De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

LUST OF LAST

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

LUST OF LAST

Invulling van het ambt [2a]

8 minuten leestijd

Een kerkrentmeester ziet de kosten stijgen, maar de inkomsten niet. Een ouderling voelt zich niet welkom op huisbezoek. En bij de dominee wil het schrijven van de preek maar niet vlotten. In de praktijk is het ambt vaak een last. Of is het ook een lust?

Het gebeurde enkele jaren geleden. Terwijl de afkondigingen werden gedaan, zat ik als voorganger naast de ouderling van dienst in de kerkenraadsbank. Terwijl de afkondiger bezig was, stootte deze ouderling mij aan en vroeg mij: ‘Heb je er zin in?’ In een refex antwoordde ik: ‘Ja!’

ZIN IN

Dat woordje ‘ja’ had ik al eerder uitgesproken. Bij mijn bevestiging in het ambt: ‘Ja ik, van ganser harte’. Wie ‘er zin in hebben’ iets te speels in de oren klinkt: Psalm 108 (berijmd) formuleert het iets anders maar bedoelt ondertussen hetzelfde. Mijn hart, o Hemelmajesteit, is tot Uw dienst en lof bereid.

Stel nu dat ik op de vraag of ik er zin in had, geantwoord zou hebben: ‘Eerlijk gezegd niet zo.’ Of nog korter: ‘Nee’.

Als mensen mij vragen of ik altijd gemotiveerd ben om te preken antwoord ik: zodra ik een preek móét maken en een preek móét houden, stop ik. Ik bedoel daarmee het volgende. Als het goed is, heb je bij de voorbereiding van de preek in de Schrift iets gevonden dat jou geraakt heeft en dat je vervolgens graag wilt delen met de gemeente. Op deze manier is de vraag of het ambt een lust of last is, snel beantwoord: een lust, overduidelijk!

MOEITEN

Ondertussen komt de vraag of het ambt een lust of last is niet uit de lucht vallen. Want het trapje naar de preekstoel is soms wel erg hoog. Voordat je als predikant de preek gaat ‘schrijven’, zit je vaak lang naar een leeg scherm te staren. En als je bezig bent: de cursor knippert, maar blijft maar op dezelfde positie staan. Je neemt op zaterdag je preek nog een keer door en de gedachte bekruipt je: moet ik met deze preek de preekstoel op?

Dit zijn allemaal bezwaren van binnenuit. Maar ook van buitenaf komt het nodige op je af. Dat geldt iedere ambtsdrager, en niet alleen die ene dominee die voorgaat. In het Nieuwe Testament wordt de gemeente het huis van God genoemd. Als ambtsdrager mag je in dat huis dienen. Maar ondertussen wordt aan dat huis fink geschud. Soms, bij wijze van spreken, zelfs letterlijk.

De kerkrentmeesters die verantwoordelijk zijn voor het onderhoud van de gebouwen, zien bijvoorbeeld de kosten stijgen. Maar tegelijkertijd dalen de inkomsten. De vraag die hen bezighoudt is: hoe krijgen wij de begroting sluitend?


Het is belangrijk om ons juist nu te realiseren wat het ambt ten diepste is


Soms moeten besluiten worden genomen om gebouwen af te stoten en/of predikantsplaatsen op te heffen. Dat zijn zaken die uiterst gevoelig liggen en vaak weerstanden oproepen. Ze maken ook veel tongen los. Opmerkingen die in dit verband gemaakt worden, kunnen je als kerkrent-meester diep raken.

WEERSTAND

Een andere ambtsdrager is als diaken ambitieus aan de slag gegaan. Het praktisch bezig zijn is hem op het lijf geschreven. Het geloof handen en voeten geven vindt hij heel wezenlijk. Maar gaandeweg merkt hij: niet iedereen is zomaar enthousiast. Soms is er weinig beweging in de gemeente te krijgen.

Een wijkouderling heeft aan het begin van het seizoen een lijst opgesteld van mensen die hij de komende maanden wil gaan bezoeken. Hij probeert afspraken te maken. Maar het valt niet altijd mee: de een heeft geen tijd, de ander geen belangstelling. Staat er een afspraak gepland, dan wordt hij een dag van tevoren afgebeld. En als hij binnen mag komen, merkt hij hoe moeilijk het is om tot de kern te komen. Trouwens, wat een veelvoud van gedachten en opvattingen. Zoveel hoofden, zoveel zinnen.

ANDER BEELD

Dit beeld is eenzijdig. Ik zou namelijk ook een heel andere opsomming kunnen geven. Na een huisbezoek ga je als ouderling op je fets zingend naar huis. Je hebt meer ontvangen dan gegeven. Een ander is met jongeren een diaconaal project aan het voorbereiden en hij wordt warm van hun enthousiasme. De oproep bij de actie Kerkbalans heeft geholpen: ze heeft meer opgebracht dan het jaar ervoor.

KERKELIJKE KLIMAAT

Ondertussen is het een feit dat het moeilijk is om ambtsdragers te vinden. Steeds meer ambtsdragers trekken zich bovendien na één termijn terug. Onderzoek heeft aangetoond dat een op de zes ambtsdragers na het verstrijken van de ambtstermijn het qua kerkelijke betrokkenheid voor gezien houdt. Soms ervaren zij het ambtsdrager zijn eerder als een verarming van hun geloof dan als een verrijking.

