VEILIG EN GEBORGEN
De twee Latijnse woorden securitas en certitudo kom je niet elke dag in de krant tegen. Toch zijn ze voor ieder mens erg belangrijk. Certitudo kun je omschrijven als: uiterste geborgenheid, dat je weet in goede handen te zijn. Securitas is dat ik weet voldoende als zekerheden ‘in handen’ te hebben. Dr. H. de Leede stelt deze beide begrippen aan de orde in een artikel in Kontekstueel, waarin hij het proefschrift van Ilonka Terlouw bespreekt. Terlouw deed onderzoek naar de persoonlijke relatie met Jezus, die in de geloofsbeleving van evangelisch-protestanten een belangrijke rol speelt.
KONTEKSTUEEL
Dr. De Leede, die lange tijd aan het seminarium verbonden was, maakt duidelijk dat er met het verlangen naar de werkelijkheid, de realiteit van het geloof niets mis is.
Dit verlangen zoekt naar antwoord in de zekerheid dat ik geborgen ben in een geheimenis dat mij omvat. Ik ben niet een speling van het Lot, maar gewild en aanvaard. Ik zit niet gevangen in mijn kwaad van zonde of schuld, en ben niet ‘tot mijn dood en daarna’ bepaald door mijn (schuldig) verleden ‘of dat van mijn ouders’ ( Joh.9:2). Ik ben verzoend, omvat door liefde en vergeving. Ik sta er uiteindelijk niet alleen voor, en hoef niet voor mijzelf in te staan, kan dat ook niet, maar ben het eigendom van Christus. Niet geworpen maar verkoren, niet verdoemd maar verzoend, niet gedoemd maar bestemd. (…)
Met dat verlangen is niets mis. En met certitudo evenmin. Het loflied uit Romeinen 8:32 en verder is niet voor niets een hoogtepunt uit Paulus’ brieven. ‘Ik ben verzekerd, dat…’: Paulus zingt daar van de realiteit van de ultieme geborgenheid van het bestaan in de liefde van Christus.
Het gaat mis, zegt dr. De Leede, waar de zekerheid dat ik bij God geborgen ben (de certitudo) gefundeerd wordt in de securitas, de zekerheid die ik zelf ‘in handen heb’.
Waar de certitudo, dat ik veilig ben, want geborgen in de handen van Hem die mij gekend heeft, eer ik van Hem wist, verschoven is naar of gefundeerd wordt op de securitas, dat ik voldoende in handen heb, of moet zien te krijgen, om zeker te zijn dat Hij nabij is, of mijn leven leidt, of deze beslissing goed keurt, daar gaat het mis. Waar certitudo verward wordt met securitas, wordt de basis onder de realiteit van het geloof wankel.
Wat is het punt dat dr. De Leede wil maken? Hij signaleert dat de zekerheid van het geloof in evangelisch- protestantse kring, maar daar niet alleen, soms gebaseerd wordt op bijvoorbeeld bijzondere tekenen en wonderlijke gebedsverhoringen. Wetenschappelijke bewijzen voor bijvoorbeeld de schepping (het zgn. creationisme) kunnen daarin ook een rol spelen. Maar als die wetenschappelijke bewijzen ‘omvallen’ dan blijkt de gelovige weinig meer ‘in handen’ te hebben. Het wegvallen van schijnzekerheid (schijn-securitas) heeft funeste gevolgen voor het wegvallen van de geborgenheid bij God. Dr. De Leede noemt dat in een ander deel van zijn artikel de kwetsbare kant van de evangelische geloofsbeleving. Dan dreigt een risico ‘van een zeer diepe secularisatie van ex-gelovigen met evangelische achtergrond’.
DR. DE LEEDE
Het risico dat zij op een kwade dag ontdekken, of na een periode van hevige aanvechting concluderen dat het gebed van de voorganger ‘in Geest en kracht’ manipulatie was, dat gebedsverhoringen suggestieve inbeelding waren, dat tekenen van God projecties van wensdromen waren, en uitingen van onvervuld verlangen, dat ervaringen van Gods nabijheid niet meer of anders waren dan emoties in een tijd van kwetsbaarheid en afhankelijkheid … et cetera. Kortom – dat hun vroegere gelovigheid ongetwijfeld gemeend en toen ‘waar’, ‘werkelijk’ voelde, maar zozeer verbonden was met een wereldbeeld, dat (ineens én nogal totaal) onjuist, mythisch, zo niet absurd blijkt te zijn (geweest). ‘Ach – dat was toen!’, zegt de een met weemoed, en mogelijk zelfs vertedering, de ander met verliespijn, en de derde met woede, of schaamte.
Waar moet de realiteit van het geloof (de certitudo) dan wel op gefundeerd zijn? Dr. De Leede wijst op de zekerheid die vast ligt buiten onszelf, in Jezus Christus.
Het fundament en de inhoud van de zekerheid/certitudo van het geloof is Christus, of beter ‘in Christus’. Dat is bepaald geen nieuw inzicht, integendeel. Maar het komt wel aan op de herontdekking van de betekenis van het ‘extra nos’ [buiten ons, red.], dat wij de zekerheid van ons heil buiten onszelf hebben, en moeten zoeken, namelijk ‘in Christus’.
