MAN VAN DE KANSEL
Hervormd-gereformeerde theologen [5, slot, ds. L. Kievit]
In de vorige eeuw had de naam ‘ds. Kievit’ in het rechtzinnige deel van de Hervormde Kerk van Nederland gedurende tientallen jaren een bijzondere klank. Het ging dan over vader en/ of zoon.
De vader was ds. I. Kievit, die vele jaren in Baarn predikant was. Hij was een geleerd man, thuis in theologie en filosofe. Als prediker ging zijn invloed ver over de grens van de gemeente die hij van 1923 tot 1952 met het Woord diende. De zoon was ds. L. Kievit. ‘Men’ wilde die twee nogal eens tegen elkaar uitspelen, maar dat was niet terecht. Zij waren eensgeestes. Elk van beiden was toegerust met eigen gaven, waarmee hij zich met liefde en toewijding voor de dienst van de Heere inzette.
GENTLEMAN
De lagere school en het gymnasium bezocht Leendert Kievit in Baarn, het deftige dorp dat hem voor het leven stempelde, want wie ds. L. Kievit ontmoette, ontmoette een gentleman.
Na zijn studie aan de Utrechtse universiteit werd Schoonrewoerd de eerste gemeente van ds. L. Kievit. Zijn vader bevestigde hem op 16 augustus 1942. Dat was midden in de oorlog. De tekst voor de intreepreek blijkt het motto geworden te zijn voor al de jaren die ds. L. Kievit in de kerk heeft mogen dienen: ‘Heere, open mijn lippen, zo zal mijn mond Uw lof verkondigen’ (Ps.51:17).
Ds. L. Kievit was een prediker, een man van de kansel. Prediken, Christus prediken was zijn lust en zijn leven. Hij zag er ook steeds erg tegenop. Hij kende het gewicht van het ambt, en wist dat het gaat om niet minder dan de verkondiging van het goddelijk Woord. Dat deed hij met overgave, met alle gaven van hoofd en hart. Hij leefde en werkte vanuit het beginsel dat waar het Woord komt de kerk tevoorschijn komt. Zo sticht Christus Zijn kerk, terwijl het Woord de kerk ook richt.
SCHOONREWOERD, PUTTEN
De gemeente van Schoonrewoerd was meer dan twintig jaar zonder predikant geweest. Het werk werd toen gedaan door een godsdienstonderwijzer, wiens prediking zeer bevindelijk was, maar waardoor de betekenis van de sacramenten veel te kort was gekomen. De 24-jarige dominee had dus de gemeente wel het een en ander bij te brengen.
Een nog veel zwaardere taak wachtte hem toen na drie jaren de gemeente van Putten hem beriep. Putten was een dorp van weduwen, naar een woord van ds. J.T. Doornenbal. In de razzia van 1 oktober 1944 waren door de Duitse bezettende macht honderden mannen en jongens opgepakt en afgevoerd. Een deel van het dorp was in de as gelegd. Uit het concentratiekamp keerden na de bevrijding maar enkele tientallen mannen terug. Er was in Putten nauwelijks een familie te vinden waar geen dode was te betreuren. Soms waren het er meer dan één uit een gezin of familie. Overal was verdriet en rouw.
Zo trof ds. L. Kievit de gemeente aan, toen hij in augustus 1945 in de vacature van ds. C.B. Holland aan haar verbonden werd. Die situatie vroeg in prediking en pastoraat veel van hem. Met inzet van al zijn krachten, met al de liefde van zijn hart gaf hij zich aan deze zwaar beproefde gemeente, die hij na zeven jaren verliet om er vijf jaren later terug te keren.
Leendert Kievit werd op 17 augustus 1918 te Benschop geboren. Hij studeerde theologie in Utrecht en was achtereenvolgens predikant in Schoonrewoerd (1942), Putten (1945), Woerden (1952), opnieuw Putten (1957), Leiden (1964) en Gouda (1969-1984). De predikant overleed 25 jaar geleden, op 20 april 1990.
