De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STEUN VOOR DOMINEE IN SPE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STEUN VOOR DOMINEE IN SPE

Beurs van de bond [1]

7 minuten leestijd

Eeuwelingen verkeren wel eens in een toestand die maakt dat zij aan hun jubileum herinnerd moeten worden. Hoewel ook de geboortedag van het studiefonds van de Gereformeerde Bond, 15 maart 1915, haast ongemerkt voorbijging, is het fonds springlevend.

Dr. C.M. van Driel uit Bennenkom is historicus.

Jaarlijks worden er uit de kas van het studiefonds met milde hand boeken aan theologiestudenten uitgedeeld, talloze bondsdominees hebben er hun studie aan te danken en gemeenten zien het fonds geregeld op het collecterooster.

De meeste activiteiten rond het studiefonds gebeuren in het verborgene. Niemand zit erop te wachten dat van studenten die ernaar streven het ene nodige te verkondigen, de vele noden openbaar worden. Van elkaar weten oudere dominees heel goed dat zeker twee derde bij het hoofdbestuur heeft aangeklopt voor financiële steun. Het archief van de bond bevat ook brieven van theologen van naam die dat misschien niet meer willen weten, aangezien deze aanhankelijk-heidsbetuigingen zeker niet laten doorschemeren dat zij later in andere sectoren van de kerk hun heil hebben gezocht. Vanwege de gevoeligheden en de privacy focus ik in dit tweetal herdenkingsartikelen op de eerste decennia van het studiefonds.

DREMPELS

Veel maakt dat niet uit, want er is altijd grote continuïteit in de doelstellingen geweest, al varieerden de middelen. Tientallen jaren lang droeg het studiefonds bij in de studiekosten of financierde die zelfs helemaal: collegegeld, kamerhuur, studieboeken. Nadat er vanaf eind jaren vijftig via extra kinderbijslag, later door middel van een basisbeurs, financieel gezien geen onoverkomelijke drempels meer zijn om te studeren, heeft het studiefonds vooral een aanvullende rol gekregen. Het helpt bij het opbouwen van een goede boekenkast en het steunt studenten met een zogeheten late roeping.

Sinds de overheidsbezuinigingen hebben geleid tot drastische verlaging van de studiefinanciering en enorme prijsverhogingen voor tweede studies, krijgt aanvullende steun uit het studiefonds weer een grotere rol. En wie weet wat er verandert als de studiekosten in de ogen van het duo Bussemaker-Dekker 35 jaar lang een halssieraad zullen vormen, terwijl studenten dit leenstelsel ervaren als een hypotheekjuk van ongezonde omvang. Misschien keert het studiefonds wel terug naar de begintijd.


Studiefonds gaat flexibel met potentiële predikant om


ONTSTAAN

Het ontstaansjaar 1915 is voor de Gereformeerde Bond een bloeitijd. De bond bestaat dan een kleine tien jaar, heeft zijn koers gevonden en groeit in zelfbewustzijn. Dat mag ook wel, want er is vraag naar. In steden en dorpen, zo stelt bondsvoorzitter ds. M. van Grieken, willen kerkenraden en kiescolleges gereformeerd gezinde predikanten en kandidaten beroepen. Maar, aldus ds. Van Grieken, er is ook ‘een groot gevaar’, namelijk het grote tekort aan zulke predikanten en kandidaten.

Ds. Van Grieken realiseert zich dat niemand gereformeerde kandidaten uit de grond kan ‘stampen’. Maar toename van dit aantal kan onder Gods zegen wel gestimuleerd worden. Hij wijst erop dat andere theologische richtingen wel raad weten met jongens die theologie willen studeren: hebben zij financiële beperkingen, dan kunnen zij terecht bij studiefondsen. ‘Ziet’, poneert ds. Van Grieken, ‘zóo iets moet er onder óns ook komen.’

Het is namelijk zo dat de andere studiefondsen meestal geen beurzen verschaffen aan hervormd-gereformeerden. Dat zijn echter voor een groot deel ‘kleine luyden’. Voor velen is de studie te duur. Nog dezelfde vergadering besluit het hoofdbestuur tot de oprichting van het studiefonds.

WERKWIJZE

Spoedig komt er een reglement, waarvan de naleving wordt toevertrouwd aan een commissie uit het bestuur. De gegadigden voor het studiejaar 1916-1917 kunnen aan de hand van de publicatie van de voornaamste artikelen in De Waarheidsvriend bepalen of ze in aanmerking komen. De belangrijkste voorwaarde is instemming met grondslag en doel van de Gereformeerde Bond. Het hoofdbestuur vraagt in dat kader een attestatie van kerkenraad of predikant. Dit getuigschrift moet eveneens duidelijkheid scheppen over de onbesproken levenswandel.

Blijkbaar hecht het hoofdbestuur ook aan investeringen in levensvatbare kandidaten: vereist is een attest van een arts dat zij een goede gezondheid genieten. De aanvrager dient ‘steunbehoevend’ te zijn. Verder vindt het hoofdbestuur ook een zekere rijping wenselijk. Kandidaten moeten ten minste toegelaten zijn tot de vijfde klas van het gymnasium of zich na de hbs voorbereiden op het staatsexamen dat toelating geeft tot de universiteit.

