BOEKBESPREKINGEN
Jaarboek Protestantse Kerk in Nederland 2015-2016. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer; 700 blz.; € 20,-.
Met enige jaren vertraging verscheen vorige maand de nieuwe uitgave van het kerkelijk jaarboek van de Protestantse Kerk. Het heeft twee delen. Het eerste is het jaaroverzicht van 2011 tot en met 2015.
In de zestien bladzijden met allerlei interne kerkelijke zaken, benoemingen, commissies en rapporten vinden we vier regels die enigszins over de zendings-opdracht tot de einden der aarde gaan. Het lijkt wel of de kerk weer teruggaat naar de tijd dat de wereldwijde verkondiging van het Evangelie aan mensen en instanties buiten de kerk wordt overgelaten. Dat zou een verklaring kunnen zijn van de achteruitgang van de kerk. Wij blijven gezond door te zenden.
Het tweede deel bestaat uit een opsomming van classes, gemeenten, predikanten, kerkelijke medewerkers, emeriti enzovoort. Voor kerkelijke functionarissen en andere geïnteresseerden een bron van informatie. Helaas niet volledig, niet overzichtelijk en lang niet foutloos. Natuurlijk loopt een overzicht altijd wat achter bij de huidige feitelijke situatie, maar dat verklaart lang niet alle onjuistheden in dit jaarboek. Het boek is niet volledig. Van de predikanten overleden in 2011 tot 2014 ontbreken ongeveer honderd namen. Andere predikanten, dienstdoend en/of emeritus zijn opeens verdwenen, of geheel of in de registers. Uit onze kring geldt dat bijvoorbeeld ds. G.J. Codee, ds. Th.W. van Bennekom, ds. J. Blom, ds. B. Jongeneel, ds. R.W. de Koeijer, etc.
Verder is in afwijking van vorige uitgaven van het jaarboek bij de predikanten met bijzondere opdracht of in algemene dienst niet meer vermeld waaruit dat bijzondere bestond. Was of is de predikant werkzaam in het onderwijs, in een ziekenhuis of verpleeginrichting, bij justitie of de krijgsmacht? Het is niet meer te vinden. Wie een vorige uitgave van het jaarboek heeft, doet er wijs aan deze goed te bewaren.
Nodeloos ingewikkeld is ook dat in het alfabetisch register aan het einde van het boek alleen dienstdoende gemeentepredikanten zijn opgenomen. Wie daar een naam niet vindt moet stuk voor stuk acht andere registers raadplegen. Vorige edities waren op dit punt veel overzichtelijker.
Mijn bezwaren tegen deze laatste uitgave van dit jaarboek zijn hiermee nog lang niet ten einde. Het schiet in veel opzichten tekort. Helaas zullen we er ons minstens twee jaar mee moeten behelpen.
J.J. TIGCHELAAR, PUTTEN
Dick Sanderman en Dirk Out (red.) Organist in de praktijk. Bekende organisten over het kerkelijk orgelspel. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer; 256 blz.; € 19,90.
Onder redactie van Dick Sanderman en Dirk Out, beiden organist en volop actief in de kerkmuziek, verscheen een origineel boek over de praktijk van het begeleiden van de gemeentezang. In 2013 verscheen in Amerika een dergelijk boek waarin vooraanstaande musici geïnterviewd werden over hun ervaringen. Dit voorbeeld bracht de redacteuren ertoe om voor de Nederlandse situatie aan een twintigtal ervaren protestantse kerkmusici een aantal prikkelende vragen en stellingen voor te leggen. Van Wout van Andel en Hayo Boerema tot Peter Eilander, Martin Mans en André van Vliet. In het voorwoord wordt er al voor gewaarschuwd dat we bij de verhalen te maken krijgen met een verscheidenheid aan antwoorden, passend bij de veelkleurigheid van ons muzikale landschap. Maar het boek is vooral bedoeld om kerkorganisten te stimuleren zelf na te denken en een eigen mening te vormen. In achttien hoofdstukken worden alle aspecten van het kerkelijke orgelspel onder de loep genomen. Er komen vragen aan de orde als: Waar moet een voorspel aan voldoen? Ga je een tekst van een psalm muzikaal illustreren? Hoe ga je om met pratende mensen voor de kerkdienst? Wat doe je als organist met opwekkingsliederen? Hoe reageer je als organist op de preek? Hoe vul je het orgelspel in voor en na de dienst? Wat is de verhouding tussen organist en kerkenraad? Alle organisten krijgen dezelfde vragen en de antwoorden zijn heel verschillend. Een kleine greep uit de inhoud.
