De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HOE GOD ECHT IS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HOE GOD ECHT IS

Godsbeeld [8, slot, afwijkingen]

7 minuten leestijd

Welk beeld hebben we van God? Dat is een vraag van het grootste gewicht. Deze week gaat het in de afsluiting van deze serie over afwijkingen in het godsbeeld in de (recente) kerkgeschiedenis.

Ds. C.H. Hogendoorn is hervormd predikant te Katwijk aan Zee.

Op een avond bespraken we in de gemeente verschillende foute denkbeelden van God. Dat de God van Maarten ’t Hart – een God Die keelkanker heeft uitgevonden – onmogelijk de God van de Bijbel kan zijn. Evenmin dat God gediend wil worden op een manier die Jan Siebelink in zijn boeken suggereert. Dat het ‘tweegodendom’ van Marcion (2e eeuw; de God van het Oude Testament is een wrede God, tegenover de liefdevolle God uit het Nieuwe Testament) totaal geen bijbelse grond kent. Dat de God van de kruistochten niet de God en Vader van de Heere Jezus Christus is.

Toen was daar ineens die vraag – de avond was bijna om. Een knul barstte uit: ‘Maar hoe kunnen we dán weten hoe God is?’ Het was even heel stil. Iedereen voelde aan dat dit een vraag was die er werkelijk toe deed.


GESPREKSVRAGEN

1. Welke verschuivingen in het godsbeeld neemt u waar wanneer u vroeger met vandaag vergelijkt? Welke oorzaken zouden hieraan ten grondslag (kunnen) liggen?

2. Ons kennen van God is ten dele (1 Kor.13:12). Welke waarschuwing ligt hierin voor ons wat betreft het spreken over God? Hoe kan daarbij artikel 1 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis ons helpen?

3. Prof.dr. A.A. van Ruler wees erop dat het godsbeeld het mensbeeld kan bepalen. Hoe dan? Herkent u dat? Wat is voor ons dringende noodzaak in de opvoeding thuis, en op school?


Het brengt ons bij een fundamentele vraag. Kunnen wij überhaupt beweren: zó is God? Is ons verstand en hart niet zo radicaal (dat is: tot in de wortel) door de zonde verduisterd dat we op aarde nooit een recht zicht op God zullen krijgen, hoezeer we ons ook inspannen? Was dit de zonde van het volk Israël niet? Zij meenden God in de vingers te hebben (Ex.32:4). Ons kennen is toch een kennen ten dele en zal pas straks geheel en volmaakt zijn (1 Kor.13:12).

GEFABRICEERD

Dit onvolledige kennen houdt ondertussen de vraag onveranderd actueel, juist wanneer we constateren dat er nogal wat godsbeelden de ronde doen. Er is bijvoorbeeld een wat we maar noemen ‘Amerikaans godsbeeld’ dominant, dat het onder kerkgangers goed doet. God is als een persoon die niemand kwaad kan doen. Hij is een geweldige inspirator, een enthousiaste coach en iemand die je tot je doel, je bestemming laat komen.

Bewust gebruik ik geen hoofdletters. Dit kan de God van de Bijbel immers niet zijn. Calvijn schreef al dat het zondige mensenhart een werkplaats is, waar voortdurend afgodsbeelden gefabriceerd worden. Wij creëren een God naar óns beeld en ónze gelijkenis, naar onze snit en smaak. Gesneden beelden zijn het. Droombeelden ook. Maar deze dromen zullen eens bedrog blijken te zijn. Van Reinhold Niebuhr (1892–1971) is de befaamde stelling afkomstig:

God schiep de mens naar Zijn beeld en gelijkenis, en vervolgens schept de mens een god naar zijn beeld en gelijkenis. Het is je reinste afgodendienst.

GEREFORMEERDE KETTERIJ

Dat is de ene kant. Er is ook een andere. Prof.dr. A.A. van Ruler schreef aan het einde van zijn leven het nog altijd actuele en indringende Ultragereformeerd en vrijzinnig. Hij stelt in dit bekend geworden artikel dat de ultragereformeerden ketterijen kennen waarbij die van de vrijzinnigen kinderspel zijn. Het gaat hem dan bijvoorbeeld om het predestinatie-idee waarbij het Evangelie wordt ingewisseld voor de logica. Wat voor een God(sbeeld) houden we hiermee over? Wie het voorrecht geniet om met jongeren (of ouderen) uit de rechterhoek van de gereformeerde gezindte op te trekken, weet dat we hier nog niet aan voorbij zijn.

God wordt noodlot of goed geluk en je weet maar nooit naar welke kant het kwartje valt. Hoe je leeft (of jezelf uitleeft!), maakt dan ook niet zo heel veel uit. Je bent er tóch wel, of niet. De schrik slaat je vaak om de ziel in zulke gesprekken. Levert zo’n godsbeeld bovendien ook niet een ander (lees: on-bijbels) mensbeeld op?

