GLOBAAL BEKEKEN
In Joods leven in het Westland, een uitgave van het genootschap Oud-Westland te Naaldwijk, schrijft dr. M. van Campen een inleidend artikel ‘De zeventiende-eeuwse discussie in het Westland over de Joden’. Dit naar aanleiding van een document dat opdook uit de inventaris van de Naaldwijkse hervormde gemeente. Een fragment uit de besluiten van de classis Delft in 1677, nadat de christenen uitvoerig zijn vermaand om belemmeringen weg te nemen ‘waardoor de bekering van de Joden wordt tegen gehouden’.
De synode is van mening dat al het mogelijke in het werk dient te worden gesteld om de Joden te bekeren en men denkt hierbij aan de volgende middelen:
het vriendelijk uitnodigen van rabbijnen en andere Joden tot ‘minnelijcke conferentien’ over Mozes en de profeten;
de predikanten dienen zich dagelijks te oefenen in het Hebreeuws en in hun preken vooral de taal van de Schrift na te spreken. De kennis van Gods Woord dient onder de christenen dusdanig toe te nemen, dat het de Joden opvalt en zij erdoor tot jaloersheid worden verwekt;
de hoogleraren theologie moeten in hun colleges hier aandacht aan besteden;
de studenten in de theologie moeten zich bekwamen in het Hebreeuws en in de geschilpunten tussen Joden en christenen (‘joodse controversien’). Tijdens examens moeten zij over deze zaken worden ondervraagd;
de overheid wordt verzocht om op kosten van de staatskas een of twee geleerden aan te stellen die zich specifek bezighouden met de Hebreeuwse taal en de ‘joodsche controversien’. Ook moeten zij de Talmoed en andere Joodsche geschriften bestuderen. De Talmoed moet bovendien worden vertaald in het Latijn (de taal van de geleerden in die tijd);
de overheid wordt verzocht erop toe te zien dat de gegoede Joden, die zich bekeren tot het christendom niet financieel worden benadeeld en ook dat arme Joden behoorlijke ondersteuning zullen krijgen.
Na deze blik in de geschiedenis ook een fragment uit een bijdrage van dr. H. van den Belt over ‘De magistraat en de vroegere Groningse disputaties’, in de bundel 400 jaar Groninger theologie in het publieke domein (uitg. Aspect, Soesterberg).
Een van de in Groningen afgestudeerde predikanten richtte zich in 1640 tot de heren Burgemeesteren en Schepenen van Oudewater om te protesteren tegen de openlijke tolerantie van de Rooms-katholieke eredienst. De ‘stouticheyt der pausgezinden’ loopt zo de spuigaten uit dat de mensen van heinde en ver naar Oudewater komen ‘als waere hier den throon des pausdoms, in alle vrijicheyt opgerecht.’ De kerkenraad wil geen consciën-tiedwang, maar ergert zich er wel mateloos aan dat de overheid zo tolerant is voor de uitoefening van de eredienst van het ‘bloeddorstige pausdom’ door drie priesters, waaronder twee jezuïeten. De kerkenraad klaagt ook over de ontheiliging van de sabbat met lossen en laden van schuyten, met het uytslaen van bieren en wat daeraen dependeert, met het scheeren en drincken in de winckels van de barbieren, tot bijnae aen den middach toe, met het tappen en caatsen in de caatsbaenen onder de predicatien, met het spelen en runnen van de jongens op de straten en stegen, met het timmeren, smeden en beslaen van wagens en paarden, met het rotsen en rijden door de stadt onder het predicken, (waer tegen dan noch op sijnen tijdt de poorten behoorden te worden gesloten in conformite met andere nabuyrige steden) met het kopen en verkopen in de winckels, en wat diergelijkce meer mochte sijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 november 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 november 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's