De meeste organisten vinden een kort moment van meditatief orgelspel na de preek zinvol. Overleg tussen organist en predikant wordt op prijs gesteld. De tijd van het orgelbriefje vlak voor de dienst is echt voorbij. Over verschillende melodieen of al dan niet de halve verhoogde toon in Psalm 23, 68 of 150 is de behoefte om daar goede afspraken over te maken. Iemand vertelt dat in vroeger tijden een predikant weleens corrigerend zei: ‘Organist, laten we het maar zingen op de bekende melodie.’ Bij een onbekende melodie is soms wel de behoefte aan een koor of een extra oefenmoment. Mijn eigen ervaring is dat de predikant daarin een belangrijke rol kan spelen. Op de vraag of een opwekkingslied met orgel kan worden begeleid is het voor de één tot nummer 400 mogelijk en het proberen waard (‘beter met piano’) en voor de ander ondenkbaar. Soms heeft men daar een heel duidelijke mening over (‘kappen met dat hele opwekkings-gebeuren tijdens de traditionele eredienst’). Hoe je er ook over denkt, als het gaat om de waarde van het kerklied in onze erediensten zullen we de mening van ervaren kerkorganisten heel serieus moeten nemen. Elk hoofdstuk wordt voorafgegaan door een portret van één van de organisten die aan het woord komen. Al met al is het een mooie uitgave geworden. Zoals op de achterfap staat: een must voor elke kerkorganist. Wat mij betreft ook een must voor predikanten en voorgangers. Ik ben er van overtuigd dat het ook een breder publiek zal aanspreken. De eredienst is er immers voor bedoeld dat we samen God groot maken.
G. LUSTIG, ZEIST
Theodorus Avinck Gods stem in de welmenende nodiging van het Evangelie. Een overzicht van bronnen van deze bijbelse leer tussen 1536-1774. Reprint in eigen beheer; 482 blz.; € 47,-; te bestellen via henkhuisbrink@husol.nl.
Aan wie wordt het heil aangeboden? Is het alleen bedoeld voor de uitver-korenen? Of mag de zaligheid aangeboden worden aan iedere zondaar? Dergelijke vragen steken (vooral in diverse vertakkingen van de Geneefse reformatie) van tijd tot tijd de kop op, met vaak trieste gevolgen. Meer dan één kerkscheuring is van de soms hoogoplopende onenigheid in deze kwestie het gevolg geweest. Rond 1774 spelen deze vragen ook in ons land en een zekere Theodorus Avinck mengt zich erin. Eerst gaan we kort in op de vraag wie Avinck is. Dan willen we bezien op welke manier hij zich in de bovengenoemde kwestie mengt.
Avinck (1740–1782) is een lekentheoloog, die achtereenvolgens met toestemming van de Biltse en de Utrechtse kerkenraad oefent in gezelschappen. Bij woorden als ‘lekentheoloog’, ‘oefenen’ en ‘gezelschappen’ moeten we niet denken aan een ongeletterde voorganger die het woord oefenaar bij ons oproept. Avinck was juist een ontwikkeld man, die omging met wetenschappelijk gevormde theologen en beroemde letterkundigen. De bekende Alexander Comrie behoorde tot zijn persoonlijke vriendenkring en de dichter Hiëronymus van Alphen bevond zich regelmatig onder zijn gehoor.
Avinck heeft verschillende boeken op zijn naam staan, waaronder de uitgave van zijn oefeningen. Vanwege hun sterke nadruk op de bereid-willigheid van Christus om ook de meest verdorven zondaar zalig te maken, tonen deze oefeningen nauwe verwantschap met de preken van de Erskines. In zijn oefeningen verwijst Avinck trouwens enkele keren naar deze Schotse predikers. Vanuit deze invalshoek mengt Avinck zich in de strijd tussen wat genoemd wordt de voorwaardelijke of onvoorwaardelijke aanbieding van het heil. Anders gezegd: een Woordbediening waarbij het heil uitsluitend geadresseerd is aan uitverkorenen en anderzijds een aanbieding van Gods genade aan alle zondaren.
In een zogenaamde ‘wolk van getuigen’ of ‘bronnenboek’ kiest Avinck voor het standpunt dat God Zijn genade aanbiedt aan alle zondaren. Dat doet Avinck dus niet door zijn eigen visie ten beste te geven, maar door uitvoerig weer te geven wat in de brede gereformeerde traditie van begin zestiende tot en met halverwege achttiende eeuw daarover is gezegd. Het register laat naast de kanttekenaren van de Statenvertaling en wel zeventien confessies van vooral gereformeerde herkomst een keur van reformatoren en vertegen-woordigers van de Nadere Reformatie zien die hetzelfde onderstrepen: God biedt Zijn genade vrij aan zondaren aan.
Wie worstelt met de vraag aan wie Gods genade wordt aangeboden, vindt hier goede boodschap. Voor hem of haar zal het geen bezwaar zijn dat het boek een reprint is van een twee eeuwen oud exemplaar en dus in oude spelling is uitgegeven. Voor wie zich wekelijks voorbereiden op de prediking, is het uiterst nuttig om van de inhoud van dit werk kennis te nemen.
P. VAN DER KRAAN, ARNEMUIDEN
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 oktober 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 oktober 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's