De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

LAST EN ZEGEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

LAST EN ZEGEN

Pastoraat – ambtsdrager en gezin [1]

8 minuten leestijd

In veel gemeenten bereidt de kerkenraad binnenkort weer ambtsdragersverkiezingen voor. Zittende broeders denken na over een eventuele herverkiezing. De meesten zijn gehuwd en vader. Wat weegt mee in de besluitvorming en hoe zit het met hun gezinnen?

Ds. J. Belder uit Dordrecht is emeritus predikant (jbelder@kliksafe.nl).

Een predikant weet zich door God geroepen voordat hij de weg tot het ambt inslaat. Hij bereidt zich door middel van studie aan universiteit, seminarie of theologische school voor om in de gemeente te mogen gaan dienen. Niet heersen, maar dienen. Dat is eigen aan ieder ambt.

OP DUBBELTAL

Ouderling of diaken word je niet via de weg van studie. Je bereidt je er niet langzaam op voor. Plotseling is er dat telefoontje van de scriba. ‘U bent verkozen tot…’ of: ‘U staat op dubbeltal voor…’

De onrust slaat toe. Niet alleen bij de kandidaat-ambtsdrager, maar ook bij zijn gezinsleden. Vaker dan vroeger komt het voor dat iemand al gelijk aangeeft niet op dubbeltal te willen staan of een verkiezing niet in overweging te willen nemen.

Daar kunnen zwaarwegende argumenten voor zijn, maar die moeten er dan ook wel écht zijn. We hebben het niet over ‘een baantje’ of een ‘functie’, maar over een ambt door God gewild en ingesteld in de gemeente. Híj roept tot het ambt door middel van de gemeente.

Hoe bijbels gegrond het stellen van een dubbeltal ook is, er valt op de verkiezingsavond altijd een broeder af. Het luistert nauw om daar op de goede wijze mee om te gaan. Zowel door predikant en kerkenraad als door gemeente en betrokkene zelf en zijn gezin. Verdrietig als niet-verkozen worden leidt tot weg groeien bij de gemeente vandaan, omdat je je gepasseerd voelt. Dat getuigt van een ongeestelijke houding.

BESLISSINGSTIJD

Wie verkozen is, krijgt een beslissingstijd. Nog niet zo lang geleden was het bijna vanzelfsprekend dat de verkozene zijn verkiezing aannam. Bedankte hij, dan werd naar reden en motief geïnformeerd. Tot op de dag van vandaag belijden we dat je ‘door de gemeente, mitsdien [daarom, dus] door God Zelf tot deze heilige dienst geroepen’.

Niettemin hebben we ons rekenschap te geven van de menselijke component die meespeelt. Ik bedoel: waarom werd deze broeder benoemd? Waarom neemt hij zijn benoeming aan, of niet aan? Hopelijk spelen kerkpolitieke motieven, ingegeven door behoudzucht of vernieuwingsdrang geen enkele rol. In het ambt dienen we niet een belangengroep in de gemeente, maar Christus. Dat roept ons steeds weer op tot zelfverloochening.


VERRIJKING

‘In het algemeen is het ambt goed voor een gezin. Het laat zelfverloochening en opoffering aan de kinderen zien, en toewijding aan de dienst van de Heere. Er gaat veel meer van uit dan van materialisme. Mits met goede prioriteitsstelling (gezin is nummer één), krijgen de kinderen onbewust een goed voorbeeld voor later mee. Het ambt verrijkt een gezin, en is dus een voorrecht.’ (GM)


AANVECHTING

God dienen in het ambt. Kan ik dat wel? Ben ik daar wel de juiste man voor? Hoe is mijn verhouding tot de Heere? Welke serieuze ambtsdrager kent die aanvechtingen en strijd niet? Heen en weer geslingerd worden tussen niet te kunnen en wel te moeten?

Wie het bevestigingsformulier en de profielschetsen voor ambtsdragers in het Nieuwe Testament serieus neemt, kan al snel verzuchten: ‘Maar, Heere, wie ben ik en wat is mijn huis…?’ Ja, ook dat laatste.

Toen in een kerkenraadsvergadering 1 Timotheüs 3 werd gelezen, riep één van de broeders ontzet uit: ‘Mannen, ik kan wel naar huis gaan.’ De anderen vielen hem spontaan bij. Gelukkig maar. Misschien moeten we harder schrikken wanneer we hier niet meer van schrikken, omdat we onszelf de veren op de hoed gestoken hebben.

VOLDOENDE TIJD

Er borrelen nog andere prangende vragen op. Kan ik voldoende tijd vrijmaken voor het ambtelijke werk in de gemeente? Heb ik er de kracht en de gezondheid voor? Dat kunnen dooddoeners zijn, maar even zo goed ook oprechte en dus legitieme vragen.

Je spreekt erover met je vrouw. Misschien wel met je kinderen, met je oude, wijze vader en de dominee. En niet in de laatste plaats met God.

Soms werpt de echtgenote de nodige bezwaren op. Waarom? Of – en dat gebeurt ook – waarom dringt een vrouw er bij haar man op aan dat hij deel gaat uitmaken van de kerkenraad? Het blijft nodig onze drijfveren en motieven telkens weer tegen het licht van de Schrift te houden.

