De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE SCHEPPING EN WIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE SCHEPPING EN WIJ

8 minuten leestijd

Ds. G. van Meijeren is hoofd mobiliteitsbureau Predikanten & Kerkelijk Werkers van de Protestantse Kerk.

‘Wij hebben Gods natuur gepacht/ en nooit meer om de huur gedacht.’ Deze twee regels vertellen een verhaal dat zich steeds weer herhaalt en dat in onze tijd alarmerende vormen heeft aangenomen. Muus Jacobse gaf de regels een plaats in een lied dat hij maakte bij de gelijkenis van de pachters in de wijngaard (Gez.61 Liedboek).

ONDERWEG

In Onderweg, het blad van Nederlands gereformeerden en gereformeerd vrijgemaakten, pleit universitair docent dr. Roel Jongeneel voor een duurzame samenleving.

Recent heeft paus Franciscus met zijn nieuwe encycliek ‘Laudato si’ de noodklok (…) geluid. Hij noemt de verwoesting van het milieu en de aantasting van de natuur zeer ernstig. De vaak ongecontroleerde menselijke activiteit en de niet te stoppen consumptiezucht en wil om een graantje van de groeiende welvaart mee te pikken, dreigen het huis waarin we wonen onbewoonbaar te maken.

De paus richt zich met zijn boodschap niet alleen tot gelovigen, maar tot alle mensen van goede wil. Hij roept de wereldgemeenschap op tot een levenshouding van zorg en respect voor de natuur.

Die houding van zorg en respect behoort zeker christenen te kenmerken. De Micha Campagne, die inmiddels alweer tien jaar geleden startte, probeert ons daar al lange tijd bewust van te maken. Wie echter om zich heen kijkt en de balans opmaakt, kan somber worden.

Er is in christelijke kring weliswaar meer aandacht voor het goed omgaan met de aarde, maar in de dagelijkse praktijk onderscheiden christenen zich nauwelijks van anderen. (...) Is er op dit punt sprake van een blinde vlek of een gat in het evangelie? Of lopen alle goede voornemens en bedoelingen stuk op menselijke onmacht?

Jongeneel signaleert dat de zorg om de aarde allerlei kleine, persoonlijke initiatieven tot gevolg heeft. Goedbedoeld en aandoenlijk maar niet altijd effectief. Rentmeesterschap is zeker een opdracht, benadrukt de auteur. Echter:

Er dreigt in onze samenleving echter een eenzijdige nadruk op het individuele te komen liggen, waarin ook meer en meer christenen meegaan. Dat accent op het ik, zijn keuzes en zijn verantwoordelijkheid leidt tot een onderwaardering van onze sociale verantwoordelijkheid. Ja, de tien woorden doen via het ‘gij zult…’ een individueel appèl op ons, maar daardoor mogen we onze ogen nog niet sluiten voor de andere belangrijke les in de Thora. God riep niet alleen iedere individuele Israëliet op om barmhartig te zijn en God en zijn naaste lief te hebben, Hij gaf ook regels en verordeningen die de hele gemeenschap raakten. Denk aan de instelling van het sabbatsjaar en het jubeljaar, de regels met betrekking tot de kwijtschelding van schulden en het vragen van rente en de onderlinge solidariteit. Gerechtigheid is in Gods plan ook een zaak van rechtvaardige structuren. Zulke ondersteunende structuren hadden de Israëlieten nodig om hun individuele verantwoordelijkheid te kunnen effectueren. En vandaag is dat niet anders.

De Britse rabbi Jonathan Sacks zegt dat één van de problemen vandaag is dat de ethiek naar binnen gericht is en het alleen nog maar heeft over de persoonlijke keuze. Dat hangt samen met de overwaardering van het individu, die vervolgens wanhopig dreigt te worden als hij ziet dat de meeste problemen zo groot zijn dat hij er met zijn kleine kracht ook weinig aan kan doen. Niet zelden gooit hij het bijltje er dan maar bij neer. Hij biedt niet langer verzet of gaat met de stroom mee.

Jongeneel laat aan de hand van twee voorbeelden zien hoe er in deze situatie toch iets kan worden bereikt. Allereerst het klimaatprobleem.

Zoals eerder bleek, scoort Nederland op veel milieu-indicatoren onvoldoende. De opgave die aan Nederland is gesteld en waarvoor onze regering verantwoordelijkheid heeft genomen, is om in 2020 de uitstoot van het broeikasgas CO2 met ten minste 25 procent te hebben verlaagd ten opzichte van het niveau van 1990. Door het huidige beleid is de uitstoot inderdaad gedaald, maar de daling zal waarschijnlijk op 17 procent uitkomen. Dat is minder dan de doelstelling en daarom stapte klimaatorganisatie Urgenda, gesteund door 900 verontruste burgers, onlangs naar de rechter en eiste dat Nederland haar uitstoot met 40 procent zou terugbrengen. Daar ging de rechter niet in mee, maar de regering werd wel opgedragen om er een schepje bovenop te doen en te zorgen dat de afgesproken reductie van 25 procent zou worden gehaald. Een tweede voorbeeld is de landbouw, een sector die een belangrijke rol speelt in de uitstoot van het broeikasgas methaan. Als consument zou je via je voedselconsumptie en de eisen die je via je koopgedrag stelt (bijvoorbeeld minder vlees eten) kunnen proberen om de uitstoot naar beneden te brengen. Opvallend is echter dat rapportages van het internationale klimaatpanel IPCC laten zien dat de uitstoot van broeikasgassen door de landbouw sinds 1990 inderdaad gestaag daalt — meer dan in enige andere regio van de wereld maar dan niet door ons consumentengedrag (dat werkt juist averechts), maar door aanpassingen in het landbouwbeleid.

