De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE CULTUUR ONDERGAAN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE CULTUUR ONDERGAAN

Hervormd-gereformeerde theologen [1, dr. H. Jonker]

8 minuten leestijd

Een kwarteeuw na zijn overlijden lijkt prof.dr. H. Jonker vergeten. Maar er valt veel van deze cultuurtheoloog van hervormd-gereformeerden huize te leren. In zijn theologisch denken liet prof. Jonker vragen toe die anderen ontweken.

Dr. A.A.A. Prosman uit Nijkerk is hervormd emeritus predikant.

Jarenlang leidde prof. Jonker aanstaande predikanten op. Vanaf 1959 tot 1984 droeg hij als hoogleraar praktische theologie veel bij aan de opleiding van predikanten. Als eindcriticus van het dispuut Voetius beoordeelde tal van preken. Wie dat over zoveel jaren doet, moet invloed gehad hebben op de prediking binnen de Gereformeerde Bond. Hij schreef verschillende boeken over de kerk, prediking, liturgie, Verdun (de slag bij Verdun 1916, waar 700.000 militairen sneuvelden).

VERGETEN

Toch lijkt hij te zijn vergeten. Zelden kom je zijn naam tegen in artikelen of boeken. Persoonlijk vind ik dat jammer, omdat theologen, predikanten en theologische studenten ook 25 jaar na zijn heengaan belangrijke dingen van prof. Jonker kunnen leren.

Ik denk dan vooral aan zijn theologische habitus, dus de manier waarop hij theologie bedreef en hoe hij de theologie met de praktijk verbond. De praktijk, waarmee hij als praktisch theoloog vooral te maken had, vatte prof. Jonker ruim op. De cultuur, met name de cultuurcrisis, was voor hem de praktijk. Als praktisch theoloog was hij vooral cultuur-theoloog. Cultuurtheologen zijn in de gereformeerde gezindte niet erg talrijk, maar prof. Jonker was zo iemand. Juist die brede insteek van zijn theologiebeoefening is inspirerend.

Prof. Jonker hield zijn ogen open. Hij registreerde de veranderingen in de cultuur. Hij schreef niet alleen over de cultuur, hij onderging die. We denken in dit verband al gauw aan zijn boek over Verdun, Sporen van een slag. Verdun is als het ware met hem meegereisd in zijn leven en in zijn theologische bezig-zijn.

AAN DEN LIJVE

Maar het ondergaan van de cultuur - en van de natuur - treffen we overal aan in zijn werk. Ik haal enkele dingen naar voren uit zijn op één na laatste boek Theologische praxis. Problemen, peilingen en per-spektieven bij kenterend getij (1983). De vragen van zijn tijd waren voor hem geen ‘problemen’ waarop hij als theoloog een deskundig antwoord moest geven. Deze benadering was hem te gemakkelijk. Hij wist zich onderdeel van de cultuur en van de verschuivingen die zich voordeden. Hij voelde die aan den lijve.


Na een langdurig ziekbed overleed prof.dr. Hendrik Jonker (1917) 25 jaar geleden op 73-jarige leeftijd in Bilthoven. Hij was predikant in de hervormde gemeente van Molenaarsgraaf (1994–1996), Bodegraven (1946–1950) en Amsterdam (1950–1958). In 1954 promoveerde hij op het proefschrift ‘Over Jaspers’ Metamorphose der Bijbelse religie’. Van 1959 tot 1984 was hij hervormd kerkelijk hoogleraar aan de Rijksuniversiteit te Utrecht, waar hij ‘praktische theologie en wezen en geschiedenis van het apostolaat’ doceerde.


Het feit dat hij als onderwerp voor zijn promotie de existentiefloso-fe van Karl Jaspers koos, zal daaraan niet vreemd geweest zijn. Jaspers was een existentialist, wat zoveel betekent dat het denken niet losstaat van het leven (existentie). Het denken wordt betrokken op het leven. Niet het denken bepaalt het leven, maar het leven bepaalt het denken.