TAAK THUIS

In steeds meer gemeenten wordt het moeilijker om geschikte ambtsdragers te vinden. Dat kan een teken zijn van ernstige geesteloosheid. Tegelijkertijd is het een feit dat dertigers en veertigers hun handen vaak al meer dan vol hebben. Het is eerder regel dan uitzondering dat in die generatie beiden, man én vrouw, volop actief zijn in arbeid buitenshuis. Niet zelden ook nog eens (ver) buiten de eigen woonplaats.

Werk en gezin strijden om de aandacht. Onderschatten we ook niet wat het vandaag vergt om een gezin in goede banen te leiden. Ligt daar niet onze eerste verantwoordelijkheid? Kan en mag ik het mijn gezin aandoen om na de maaltijd opnieuw de deur uit te gaan? Verwaarlozing van onze taak thuis kan grote gevolgen hebben.

DRUK VAN BUITENAF

Daar komt bij dat het ambtelijk werk in de gemeente er niet eenvoudiger op geworden is. Er komt veel op de kerkenraadstafel waar de broeders iets mee moeten doen. Vanuit de gemeente zelf en van daarbuiten.


PRAKTISCHE INVULLING

‘Mijns inziens is er voor een echtgenote een bescheiden rol weggelegd en is het in eerste instantie een zaak tussen de geroepen broeder en zijn God. Dat neemt niet weg dat overleg over de praktische invulling wel een puntje is. Daarin maakt het, denk ik, ook nog verschil hoe groot de kinderen zijn, hoeveel er zijn, en of er probleemkinderen zijn. Als je huwelijk goed is en je van je man houdt, zul je als vrouw proberen hem zo veel mogelijk te steunen.

Mijn man is wel vaker dan twee avonden per week weg, zeker in de winter. Maar de momenten dat hij er is, koesteren we en genieten we ervan; ik en onze kinderen. In de zomer is hij overigens veel vaker een avond thuis.’ (Mw. GvdK)


Er is in kerkelijk Nederland veel gaande, zeker in onze hervormde gemeenten sinds 2004. Discussies over bijbelvertalingen, de manier van zingen, alleen psalmen of mogen er ook liederen worden gezongen? Kinderdoop en/of geloofsdoop? Zondag of sabbat? En meer nog. Het zoeken van een weg tussen verwarring en verstarring, en het vinden van draagvlak daarvoor in de kerkenraad en de gemeente maken het ambt zwaar.

Ook de landelijke organen weten ons bezig te houden. Als we niet oppassen zijn we eindeloos in de weer met secundaire zaken en komt de opbouw van de gemeente – met name via het pastoraat – op het tweede plan.

TOEGENOMEN MONDIGHEID

De toegenomen mondigheid gaat ook onze gemeenten niet voorbij. De gemeente legt zich niet zomaar neer bij het beleid en de besluiten van de kerkenraad. Gedraagt zij zich als luis in de pels, dan hoeft dat niet op voorhand verkeerd te zijn. Feit is evenwel dat het ambt ook onder ons sterk aan gezag heeft ingeboet.

In 2001, verscheen een alarmerend rapport, geschreven door theoloog H.P. de Roest, over het breken van oud-ambtsdragers (en hun gezinnen) met de kerk. Gevolg van beschadiging en diepe teleurstelling tijdens de ambtelijke dienst. Dit speelde niet alleen buiten de hervormd-gereformeerde kring. Een reden te meer om dat signaal vooral serieus te nemen.

ZINLOZE VERGADERINGEN

God roept tot het ambt, maar Hij overvraagt ons niet. Dus moeten we ook onszelf en elkaar niet overvragen. Het kan van wijsheid en pastorale zorg getuigen wanneer een kerkenraad een broeder ‘uit de wind houdt’. Zijn naam ‘even’ parkeert.

Hoe het ook zij. Het ambt doet een aanslag op onze tijd. Hebben we onszelf ervoor over? En hebben we als vrouw onze man ervoor over? Sta ik hem zonder mokken iedere week één of twee avonden af voor het werk in Gods Koninkrijk? Is het de liefde van Christus die mij bereid maakt tot dit offer? Dan zal ik meer ontvangen dan ik geef.


HANDVATTEN

• God roept tot het ambt via de gemeente.

• Het ambt is geen functie.

• Dienstwerk in de gemeente mag best wat kosten.

• Ambtsdragers heersen niet, maar dienen.


Laten de broeders zuinig zijn op hun tijd. Er wordt te veel van vermorst in zinloze vergaderingen. Maximaal twee avonden per week voor het kerkenwerk lijkt mij een goede verdeling tussen gezin en kerk. Sommigen van ons hebben wel erg veel extra taken naast hun dagtaak en gezin. Waarom moet één man dat allemaal doen? Gaat het om het Koninkrijk van God of om mijn eigen koninkrijkje?

ZEGEN

Het bovenstaande nog eens overwegende, mag niet de indruk zijn gewekt dat het ambt meer een zaak van zuchten dan van zingen is. Tegenover alle nare ervaringen staan gelukkig veel vreugdevolle momenten.

Laten we van dat laatste vooral onze gezinnen deelgenoot maken, voor zover dat niet in strijd is met onze geheimhoudingsplicht. Vrouw en kinderen moeten in geen geval met boze gedachten en tegenzin in de kerk of in het catechisatielokaal zitten.

Weet je je als ambtsdrager gezegend, dan zal je gezin in die zegen delen. In het bevestigingsformulier staat: ‘Heb Christus lief.’ Wanneer dat het geval is, zal dat ook de toon zetten in ons gezin.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 september 2015

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

LAST EN ZEGEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 september 2015

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's