Nu gaat het mij hier niet om de exacte getallen. Bovendien geloof ik graag dat in hervormd-gereformeerde kringen de verhoudingen wat genuanceerder zullen liggen. Ondertussen merk je wel dat het kerkelijke klimaat verandert en dat is ook merkbaar ten aanzien van het ambt.

Eén van de gevolgen van de ontzuiling is bijvoorbeeld dat er geen gereformeerde infrastructuur meer aanwezig is waarin standpunten vastliggen. De wereld is één groot wereldwijd web (www). Alle mogelijke denkbeelden kunnen wij met één klik van de muis bij elkaar voegen. Wij stellen ons eigen palet van opvattingen samen.

Dit gegeven kan ook bij de ambtsdrager een enorme duizeligheid veroorzaken. Hoe geef je aan deze ontwikkelingen leiding? Ietwat overdreven gesteld: alles moet onderbouwd worden, alles moet worden toegelicht, alles staat ter discussie. Wat staat er nog gewoon vast? Wat bindt ons? Geef je te strak leiding aan dit proces, dan ben je autoritair. Laat je de teugels te veel vieren, dan word je een gebrek aan leidinggeven verweten.

DOELSTELLING

Gaat het in het ambt om de kunst van het balanceren? Om al schipperend iedereen te vriend te houden? Is het een kwestie van pappen en nathouden? Geven en nemen? Om als kerkenraad zo diplomatiek mogelijk te opereren? En zo veel mogelijk de verschillende ‘belangengroepen’ in de gemeente te behagen?

Het is belangrijk om ons juist nu te realiseren wat het ambt ten diepste is. Het is maar geen taak of functie op zich. Het ambt is door Christus ingesteld. Dat is niet om het gemeenteleven wat draaiend te houden. Dat is veel te beperkt.

In deze wereld is Christus bezig met een groot project. Hij is nu werkzaam om straks Zijn gemeente in de heerlijkheid te doen delen. In Efeze 5:27 staat het als volgt: opdat Hij haar in heerlijkheid voor Zich zou plaatsen, een gemeente zonder smet of rimpel of iets dergelijks, maar dat zij heilig en smetteloos zou zijn.

Paulus ziet als doel van zijn bediening: opdat wij ieder mens volmaakt zouden stellen in Christus Jezus (Kol.1:28b). Deze doelstelling komt dus op uit de doelstelling van de verhoogde Christus. Het is wezenlijk om als ambtsdragers binnen de kerkenraad deze doelstelling te delen. Dat is van een totaal andere orde dan als ambtsdragers in de kerkenraad bepaalde belangen veilig stellen of bepaalde doelgroepen vertegenwoordigen. Dan blijft het touwtrekken en komen we niet verder dan bepaalde machtsspelletjes. Dat is een geesteloos gebeuren. Het is belangrijk om hier als kerkenraad grondig over door te spreken.

GEMEENSCHAP

In zijn beroemde boekje Gemeinsames Leben(vert: Verborgen omgang) schrijft Bonhoeffer over leven in de gemeenschap. Dat element van de gemeenschap is maar niet een extra facet van het christenleven, maar een heel wezenlijk onderdeel ervan. Ik citeer enkele gedeelten:

• ‘…dat de ene christen de andere nodig heeft om Christus’ wil. (p.17)

• Christus in het eigen hart is zwakker dan Christus in het woord van de broeder. (p.19)

• Wanneer we niet dagelijks danken voor de christelijke gemeenschap waarin we geplaatst zijn, ook daar waar geen diepe ervaring, geen merkbare rijkdom, maar waar veel zwakte, kleingeloof en moeite is, en we steeds maar bezig zijn er tegenover God over te klagen dat alles nog zo armzalig, zo gering is en dat het helemaal niet klopt met wat wij hadden verwacht, dan verhinderen wij God om onze gemeenschap te laten groeien tot de mate en rijkdom, die in Christus Jezus voor ons allen klaarligt. (p.25)

• Een predikant hoort niet over zijn gemeente te klagen, helemaal niet tegenover mensen, maar ook niet tegenover God. Hem is geen gemeente toevertrouwd met de bedoeling dat hij voor God en mensen de aanklager van die gemeente zou worden. (p.26)

• Wie niets weet te beginnen met een christelijke gemeenschap waarin hij gesteld is en de schuld op die gemeenschap schuift, die moet eerst zichzelf onderzoeken, of het soms niet juist zijn eigen wensdroom is, die hier door God kapotgeslagen moet worden en als hij ontdekt dat dat zo is, dan mag hij God danken, die hem in deze nood gebracht heeft (p.26)

• Blijkt het evenwel anders te zijn, dan nog moet hij zich ervoor hoeden tot aanklager te worden van de gemeente van God. Hij doet er beter aan zichzelf aan te klagen vanwege zijn eigen ongeloof en God te vragen om hem zijn eigen falen te laten zien en zijn bijzondere zonde. (p.26)

BROEDERSCHAP

Stuk voor stuk zijn dit citaten om op je in te laten werken en als kerkenraad met elkaar te delen. Zelfs breder: om als hele gemeente met elkaar te delen. Geven wij dit leven als een gemeenschap zo vorm?

Dan gaat het dus niet (meer) om verschillen op de spits te drijven; ook niet om diplomatiek het een en ander op te lossen, maar om broederschap. We zijn immers aan elkaar gegeven. En wel dankzij de genade.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 november 2015

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

LUST OF LAST

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 november 2015

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's