De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

EVANGELISATIE, MAAR ANDERS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EVANGELISATIE, MAAR ANDERS

8 minuten leestijd

Ds. G. van Meijeren is hoofd mobiliteitsbureau Predikanten & Kerkelijk Werkers van de Protestantse Kerk.

Elke maand verschijnt er wel een boek waarvan de uitgever ons wil doen geloven dat het onmisbaar is of belangrijk. Maar van het nieuwe boek van dr. Stefan Paas Vreemdelingen en priesters kan dat inderdaad worden gezegd. Paas is sinds enkele jaren als missioloog verbonden aan zowel de VU als de Theologische Universiteit van de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt). Hij groeide op in de Biblebelt en werkte later onder meer als gemeentestichter in Amsterdam. Paas vindt dat orthodoxe christenen op een andere – meer bijbels-realistische - manier tegen evangelisatie aan moeten kijken dan tot dusver. ‘Het is mooi als mensen meegaan naar de kerk en tot geloof komen. Maar laten we reeel zijn, bij verreweg de meeste Nederlanders zal dat er niet van komen. Het heil is ook ruimer dan dat’, zo zegt Paas tegen Wim Houtman in het ND.

NEDERLANDS DAGBLAD

U hebt een ontwikkeling doorgemaakt, beschrijft u aan het begin van het boek. U werkte als gemeentestichter in Amsterdam, maar het viel tegen hoeveel mensen er tot geloof kwamen.

‘Ja, dat bracht me in een crisis. Een ervaring van ballingschap, waardoor ik terugging naar de Bijbel: Daniël, Esther, Petrus. Het was niet echt een breuk in mijn denken. Ik voelde me al nooit gelukkig bij grote woorden over kerkgroei. Mensen die dromen van een opwekking in Nederland, kijken vooral naar bepaalde voorbeelden: opwekkingen in de achttiende en twintigste eeuw, kerkgroei in Korea en China.

Maar dat is niet het enige verhaal. Er is ook een kerk in Egypte. En in Japan. Daar is al honderden jaren 1 procent van de bevolking christen. Wat zou je daarvan kunnen leren? Maar dat is niet hip. Het groeit niet.’

In zijn boek doet Paas een pleidooi voor de kerk als gemeenschap van priesters. In dat model bemiddelt de kerk het heil. Aan de ene kant vertegenwoordigen de priesters de mensen (ook de wereld) bij God en andersom representeren de priesters God bij de mensen.

De kerk als priesterschap. Wat lost dat op?

‘Ballingschap en diaspora zijn de context van de Bijbel. De kerk wordt niet getekend als een beweging die de wereld gaat opzuigen of veranderen, maar als een gemeenschap die bemiddelt tussen God en de wereld – een priesterschap. Dat is ten eerste realistisch. Priesters zijn en blijven altijd een minderheid.

En het is ten tweede hoopvol. Je hoeft je missionaire elan niet kwijt te raken als er geen massale bekeringen komen of als je de wereld niet kunt veranderen. Het is juist een belangrijke taak om namens de wereld voor God te verschijnen en om voor de wereld iets van Jezus te laten zien, de mensen te dienen, te getuigen.’

In de kerk wordt ook op andere manieren ‘aan zending’ gedaan. Paas bespreekt onder andere de kerk als tegencultuur: het oproepen tot een radicale keus voor en navolging van Christus. Het kerkgroeimodel: mensen bij de kerk halen want er is voldoende religieuze interesse. Het transformatie-model: via bekering van mensen de wereld veranderen in de richting van Gods Koninkrijk.

U beschrijft zes modellen voor evangelisatie. Kun je zeggen dat de kerstening van Europa volgens een van die modellen ging?

‘Vooral het transformatiemodel, denk ik. Het christendom kwam hier vanuit het laat-Romeinse rijk met een beschavingsideaal. De cultuur, de taal, het rechtssysteem kwamen mee. Dat maakte indruk op de Germanen. De christenen hadden boeken en muziek, en konden bruggen bouwen die honderden jaren bleven staan. Daar kon je veel van leren. Het christendom bracht beschaving, dat idee zou later terugkeren, bijvoorbeeld in de grote opwekkingen. Dat idee zie je nu ook. Ik heb voor de studentenbeweging IFES gewerkt. ‘Verander de wereld, één student tegelijk’, was de slogan. Ik pleit voor een ander zendingsideaal.’

Wat Paas daarmee bedoelt komt ook aan de orde in het gesprek dat Eunice Hoekman voor het RD met hem had.