‘Ons leven is verborgen/geborgen met Christus in God’ (Kol.3:3). Dat geloofsinzicht is geradicaliseerd van fundamentele betekenis, ook als kennisweg. Wij zijn behouden ‘in de hoop’, schrijft Paulus in Romeinen 8. En hoop die gezien wordt, is geen hoop. De hoop die gezien wordt is geen hoop: die geeft securitas, dat wil zeggen ‘die suggereert dat je wat in handen hebt, en dat ondermijnt juist de hoop’. Want zij richt zich op ‘de dingen die gezien en ervaren worden’ en verstrikt zich daarin. De christelijke hoop richt zich op wat niet gezien wordt, wat eraan komt, en zet daarom gelovigen in beweging.
DE GROENE AMSTERDAMMER
In De Groene Amsterdammer is Yvonne Zonderop in gesprek met sociaal- filosoof Hans Boutellier. Hij publiceerde onlangs een boek Het seculiere experiment over de vraag hoe het ons als samenleving is vergaan nu we afscheid hebben genomen van God. Ook Boutellier brengt – heel verrassend – de certitudo ter sprake.
In zijn boek lijkt de hoofdconclusie te zijn dat het verdwijnen van het geloof in God er niet voor heeft gezorgd dat het samenleven onbegaanbaar is geworden, zoals Boutelliers vader altijd dacht: ‘als niemand meer gelooft, dan wordt het een zooitje’.
Je eerste conclusie stemt positief: leven zonder God heeft mensen niet crimineler gemaakt.
BOUTELLIER
‘Je zou denken dat als de autoriteit verdwijnt de criminaliteit toeneemt. Aanvankelijk was dat ook zo. Maar hij daalt nu al weer vele jaren. Er zijn allerlei mechanismen voor in de plaats gekomen waarmee we de zaak onder controle hebben gekregen, zoals camera’s, stadswachten en sociale preventie.’
We zijn wel veel vatbaarder geworden voor angst, schrijf je. Met het geloof verdween ook de gemoedsrust.
‘Dat is waar. Vanwege God, maar ook om de geborgenheid van gemeenschap, en om het verhaal. Dat is weg. Pim Fortuyn had het over verweesd zijn, en dat is eigenlijk best een goed begrip. Ik denk dat veel mensen zich verweesd voelen, geen rust hebben, zich niet veilig voelen. Het lutherse geloof kent het begrip certitudo. Dat staat voor geloofszekerheid: omdat ik geloof, ben ik in handen van God. Dat veilige gevoel is voor veel mensen weg. Er is een reservoir van angst, dat verklaart ook waarom we zo ontzettend op die veiligheid zijn gaan hameren. Dat geeft tenminste het gevoel dat we het weer een beetje onder controle krijgen.’
En jij zegt dan: daarom ervaren wij al die surveillance als nieuwe voorzienigheid, een nieuwe almacht ziet en hoort ons!
‘Ik heb me lang verbaasd over waarom er zo weinig verzet of zelfs maar weerzin is tegen die surveillance, online of in het echte leven. We accepteren het gewoon. Sommigen zeggen: je hebt toch niets te verbergen, maar dat is een plat en dom argument. Er zit iets diepers achter.
In De Groene schreef Bob de Graaff [hoogleraar terrorisme en contraterrorisme, GvM] over inlichtingendiensten. Hij grapte: we gaan ons niet verzetten tegen de Heer. Toen dacht ik: het is helemaal geen grap, dit is eigenlijk een heel goed punt.’
Je omschrijft het als een systeem met religieuze trekken.
‘Het heeft dezelfde kenmerken, bijvoorbeeld dat iedereen gezien kan worden. Het verbindt hoog en laag. Is alomtegenwoordig. Het suggereert bescherming en geborgenheid. En er is zelfs een persoonlijke relatie. Surveillance functioneert omdat we er allemaal aan bijdragen. Daarom heb ik bezwaar tegen critici die alleen de macht zien die ons wil onderdrukken. We willen het zelf ook. Het regelt in toenemende mate onze relaties. Ook dat is er religieus aan.’
Dit fragment uit het gesprek met Boutellier sluit naadloos aan op het verhaal van dr. De Leede. Als samenleving zetten we geweldig in op securitas, denk aan het almaar uitdijende cameratoezicht en de roep om grotere bevoegdheden voor veiligheidsdiensten. Met de suggestie van bescherming en geborgenheid. Maar wat als deze veiligheidsmaatregelen toch (weer) tekortschieten tegenover terreurdaden? Voor certitudo, ultieme geborgenheid, zijn we aangewezen op de handen van God. ‘Is God de Heer maar voor mij, wat zou mij tegen zijn?’
Ds. G. van Meijeren is hoofd mobiliteitsbureau Predikanten & Kerkelijk Werkers van de Protestantse Kerk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 december 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 december 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's