BIJBELSE VORMGEVING
Invulling van het ambt [1c]
Ambtsdragers zien toe op de gemeente. En omgekeerd ziet de gemeente toe op haar ambtsdragers. Er mag – moet – getoetst worden aan het Woord. Dat gebeurt niet in een overkritische houding, wel in gezonde (mede)verantwoordelijkheid.
Dr. H.J.C.C.J. Wilschut uit Bovensmilde is predikant van de hervormde gemeenten te Een en te Sebaldeburen i.c.m. Leek.
Zo gaat dat sinds Pinksteren toe in de mondige gemeente. Daarom zullen ambtsdragers en gemeenteleden zich steeds, onder gebed om de genade van de Heilige Geest, oefenen in het Woord van God. Uiteraard is dit allereerst om te groeien in de kennis van het geloof, met het oog op de eigen zaligheid, maar ook met het oog op elkaars zaligheid. Blijven we met elkaar niet bij het Woord van God, dan komen we samen in de gevarenlinie om onze God en Heiland kwijt te raken, als Hij het niet verhoedt.
GEDRAG
Het gezag van de ambtsdrager hangt niet af van zijn eigen persoon maar van dat van zijn Zender en Diens Woord. Dat wil niet zeggen dat het gedrag van een ambtsdrager er niet toe doet. Integendeel, in de ambtelijke dienst moet je je godzalige leer versieren met een godzalige wandel.
Een ambtsdrager heeft een voorbeeldfunctie (‘voorbeelden voor de kudde’, 1 Petr.5:3), in geloof en in liefde. Nee, hij hoeft niet volmaakt te zijn – dat is uitgesloten – ook hij heeft zijn zonden en onzekerheden, ook hij moet van genade leven. Een ouderling of diaken hoeft met zijn vroomheid ook niet zichzelf te promoten. Laten zij het maar verwachten van Gods Woord en Gods Geest.
Alleen, moeten alle ambtsdragers wel bedenken dat ze met een slordige levenswandel aan de boodschap van hun Zender afbreuk kunnen doen, zelfs een struikelblok voor anderen kunnen zijn. Als zij zelf hun boodschap, Gods boodschap, niet serieus nemen, hoe zal een ander dat dan doen? Hij of zij zal zeggen: ‘Kijk eerst maar naar jezelf.’
VROUW EN AMBT
Het voert te ver hier om uitgebreid in te gaan op het vraagstuk ‘vrouw en ambt’. Beslissend in deze kwestie lijkt mij de samenhang tussen ambt en gezag. Zoals de man in het huwelijk de leidinggevende positie kreeg, zo ontving hij die ook in de kerk (zie bijv. 1 Tim.2:11v). De man is ‘hoofd’ van de vrouw (1 Kor.11), zoals Christus het Hoofd van de gemeente is.
Overigens staat het vraagstuk ‘vrouw en ambt’ niet op zichzelf. Er ligt een diepere vraag achter: hoe lees je de Schrift? Maar dat is een onderwerp apart.
Gezag heeft als keerzijde verantwoordelijkheid. Voorgangers in de kerk moeten waken over zielen, zullen daarover ook eens rekenschap afleggen (Hebr.13:17). De Heere stelt hen aansprakelijk om zich voor hun deel in te zetten voor het heil van medebroeders en -zusters. Daarvoor hebben zij gezag ontvangen en het te gebruiken. Leidinggeven in de kerk betekent zorgzaam zijn in Gods huis.
CONCRETE AMBTEN
In de gereformeerde traditie kennen we de ambten van predikant, ouderling en diaken. Er zijn in deze traditie ook kerken die naast deze ambten het ambt van bisschop kennen (Gereformeerde Kerk in Hongarije), maar globaal genomen zijn deze drie ambten beeldbepalend voor kerken van gereformeerde signatuur. Er zijn allerlei pogingen ondernomen om deze drieslag te onderbouwen. Dat gebeurt bijvoorbeeld vanuit de drie ambten van Christus (A. Kuyper, H. Bavinck), zoals zondag 12 van de catechismus daarover spreekt: profeet (dominee), priester (diaken) en koning (ouderling).
Dan zou het bijzondere ambt inderdaad een verbijzondering zijn van het ambt van Christus en van het christenambt. Het is mooi bedacht, maar zowel principieel als historisch niet houdbaar.
Een nadere onderbouwing werd gevonden (opnieuw H. Bavinck) in antropologische categorieën als hoofd (de predikant), hart (de diaken) en hand (de ouderling). Dan ben je nog verder van huis. Dit soort schematisme helpt niet echt verder.