Tot op zekere hoogte heeft prof. Jonker dat overgenomen. In ieder geval was abstract denken - dus los van het leven - hem vreemd. Misschien zou hij om die reden geen goede dogmaticus geweest zijn. Dogmatiek staat verder van het concrete leven af, omdat deze meer beschouwend is dan de praktische theologie. Een dogmaticus kan zich het leven met zijn hartverscheurende vragen en onbegrijpelijke rampen min of meer van het lijf houden, maar een cul-tuurtheoloog zoals prof. Jonker was, kon dat niet.

VREEMDE EEND

Door zo zijn taak als hoogleraar praktische theologie op te vatten zal hij zich vaak een vreemde eend in de bijt van de gereformeerde theologie gevoeld hebben. Maar ook buiten de gereformeerde gezindte en ook buiten de theologie was zijn aanpak bepaald niet gewoon. Om dat te verduidelijken maak ik even een uitstapje naar dr. C.A. van Peursen. In ongeveer dezelfde tijd dat prof. Jonker zijn boeken schreef, was C.A. van Peursen cultuur- en we-tenschapsflosoof in Leiden. Hij publiceerde het boek Cultuur in stroomversnelling (een bewerking van zijn Strategie van de cultuur). Dit boek, dat voor een breder publiek geschreven was, was ook in christelijke kringen toonaangevend als het ging om cultuurvragen. Maar Van Peursen roert de grote cultuurvragen niet aan. In dit interessante en deskundige boek lezen we niets over de twee wereldoorlogen, niets over de verwoestingen van kernbommen en evenmin iets over de Holocaust. Het is een boek dat - zoals dat heet - gekenmerkt is door academische distantie.

Die distantie betekent in dit geval dat de academicus zich niet van de wijs laat brengen door indringende vragen en dat hij rustig een strategie uitwerkt, een richting aangeeft voor de cultuur. Voor prof. Jonker lag het allemaal veel problematischer. Hij wilde geen theoreticus zijn met beschouwingen die los van het leven stonden. In zijn boek Theologische Praxis schrijft hij: ‘Bij onze ontvouwing van het Godsgeloof gaan we niet louter theoretisch te werk, maar zetten hier en daar journalistiek in met beschrijvingen van impressies bij onderzoek en tijdens reizen opgedaan.’

VERDUN

Prof. Jonker geeft impressies van de cultuur (de Areopagus, Verdun, het kompas) en van de natuur (de middernachtzon, de toendra, de tse-tse vlieg), maar vooral Verdun heeft hem geraakt. Tijdens een lezing over Verdun werd hem de vraag gesteld:

‘Wat heeft het u gedaan?’ Prof. Jonker schrijft vervolgens: ‘Meer dan aan de Noordkaap en in de toendra, ook meer dan in Athene en Korin-the werd bij Verdun God een nijpend probleem. Waarom? Omdat er iets met ons is gebeurd.’ Aan de Noordkaap werd prof. Jonker bepaald bij God als de Oneindige, de toendra bepaalde hem bij de volstrekte leegte. Athene en Ko-rinthe maakten hem bewust van Paulus’ confrontatie met de Griekse cultuur en de Joodse godsdienst. Maar Verdun was anders. ‘Het atheïsme kwamen we in Athene en Korinthe, aan de Noordkaap en in de toendra nog niet tegen. Wel bij Verdun. Ginds hadden we nog lijntjes naar God (…) maar hier, bij Verdun, zijn al die ‘lijntjes’ weg, verbroken. En dat werd een benauwende levens-en geloofservaring.’ ‘Wat heeft het u gedaan’, was de vraag. ‘Het heeft mij een sceptischer mens gemaakt, die het atheïsme dieper heeft leren verstaan’, antwoordde prof. Jonker. ‘Sceptisch werd ik ook toen ik kennis nam van de antwoorden die theologen gaven in de Eerste Wereldoorlog op de wanhopige vragen van de gelovigen over het vraagstuk God en de oorlog.’