Het hoofdbestuur besteedt veel zorg aan de eerste kandidaten. Zij krijgen een uitnodiging om hun verzoek bij het hoofdbestuur nader te komen motiveren. Spoedig ontwikkelt zich een vaste procedure, waarbij de steunvragen aan de lopende band worden afgewerkt. In De Waarheidsvriend staat jaarlijks eind mei, begin juni een oproep om een schriftelijk verzoek tot steun bij het studiefonds in te dienen. Als dit verzoek aanleiding geeft tot nader contact volgt een hoorzitting bij de commissie, die zich een indruk wil vormen van de jongens. Soms trekt de commissie daar een halfuur per persoon voor uit, meestal slechts tien minuten. De commissie formuleert een voorstel voor het hoofdbestuur. Dat neemt de definitieve beslissing over steunverlening.

AFWEGINGEN

De praktijk vraagt altijd om afwegingen. De bewaard gebleven notulen van de commissie zijn heel beknopt. Toch geven ze enig zicht op de overwegingen die een rol spelen. Het gaat de commissie om potentiële predikanten die steunwaardig zijn. Om dat doel te bereiken stelt de commissie zich flexibel op. Treffend is dat de commissie jongens de kans geeft zich te bewijzen. Zij meent in 1927 dat het onverantwoord is C. Streefkerk uit Ameide met 1000 gulden per jaar te steunen, aangezien hij gezakt is voor het examen dat hem toelating tot de vijfde klas van het gymnasium moet verschaffen. ‘’t Beste als hij weer onderwijzer wordt’, suggereren de notulen.

De commissie snijdt de weg echter niet af. Slaagt hij op een later moment, dan mag hij alsnog aankloppen om steun en hij zal dan zelfs 300 gulden krijgen voor de afgelegde studie. In 1932 krijgt Streefkerk de slag te pakken. Hij slaagt voor zijn eindexamen en kan met steun van het studiefonds al in december 1935 kandidaatsexamen afleggen.

De belangrijkste voorwaarde voor steun is, zoals gezegd, de gereformeerde identiteit. Ook jongens die niet direct uit de eigen achterban komen, krijgen een kans. Wel is het van belang dat iemand exclusief zijn toekomst bij de Gereformeerde Bond zoekt. J.H. Mulder toont zich in 1921 ‘van goeden wille’, maar omdat hij zich vrijwel uitsluitend in confessionele kringen heeft bewogen, is hij onvoldoende bekend met de bond. Het hoofdbestuur besluit het een jaar met hem te proberen. Mulders schriftelijke verklaring valt een jaar later tegen: kerkrechtelijke kwesties interesseren hem niet en hij voelt zich niet aan enige richting gebonden. Zijn openhartigheid maakt dat hij maar elders moet aankloppen voor steun.

GRENZEN

Zelfs als reeds het verzoek blijk geeft van bredere sympathieën, is de zaak niet direct verloren. De Rotterdammer B. Baks gaat bij een in de ogen van de commissieleden goede predikant op catechisatie en is lid van een hervormd-gereformeerde jongelingsvereniging. ‘Hoort ds. [F.] Kijftenbelt gaarne, [de ethisch-orthodoxe] ds. [A.H.] Edelkoort – de latere hoogleraar Oude Testament – liever’, zo gaat het verslag voort. Toch krijgt Baks 300 gulden per jaar.

Er zijn echter grenzen. Over een ander melden de notulen dat de commissie informatie zal inwinnen over de politieke gezindheid van de vader. Is deze niet voorzitter van de liberale kiesvereniging?

RUIMHARTIG

Problemen met beursstudenten en commentaar uit de achterban leiden zo nu en dan tot aanscherping van de criteria. In 1937 stelt het hoofdbestuur nadere criteria vast waaraan verzoeken moeten voldoen. De kandidaat dient de commissie van zijn kwaliteiten en beweegredenen te overtuigen. Punten die in het verzoek dienen te worden aangesneden zijn het lidmaatschap van de Gereformeerde Bond en het al dan niet geabonneerd zijn op De Waarheidsvriend. Het gezin waaruit de jongens komen is een zwaarwegende factor. Over Gijsbert Boer tekent de commissie aan: ‘belijdend lid. vader lid [van de Gereformeerde Bond] + abonné. spoorstudent. maakt goeden indruk.’

Als zich steeds meer kandidaten aanmelden, neemt de selectie aan de poort toe. Maar als de commissie een positieve indruk heeft van een jongmens, gaat de geldkraan open. Bij elkaar geeft de bond duizenden guldens per jaar aan studenten.


Voorzitter ds. M. van Grieken van de Gereformeerde Bond riep honderd jaar geleden een studiefonds in het leven. Het heeft honderden predikanten in spe geholpen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 december 2015

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

STEUN VOOR DOMINEE IN SPE

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 december 2015

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's