DRIETAL
Bovendien blijkt in de gereformeerde traditie het drietal ambten niet echt ‘heilig’ te zijn. De oude Dordtse Kerkorde zei: ‘De diensten zijn vierderlei: der Dienaren des Woords, der Doctoren, der Ouderlingen en der Diakenen.’ Waarbij bij de doctoren gedacht werd aan degenen die wetenschappelijk onderwijs konden geven in de theologie. Hoogleraren zouden wij vandaag zeggen. Oorspronkelijk dus opgevat als een kerkelijk ambt in engere zin. Toch hoeft het drietal ambten ook weer niet te verbazen. Bucer en Calvijn zagen scherp dat er naar de Schrift drie kerngebieden zijn waar ambtelijke leiding nodig is: de prediking, de regering en de dienst van de barmhartigheid. ‘Leren, regeren en dienen zijn de drie fundamentele functies, waartoe eigenlijk alles kan worden teruggebracht’ (O. Noordmans). Hoe je die verdeelt, is dan secundair.
Bucer noemt vier ambten en voegt eraan toe: ‘…en wie er maar nodig zijn om de gemeente van Christus zo passend en betamelijk mogelijk in te richten’. Ook bij Calvijn is geen sprake van een wettische fixatie van het getal van de ambten.
HISTORISCHE VORMGEVING
De Schrift geeft geen uitgewerkt ambtsmodel. Dit is al zo vaak gezegd dat het bijna het intrappen van een open deur is. Onze predikanten, ouderlingen en diakenen komen niet rechtstreeks uit de Schrift. In de vormgeving van deze ambten spreekt de historie een stevig woord mee.
In de gereformeerde ouderling is bijvoorbeeld heel wat te herkennen van de seniores te Genève. Nadere bezinning op de vormgeving van het ambt is niet bij voorbaat verdacht. Zolang genoemde drie bijbelse kernen maar het uitgangspunt vormen.
Toch hebben reformatoren als Bucer en Calvijn wel degelijk naar een bijbelse verantwoording van de ambten van predikant, ouderling en diaken gezocht. Eerlijk gezegd vind ik daarin Bucer meer geslaagd dan Calvijn. Diens exegese is in dezen niet altijd overtuigend.
TIJDELIJKE AMBTEN
Het Nieuwe Testament kent een veelheid aan ambten en bedieningen. Een deel ervan is onmiskenbaar van tijdelijke aard. Apostelen zijn mannen van het eerste uur: oor- en ooggetuigen van de gekruisigde en opgestane Heiland. Het geldt niet minder voor de nieuwtestamentische profeten. Paulus rangschikt apostelen en profeten onder het fundament van de kerk (Ef.2:20).
Er blijken ook ambten van blijvende aard te zijn. En dan met name het ambt van de oudsten, waarvan je in Handelingen leest dat ze in elke gemeente worden aangesteld (Hand.14:12). Ze vormen een constante factor in het Nieuwe Testament, samen met de diakenen (zie Filip.1:1, 1 Tim.3). Binnen de kring van de oudsten zie je een specialisatie optreden (1 Tim.5:17). Alle ouderlingen geven leiding, er zijn er ook die zich wijden aan het Woord en de leer. Dat zijn zij die wij vandaag aanduiden als dienaren van het Woord.
De gereformeerde ambtsleer baseert zich dus voor de grondlijnen van het ambt op de Schrift en zoekt aansluiting bij de permanente ambten van oudste en diaken. Tegelijk speelt bij de vormgeving de eigen tijd en cultuur ook een rol. Binnen die kaders is voortgaande bezinning mogelijk, bijvoorbeeld over het verschil tussen ambten en bedieningen en over de pastor pastorum.
HUISBEHEERDER
Leiding geven aan de gemeente is zorgzaam zijn in het huis van God. Een ambtsdrager is, wat de Schrift noemt, een ‘huisbeheerder’ (Tit.1:7). Zo wordt de opziener aangeduid. Gezien de verwantschap in vereisten voor oudste en diaken in 1 Timotheüs 3 is de term, bij wijze van uitbreiding, ook voor de diaken te hanteren. De huisbeheerder is de huiseconoom. Het is de knecht die door zijn heer is aangesteld om zijn huis te beheren en ieder het hem of haar toekomende deel te geven. Dit geldt in de breedste zin van het woord, het betreft dus ieder die tot de leefgemeenschap in dit huis behoort. Het is wat je noemt een vertrouwenspositie.
VERANTWOORDING
Laten ambtsdragers oppassen dat ze er niet zichzelf mee gaan zoeken, want eens komt de Heere terug. Dan moet de huisbeheerder rekening en verantwoording afleggen. De knecht zal niet foutloos blijken. Maar was hij trouw aan zijn Heere en dus zorgzaam in Zijn huis? Dat is nou wat je noemt: zicht op het ambt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 november 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 november 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's