HEILIG EN GENADIG
Godsbeeld [5, bij de reformatoren]
Welk beeld hebben we van God? Dat is een vraag van het grootste gewicht. Deze week over het godsbeeld dat van de zestiende-eeuwse reformatoren Luther en Calvijn.
Ds. M. Kreuk is predikant van de hervormde streekgemeente Noordhorn-Saaksum.
In alle eeuwen van het bestaan van de kerk hebben mensen zich een beeld gevormd van de God van de Bijbel. Als we bronnen uit de verschillende eeuwen naast elkaar zouden leggen, ontdekken we dat iedere tijd hierin zijn eigen accenten legt. Vanwege het grote belang van hun theologie in het algemeen kijken we naar het godsbeeld van de reformatoren. Hoe hebben Maarten Luther en Johannes Calvijn over God gedacht en gesproken? Waar legden zij het accent?
HEILIG EN GENADIG
Voor een antwoord op deze vragen, kunnen we goed terecht in hun preken. Voor beide reformatoren was de verkondiging van het Evangelie in de samenkomst van de gemeente het meest belangrijke spreken over God. Daarin drukte zich alles uit wat zij dachten en geloofden. Daarin ontvingen zij grote vrijmoedigheid, ook in hun bewoordingen. Als we bijvoorbeeld letten op hoe zij hebben gepreekt over de belangrijke bijbeltekst Micha 5:1 (‘En u, Bethlehem-Efratha, al bent u klein onder de duizenden van Juda, uit u zal Mij voortkomen, Die een Heerser zal zijn in Israël. Zijn oorsprongen zijn van oudsher, van eeuwige dagen af’), dan valt op dat beide reformatoren onze God kennen als een God Die tegelijk heilig en genadig is. In de preek van Luther is er ook veel aandacht voor Gods tegenstander, de duivel.
GESPREKSVRAGEN
1. Maarten Luther wist zich een mens ‘tussen God en duivel’. In hoeverre zijn wij ons bewust van de strijd die een christen heeft met de ‘brullende leeuw’ (1 Petr.5:8)?
2. Johannes Calvijn schroomde niet om in zijn preken recht te doen aan het feit dat God zondaars zal straffen. In hoeverre is er in onze preken ruimte voor dat besef?
3. Dat Calvijn recht doet aan de richtende zijde van Gods werk komt mede doordat hij met zijn gemeente van vers tot vers door de bijbelboeken heenging. Kan het zijn dat ons gebrek aan lectio continua samen met onze voorkeur voor ‘fijne’ en ‘mooie’ bijbelteksten ons godsbeeld doen kantelen?
LUTHER
Zo legt Luther in zijn preek, die hij hield op 6 januari 1532, de nadruk op het feit dat het Koninkrijk van Christus een geestelijk Koninkrijk is, zonder de macht en het geweld die aardse koninkrijken en ook het rijk van de duivel vaak kenmerken.
Door de keuze voor het geringe Bethlehem en de openbaring van Christus in de gestalte van een arm bedelaarskind neemt God ‘alles wat tiranniek’ is ‘uit de ogen weg’. Christus is niet als de koningen die je vindt op de kastelen, voor wie je moet vrezen en schrikken, die met het zwaard regeren en de mensen er met wetten onder houden. Christus is ook niet als de duivel, die mensen richting de zonde drijft en ze in de hel stoot, die schrik aanbrengt, vertwijfeling en verblinding.
‘EIN GÜTIGER HERR’
Het is eerder Christus’ bedoeling om je van zonde te verlossen en je met gerechtigheid te versieren, zegt Luther. Om je in plaats van de dood het leven te geven, je te helpen met vroom te worden van binnen, en je in plaats van treurigheid blijdschap te brengen, en zaligheid.
Terwijl de duivel je Hem soms kan voorstellen alsof Hij op je toornt, tekent de profeet Micha Christus als een vriendelijke Meester (ein gütiger Herr), Wiens heerschappij goed is, Die helpt, redt en troost en Die ook in het laatste oordeel allen die op Hem hebben vertrouwd, zal bijstaan.
OVERWINNAAR VAN DE DUIVEL
In de tweede helft van zijn preek gaat Luther in op het slot van de tekst: ‘Zijn oorsprongen zijn van oudsher, van eeuwige dagen af.’ Hier blijkt dat Christus niet pas ‘is geworden’ toen Hij in Bethlehem werd geboren. Wel wérd Hij daar in alle werkelijkheid geboren, als waarachtig mens uit de maagd Maria. Maar Zijn oorsprong ligt in de dagen van de eeuwigheid. Hij is uit God geboren en daarom ook Zelf waarachtig God.