LEEGTE

Prof. Jonker liet in zijn theologisch denken vragen toe die anderen ontweken. Wie zo theoloog wil zijn, stelt zich kwetsbaar op. Wat is de gereformeerde traditie waard in een cultuur waarin traditionele antwoorden lijken te verbleken? Met het oog op theologiestudenten zegt prof. Jonker dat studeren aan een universiteit nog helemaal niet betekent dat mensen ‘cultuurgevoelig’ zijn geworden. Je kunt je heel gemakkelijk in een eigen kringetje terugtrekken en alles wat aan een universiteit gebeurt aan je laten voorbijgaan door alleen te werken voor tentamens en examens.

Dat is niet zonder risico, want, schrijft prof. Jonker, ‘onze godgeleerde stelsels vallen als een kaartenhuis in elkaar. Er blijft niets anders over dan ijdelheid, wind, lucht, het hopeloze niet.’ God wordt niet gevonden in de overvloedige volheid van kennis, prestatie, inzicht en bezit. ‘God wordt ontmoet in de leegte.’ ‘De God van Israël, de God en de Vader van onze Heer Jezus Christus wordt toch slechts gekend in een niet-weten, in de overgave als een arm en verloren zondaar? Het water wordt toch geschonken aan de dorstende, het brood aan de hongerige? De weg wordt toch gewezen aan hen die dwalen in de duisternis? De gezonden hebben de heelmeester toch niet van node? Bedelaars met lege hand zijn toch alleen bij Hem welkom? De rijke jongeling ging toch weg, ‘want hij had vele goederen’. God wordt alleen gevonden en hervonden in de leegte van de ‘woestijn waar niemand lafenis kan vinden’. ‘Hoe sollen we niet met God zoals een kind met een hond. En God laat met zich sollen, o aanbiddelijke lankmoedigheid!’

Er klinkt hartstocht door in deze woorden. We proeven de oprechte verontwaardiging over de pogingen om onze eigen leegte met stichtelijke, maar evengoed met moderne, clichés te verhullen, terwijl God nu juist in de leegte ontmoet wil worden.

ONAFHANKELIJK

‘Mijn betogen en beschouwingen bewegen zich in de reformatorische traditie waarbij de modaliteiten van oudgereformeerd tot linksvrijzinnig met alle tussenschakeringen serieus werden genomen’, typeert prof. Jonker zijn theologie zelf treffend. Ik denk dan: je moet maar durven. Maar het toont de wens - en ook de moed - van prof. Jonker om, onafhankelijk van welke richting of modaliteit ook, te luisteren naar wat het Woord van God hem te zeggen had en naar de stemmen die hij uit de cultuur opving.

Vlak na de oorlog zat een Joodse man op het perron van het Maasstation in Rotterdam. Hij had in de wijk Blijdorp gewoond. Toen hij terugkwam uit het concentratiekamp bleek dat alleen zijn broer de oorlog overleefd had. Zijn vrouw, kind, ouders, schoonouders waren er niet meer. In die omstandigheden kon hij niet meer terug naar huis, maar wat moest hij dan? Hij zat daar op een bankje op het perron toen iemand van het Rode Kruis langs kwam, die hem vroeg: ‘Meneer, waar moet u naartoe?’ De man antwoordde: ‘Dat is nu juist de vraag’ (VPRO-radio. ‘Het spoor terug. U wordt door niemand verwacht’, deel 3).

Er zijn genoeg treinen. Dat is niet het probleem, maar is er ook een bestemming? Dat is de vraag van onze cultuur. Die vraag hield prof. Jonker bezig in zijn theologische zoeken en tasten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 november 2015

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

DE CULTUUR ONDERGAAN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 november 2015

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's