REFORMATORISCH DAGBLAD

Welke missionaire visie past volgens u wel bij onze seculiere cultuur? ‘In mijn boek begin ik bij de doxologie, de lofprijzing. Die draait om God, om Wie Hij is. Dat heeft iets onbevangens waar het gaat om de rol van de kerk. Je moet evangeliseren met de goede redenen, niet omdat de kerk ervan groeit. Het gaat eerder om diversiteit dan om aantallen. Alleen samen met de heiligen leren we de volheid van Christus kennen, zoals Paulus schrijft in Efeze 3. De volheid van Christus telt, niet de volheid van de kerkbanken. De kerk dient een gemeenschap te zijn die de mensheid kan vertegenwoordigen bij God. In mijn boek gebruik ik daarom de metafoor van het priesterschap, die ik ontleen aan de eerste brief van Petrus. Dat betekent niet in de eerste plaats de hele stad de kerk in trekken, maar veel meer de vraag stellen welke groepen niet vertegenwoordigd zijn in de kerk. Wie kan namens Surinaamse bijstandsmoeders God aanbidden? De kerk moet dus in verbinding staan met de veelkleurige gemeenschap waarover ook de Bijbel spreekt, en bewust bruggen oversteken naar mensen die niet op de gemiddelde kerkganger lijken. De kerk moet de mensheid in al haar veelkleurigheid en diversiteit als priesters vertegenwoordigen voor God. (…)

Verbondsmatig denken heeft ook missionaire gevolgen. Elke gemeenschap heeft rafelranden. Je kunt niet precies zien waar zij ophoudt, tot hoever het heil reikt in de relaties. Job bracht offers voor zijn kinderen toen zij gezondigd hadden. Ook spreekt de Bijbel over kinderen die in de ouders geheiligd zijn en over een ongelovige partner die dankzij de gelovige aan God toebehoort. In dit verband komt algauw de alverzoening ter sprake, maar dat is leunstoeltheologie. Ik zeg niet dat de randen eindeloos zijn, maar rafelig. Een relatie is ook waardevol als iemand niet meekomt naar de kerk. Dan vraag je: Mag ik voor je bidden of danken voor wat God door jou heen doet? Dan mag je ook echt geloven dat geloof en gebed meer mensen dragen dan we denken. Omdat God Zich aan de gemeenschap verbindt en omdat wij als priesters verbonden mogen zijn aan God.’

Maar het komt er wel op aan. Het gaat over mensen die verloren zijn als ze niet geloven.

‘Wat is dat voor goed nieuws: als je niet gelooft, ga je naar de hel? Dat is geestelijke chantage. En is het niet problematisch dat je mensen laat focussen op hun eigenbelang – hun zielenheil en een veilig hiernamaals – en niet op Gods eer? Elke seconde worden er vier mensen geboren en sterven er drie. Hen allemaal met het goede nieuws in aanraking brengen, is onuitvoerbaar. Vraag is ook wanneer dat goed gebeurd is: als je hun een folder in handen hebt gedrukt? Deze hele motivatie verdraagt zich niet met geduldige evangelisatie, tijd nemen. (…) Het is niet aan ons om te bepalen wie verloren gaat en wie gered wordt. Dat is wat ik leunstoeltheologie noem. Het gaat om liefde tot God en de naaste. Dan zoek je naar een relatie, juist omdat je mensen voor God wilt brengen. Dit motief is in lijn met Voetius en Bavinck en het wijkt af van de negentiende-eeuwse opwekkingsevangelisatietheologie dat mensen in de hel komen tenzij ze Jezus persoonlijk aannemen. Orthodoxe protestanten denken vaak nog op die manier. Piëtistisch. Dat is niet meteen onzin of verkeerd, maar uiteindelijk is het bijbels gezien te mager en in de praktijk niet werkbaar. Het geeft veel kramp als je denkt dat je iemand moet redden omdat hij anders naar de hel gaat. Het zet relaties onder druk. Het betekent dat je jouw kinderen hun leven lang op de huid moet zitten als ze niet geloven, zelfs als dat ten koste gaat van je relatie met hen.’

CHRISTELIJK WEEKBLAD

Paas stelt in zijn boek fundamentele vragen en bijbelse verbanden aan de orde met als doel ontspannen en zonder kramp missionair bewogen te zijn in de seculiere context waarin wij ons als kerk bevinden. In het Christelijk Weekblad zegt Ineke Evink – ook in gesprek met Paas - het zo: ‘Paas pleit in zijn boek niet voor weer nieuwe projecten en acties, niks moet. En dat klinkt relaxt: kerken hoeven zich niet uit te sloven om te groeien of zich mislukt te voelen als ze klein zijn.’

Wat mij persoonlijk sterk aanspreekt is Paas’ accent op de kerk als ‘eucharistische gemeenschap’. De kerk als de plaats waar we God leren loven en danken voor Zijn grote daden en waar de eucharistie (de maaltijd des Heren) als bron voor het christelijke leven fungeert. Met zijn boek wil Paas laten zien dat de situatie waarin we geconfronteerd worden met ons eigen onvermogen en tekorten, de plaats is waar Gods kracht het meest zichtbaar wordt (2 Kor.12:9). We doen er goed aan hem te laten uitspreken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 oktober 2015

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

EVANGELISATIE, MAAR ANDERS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 oktober 2015

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's