Jongeneel stelt dat er meer nodig is dan bewustwording op persoonlijk niveau. Het gaat ook om sociale verantwoordelijkheid en goede wetgeving.

‘Vanuit hun sociale verantwoordelijkheid zouden christenen moeten opkomen voor goede milieuwetgeving, die eraan bijdraagt dat er op een goede manier met de schepping wordt omgegaan. Het nemen van politieke verantwoordelijkheid (kiesgedrag) is daarin net zo van belang als de consumptiestijl waar je voor kiest (koopgedrag).’

REFORMATORISCH DAGBLAD

Het Reformatorisch Dagblad geeft sinds enige tijd ruimte aan een weblog van theologen die zich onder andere over de pauselijke encycliek uitlaten. De Nederlands gereformeerde oudtestamenticus prof.dr. Jaap Dekker gaat in op Psalm 104; een gedeelte dat door de paus wordt aangehaald. Volgens Franciscus geldt van alle schepselen dat zij een unieke waarde hebben. Door hun bestaan zegenen en prijzen zij hun Schepper.

De paus verwijst voor deze gedachten naar Psalm 104 vers 31, waar staat dat de HEER vreugde vindt in Zijn werken (…). Om meer dan één reden is deze tekstverwijzing een gouden greep. Allereerst reikt deze bijbeltekst een theologisch motief aan om zorg te besteden aan de schepping. De belangrijkste drijfveer moet niet de angst voor de toekomst of de zorg voor onze kinderen en kleinkinderen zijn, maar de vreugde van God in zijn werken. Het ‘er zijn’ van alle schepselen is in zichzelf al een lofprijzing op de Schepper. Psalm 104 doet mee aan deze lofprijzing door de ecologische samenhang in Gods schepping te beschrijven. Biodiversiteit zegt iets over de luister van de HEER. Wie het breed heeft, laat het breed hangen! Daar heeft God vreugde in.

Overigens kan Psalm 104 vers 31 beter als bede worden vertaald. Bij de eerste vershelft laat het Hebreeuws daarover geen misverstand bestaan: ‘De luister van de HEER moge eeuwig duren.’ De tweede vershelft is als parallel bedoeld: ‘Laat de HEER zich verheugen in zijn werken’ (NBV). Het spreekt namelijk niet meer vanzelf dat de schepping God vreugde geeft. Deze in zichzelf zo harmonieus klinkende psalm eindigt dan ook met een uitspraak over zondaars die van de aardbodem moeten verdwijnen. Die zondaars zijn in deze psalm de stoorzenders in Gods goede schepping. Het gaat om mensen die de ecologische samenhang daarvan niet respecteren, deze met hun buitensporige voetafdruk verstoren en zo God zijn vreugde ontnemen. (…)’

Dat brengt mij bij een tweede reden waarom de verwijzing naar Psalm 104 vers 31 zo goed is. Psalm 104 vormt een tweeluik met Psalm 103. Beide psalmen beginnen en eindigen met dezelfde aansporing: ‘Prijs de HEER, mijn ziel.’ Maar waar Psalm 103 Gods verlossingswerk bezingt, in al zijn diepte, bezingt Psalm 104 Gods scheppingswerk, in al zijn breedte. Schepping en verlossing horen in Gods werk echt bij elkaar. Een oproep tot zorg voor de schepping kan daarom niet worden afgedaan met de opmerking dat dit horizontaal is en dat de kerk zich met geestelijke zaken moet bezig houden. Schepping en verlossing zijn in de Schrift beide diep geestelijke zaken.

Dat de hoofdredactie van het RD is deze visie ook toegedaan, wordt in een commentaar duidelijk.

Aandacht voor milieu, klimaat en duurzaamheid (…) is wel degelijk een onderdeel van een Bijbelse levenshouding. Juist daarom is het van belang dat onder orthodox-gereformeerden het bewustzijn toeneemt dat er grenzen zijn aan de groei en dat een breuk met het heersende consumentisme keiharde noodzaak is.

Calvijn schrijft: ‘We moeten spaarzaam en vlijtig zijn ten opzichte van de goederen die God ons te genieten geeft en in alles bedenken dat we rentmeester zijn. We mogen ons niet lichtzinnig gedragen of door misbruik bederven wat God wil dat bewaard wordt.’ Nog sterker zei een oude gereformeerde theoloog het: ‘Wie de oude schepping, nu, niet eert, is de nieuwe — straks — niet weerd.’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 oktober 2015

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

DE SCHEPPING EN WIJ

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 oktober 2015

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's