KINDEREN

Dat zijn klemmende vragen, die we goed hebben te doordenken. Welk godsbeeld dragen we (on)-bewust op onze kinderen en jongeren over? De praktijk leert dat wat kinderen en jongeren van thuis en in de kerkelijke gemeenschap meekrijgen, een leven lang meegaat.

Vergeten we hierbij het belang van de (basis)scholen niet? Een grote zegen is het wanneer de juffrouw op school op dezelfde manier als de ouders vertelt over de HEERE en Zijn dienst. Dat is niet altijd zo, helaas. Het is een wrange vrucht van de kerkelijke verdeeldheid en theologische leerverschillen. Kinderen zijn ook hier het kind van de rekening. De invulling van de derde doopvraag is niet in alle gevallen even gemakkelijk. Het gaat hier niet om onbenulligheden! Op welke God stelt een kind zijn of haar vertrouwen?

Evenwichtig onderwijs is in dezen daarom van onschatbare waarde. Dat moet uiteraard thuis en in het gezin beginnen. Welk godsbeeld leven we zelf, bewust en onbewust, uit? Dit onderwijs krijgt zijn vervolg op school, op catechisatie en in de kerk. Hier ligt een grote verantwoordelijkheid voor leerkrachten, predikanten en catecheten.

HET HÉLE VERHAAL

Het gaat om het héle verhaal van de Schrift. Het gaat om een God Die met onze zonden niet leven kan en dáárom Zijn Zoon gaf tot verzoening. Vertellen wij op zeker ogenblik onze catechisanten dat Gods heiligheid Zijn belangrijkste eigenschap is? En dat die heiligheid de betekenis van het wezenlijk andere van God aanduidt, maar dat er – onbegrijpelijk – juist vánwege die heiligheid een machtig perspectief is voor zondaren (Hos.11:8-9)? Zeggen we ook dat Hij een God en Vader is Die Zich in de Heere Jezus in het hart laat kijken? (Joh.1:18). Wat we onze kinderen niet leren, weten ze niet en geloven ze dus ook niet. Onnodig om te zeggen dat leer en leven hand in hand dienen te gaan. Een vader die niet moe wordt om in veel gewichtigheid de ernst van de zonde en de straf van God in zijn gezin te beklemtonen, maar zelf slordig leeft, doet meer kwaad dan goed.

BIJBELLEZEN

We keren terug naar de vraag van die jongen. Hoe kunnen we (dan) weten wie en hoe God is? We zouden uiteraard een heel betoog kunnen opzetten over de eigenschappen en deugden van God. De Engelse puritein Stephen Carnock (1628–1680) schreef er ooit een boek van maar liefst vijfhonderd bladzijden over. Deze dogmatische uiteenzettingen hebben beslist hun waarde. Voor alles geldt echter: we leren God kennen door Zijn Woord te lezen. In de catechismus lezen we meer dan eens de uitdrukking ‘God Die Zich in Zijn Woord geopenbaard heeft’. Er is feitelijk maar één remedie; een voortdurende en intense lezing van de Schriften. Die zijn het immers die van Christus getuigen (Joh.5:39). En wie de Zoon heeft gezien, die heeft de Vader gezien (Joh.14:9). God laat ons over Zichzelf niet in het ongewisse. We hoeven niet te raden of te gissen. Een wonderlijk mooi en opmerkelijk gebeuren treffen we aan in Exodus 34. Nadat Mozes God gevraagd heeft naar Zijn heerlijkheid, roept God Zijn eigenschappen Zélf uit (Ex. 34:6-7). Het is meer dan raadzaam daar te lezen welke eigenschappen God Zichzelf toedicht. Wie kan beter weten dan Hijzelf hoe en wat Hij is?

IN DE OMGANG

Zeker, ons door de zonde verduisterde verstand zal nogal eens mistasten en heeft voortdurend correctie van Woord en Geest nodig. Vandaar dat bijbelgetrouwe prediking nodig blijft, diep en breed. Daar mogen we dan ook veel om bidden. Doen we dat ook?

Het allerbelangrijkste: leven wij persoonlijk met Hem? Wie met Hem omgaat, leert Hem meer en meer kennen. Hij maakt Zich immers in de omgang meer en meer bekend (Ps.25:7 ber.). Wie het werkelijk om Hem begonnen is, kent eenzelfde hartstochtelijk verlangen als Paulus (Fil.3:10): ‘opdat ik Hem kennen mag’. Dat is kennis die een voet lager is gezakt, om zo te zeggen. Van het hoofd naar het hart. Dat geeft een volk dat zijn God kent (Dan.11: 32). Nu is dat nog onvolmaakt, straks zullen wij Hem zien zoals Hij is. Van aangezicht tot aangezicht. Deze God is onze God.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 oktober 2015

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

HOE GOD ECHT IS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 oktober 2015

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's