De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GLOBAAL BEKEKEN

4 minuten leestijd

In Israël Actueel, periodiek van de organisatie Christenen voor Israël, schrijft rabbijn Lody van de Kamp een opmerkelijk stuk bij het overlijden van voormalig CDA-politicus Willem Aantjes.

’Lody, natuurlijk wil ik jou mijn verhaal vertellen. Maar onder één voorwaarde. En dat is dat je mij niet in de rede valt, dat je mij laat uitspreken.’ En dat heb ik gedaan. Bijna twee uur lang is Willem Aantjes onafgebroken aan het woord geweest.

Bleskensgraaf, het dorp waarin hij is opgegroeid, komt voorbij. De oproep om zich te melden voor de ‘Arbeitseinsatz’ in Duitsland is een belangrijk onderdeel van zijn verhaal. En dan beschrijft hij natuurlijk zijn tewerkstelling bij het postkantoor van Güstrow bij Mecklenburg waar zijn dagtaak gevuld wordt met het rondbrengen van overlijdensberichten van de vaders en zonen die sneuvelden aan het oostfront. (…) Willem heeft zijn verhaal gedaan. Hij neemt een slok water. ‘Kijk Lody, dit is het verhaal dat ik altijd heb willen vertellen aan professor Lou de Jong, mijn verhaal. Maar na zijn eerste publicatie over mijn vermeend oorlogsverleden heeft hij mij nooit die kans geboden.’ Willem haalt zijn schouders op. ‘Lou de Jong is nu dood. Tenminste heb ik mijn verhaal aan iemand kunnen vertellen.’

Ik zwijg. De afgelopen paar uur heeft deze man zijn persoonlijk drama voor mij uitgerold. Vergruist en vernederd door een samenleving op basis van het getuigenis van een historicus die niet bereid bleek hoor en wederhoor toe te passen en op latere leeftijd zijn in gebreke blijven toegeeft. ‘Lody’, zegt Willem, ‘dit zal wel zo ongeveer de laatste keer zijn dat ik mijn verhaal vertel. Doe er mee wat je ermee wilt doen. Mijn verhaal is af.’

Bijna tien jaar nadat wij tegenover elkaar hebben gezeten, oordeelt een deel van de samenleving opnieuw hard. Nu, naar aanleiding van zijn overlijden. ‘Aantjes had zijn verleden niet mogen verzwijgen. Hij had er meteen na oorloog mee voor de draad moeten komen.’ Waar had hij mee voor de draad moeten komen? Hoe had hij ermee voor de dag moeten komen? Wat had hij eigenlijk moeten vertellen aan een samenleving die in de naoorlogse jaren alleen nog maar in termen van ‘goed’ of ‘fout’ kon en wilde denken?

Willem Aantjes’ verhaal is af. Wij, als samenleving die, ondanks een gebrek aan kennis van de historische feiten, een haarscherp oordeel als een priemend zwaard klaar heeft staan, zijn hier nog niet van af. Wij hebben in het omgaan met de mens in de geschiedenis nog een lange weg te gaan.

Willem, niemand zal jou nog verder in de rede vallen.

In Veenendaal werd vorige week het boek Bonders in opmars. Hervormd-gereformeerden 1890-1960 gepresenteerd. In een hoofdstuk over hervormd Veenendaal komt ds. Philippus Jacobus Hoedemaker, die er ooit predikant was, naar voren.

Philippus Jacobus Hoedemaker (1839-1910), zoon van een boekhandelaar, was in Veenendaal vijf jaar predikant, van 1868-1873. ‘Iemand met ambities, bedrijvig en levenslustig, vol humor en met warme belangstelling voor al het gebeuren om hem heen’, aldus het dagboek van zijn vrouw. Hij was opgegroeid in Amerika, waar hij in New Brunswick theologie had gestudeerd en wilde op negenentwintigjarige leeftijd zijn eerste Nederlandse beroep vanuit Veenendaal wel aannemen, op voorwaarde dat eerst een godsdienstonderwijzer werd aangesteld. Zijn beschrijving van de ellende van de arbeiders, die hij hier aantrof en hem diep geschokt had, is beeldend:

Nooit vergeet ik het ongewone geluid van de fabrieksbel, die mij dikwerf wekte, terwijl alles buiten nog donker en stil was, en hoe ik te midden van de afgemeten voetstappen der oudere arbeiders, het getrappel van kleine voetjes kon onderscheiden. […] Ik wist dat er kinderen voorbijgingen, die misschien deze morgen al slapende uit bed getild waren om, op de killen stenen van den vloer wakker geschud tot bezinning te komen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 december 2015

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 december 2015

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's