Juist dan is het goed om de hoofdlijn vast te houden: De levende God is Eén en het leven met Hem is één.

Er is geen plaats voor een eigen gekozen manier van geloven. Wie God op een eigen manier wil dienen, zal geen leven hebben. In 1 Kronieken 13 werd de ark geladen op een kar (zoals de heidenen deden) en niet gedragen, zoals de Heere had bevolen. Met alle gevolgen van dien.

GOD DOET RECHT

Het Oude Testament eindigt met een vraag: Heeft het dienen van God nut? Een vraag die in het algemeen bij mensen opkomt maar die in het leven van hen die de HEERE vrezen een geweldige aanvechting geeft. De goddelozen lijken gelukkiger dan wie God vrezen. Maar de God van de schepping is ook de God van de herschepping. De dag des HEEREN komt. Op die dag zal God recht doen. De Zon der gerechtigheid zal opgaan en onder Zijn vleugelen zal genezing zijn (Mal. 4:2). Dan zal heel de schepping weer paradijs zijn. Verzadigd met Zijn beeld (Ps.17:15).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 september 2015

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

‘IK BEN DIE IK BEN’

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 september 2015

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's