Het menselijke verstand kan deze waarheid niet bevatten. Toch ligt ook hier een diepe troost. Want als Christus alleen een waarachtig mens was geweest, zou Hij evenals wij allen door de duivel zijn belaagd en overwonnen. Maar nu is de duivel ‘in zijn eigen kunst gevangen’. Want toen de duivel dacht: hier komt een arme timmermanszoon, ik zal hem doden als de anderen, en hij Christus naar het kruis bracht, werd hij juist zo door Hem, Die ook God is, verslagen.
BIJ DE KRIBBE BEGINNEN
Ten slotte merkt Luther op dat de profeet Micha bij de geboorte in Bethlehem begint en pas daarna over de eeuwigheid spreekt. Dat moeten wij ook doen. Wij moeten ons aan de kribbe houden, aan het Kind Dat Maria aan de borst voedt, om Hem beter te leren kennen. Keren we de volgorde om en willen we beginnen in God, in hoe Hij de wereld regeert, en in de ‘werken van Gods hoge majesteit’, dan zullen we snel de hals breken.
Het is als het bouwen van een dak voordat je het fundament hebt gelegd. We moeten onderop beginnen en God ‘laten doen wat Hij doet’ in Christus. Heb je Hem eenmaal in Zijn mensheid gevat, geloof dan verder in wat de tekst ook nog zegt. Want zo zul je veilig zijn ‘in de hoede van het vlees en bloed van deze mens’, Jezus Christus.
CALVIJN
Als Johannes Calvijn een kleine twintig jaar later, op dinsdag 23 december 1550, op zijn beurt een preek houdt over deze woorden, brengt hij ze in verband met de context in het boek Micha en met het leven in de stad Jeruzalem. Calvijn begint over God te spreken als over ‘onze hemelse Vader, Die ons voedt’ en Die het in Zijn ‘onschatbare goedheid’ zo maakt dat alle dingen die wij van Hem ontvangen tot ons heil mogen dienen.
Het is dan wel zo dat de Heilige Schrift ons beveelt dat wij ons leven zullen wijden aan God, ‘opdat Hij zal worden geëerd en gediend’, en opdat wij het goede ook zullen aanwenden tot heil van onze naasten. Doen wij dit niet − gaan we denken dat de wereld voor onszelf alleen geschapen is en worden we wreed − dan moeten we er op bedacht zijn dat alle rijkdom ons eens zal ontvallen. Want voor God blijft niets verborgen en Hij zal de zonden van roverij en marteling straffen.
DIE HET VERBOND HANDHAAFT
Terwijl de stad Jeruzalem om deze dingen een moeilijke tijd zal tegemoet gaan, waarin de goddelozen worden gestraft en de rechtvaardigen daar mede onder lijden, dan zal de stad toch niet ophouden de kerk des HEEREN te zijn. Want God zal Zijn verbond handhaven. Door de bestraffingen heen zal Hij toch voorzien in het goede en in het heil, namelijk vanuit Bethlehem.
Dat God voor dat geringe plaatsje kiest, is omdat Hij ons wil laten zien dat Jezus Christus niets uit deze wereld heeft genomen om ons daarmee te verlossen. Heel onze redding kan alleen aan Hemzelf worden toegeschreven. ‘Laten we dus concluderen dat in ons niets dan zonde en slechtheid is, maar dat Jezus Christus ons door de zuivere goedheid van God geheel voorziet in alles wat wij maar kunnen hopen en verwachten.’
DIE DE KERK BEWAART
Zich zeer bewust van de kwetsbaarheid van Gods kerk op aarde, trekt Calvijn ten slotte nog een les uit de oude profetie. Soms neemt God ook van Zijn kerk alle mogelijkheden weg en beleven de vromen allerlei afbraak. Maar God werkt op wonderlijke wijze. ‘Zoals Jezus Christus, Die de Redder der wereld is, werd geopenbaard in Bethlehem, waar Hij geen gedaante of heerlijkheid had, zo zal onze Heere ook Zijn kerk verhogen, ook al staan haar zaken er slecht voor en lijkt het alsof ze geheel is verslagen en geruïneerd. Hij zal haar doen bloeien en triomferen.’
De God van de reformatoren: Hij is een heilige God, Die de schuldige niet voor onschuldig houdt en Die gediend wil zijn. Hij is een God die volkomen verlost, door het geloof in Zijn Zoon alleen. En Hij is een God die Zijn kerk bewaart, dwars door de verdrukking heen. ‘Niemand hoeft nog verder te zoeken’ (Calvijn).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 oktober 2015
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 oktober 2015
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's