RICHTINGEN
In die tussentijd diende hij de gemeente van Woerden. Dat was sinds jaar en dag een ‘confessionele’ gemeente, waar hij als eerste ‘bonder’ kwam. De situatie was daar totaal anders dan in Putten. Nu kreeg hij met de richtingenstrijd te maken.
Hij was echter geen ‘richtingman’ en had ook geen strijdlustige natuur. Zijn vader had een enigszins onafhankelijke positie in de kerk ingenomen, met de zoon was dat niet anders. Hij bleek geen lid van de Gereformeerde Bond te zijn, toen hij in 1962 tot lid van het hoofdbestuur werd gekozen.
Toen onder aanvoering van ds. G. Boer het hoofdbestuur lijnen ging trekken die voor hem toch wat te krap waren, wilde hij de voorzitter niet in de weg staan en trok hij zich uit het hoofdbestuur terug. Overigens werd hij in 1974 weer lid daarvan, hetgeen hij bleef tot 1986. Ds. Kievit was een man van het Woord en van de kerk. Het Woord wilde hij dienen. Dat betekent voor een dienaar van het Woord goede aandacht voor de grondtalen, het Hebreeuws en Grieks. Daarbij was hij bedreven in het Latijn en besteedde hij uiterste zorg aan de Nederlandse taal in preek en geschrift. Hij vond het nodig niet alleen ‘oude schrijvers’ te lezen, maar ook romans om de tijd en tijdgeest te onderkennen. Zo heeft hij het ook zijn leervicarissen voorgehouden. Tot wetenschappelijke publicaties kwam hij niet, hoewel hij een man van de wetenschap was.
KERK
Een man van de kerk. Dat was hij ook. Niet een man van een groep. In een evangelisatie was hij nooit voorgegaan, verklaarde hij eens ter generale synode. Naar die ambtelijke vergadering vaardigde namelijk de classis Harderwijk hem in 1948 af. Zijn plaats werd in 1949 door ds. J. de Lange (Nunspeet) ingenomen, maar in 1950 (tot juni 1952) was ds. Kievit weer lid van de synode. Ook de classis Gouda vaardigde hem naar de synode af, waar hij van 1953 tot 1957 zijn plaats innam. Enkele jaren was hij ook lid van het moderamen van de synode. In die perioden kwamen in deze breedste ambtelijke vergadering van de kerk heel belangrijke onderwerpen aan de orde zoals: de nieuwe kerkorde, het ‘Dienst-boek’, de openstelling van de ambten voor de vrouw en het zogeheten ‘Hervormd–Remon-strants gesprek’.
Ds. L. Kievit was geen debater. Hij was niet iemand die tijdens de zittingen van de synode steeds weer het woord vroeg. Later in de vergaderingen van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond deed hij dat ook niet. Maar wanneer hij het woord gevraagd had, sprak hij met wijsheid en vaste overtuiging.
SYNODE
In november 1950 gaf hij in de synode uiting aan zijn bezwaar tegen de vele organen van bijstand die de nieuwe kerkorde kende. Hij voorzag de verzelfstandiging van deze organen tegenover de ambtelijke vergaderingen, zoals het later ook is gegaan. Ook bepleitte hij de voorrang in de kerkorde van het artikel over het belijden van de kerk (art.X) op dat over het apostolaat (art.VIII). Zijn grote bezwaar was dat de confessionele bepaaldheid van de kerk min of meer werd ‘opgeofferd aan een zekere apostolaire gerichtheid’. Hij kreeg slechts vijf synodeleden in zijn bezwaar mee.
Het was er de oorzaak van dat hij tegen de nieuwe kerkorde moest stemmen. Dat deed hem wel leed, zoals hij uitdrukkelijk verklaarde. Ook hier hebben de ontwikkelingen hem helaas gelijk gegeven. In de volgende jaren is door de welhaast apostolaire obsessie de Hervormde Kerk ten koste van haar belijdenis en inhoud uitgehold, tot zij in haar historische gestalte verdween om op te gaan in de nieuw opgerichte Protestantse Kerk in Nederland.
PSALM 116
Zijn vierde gemeente was de universiteitsstad Leiden, waar hij getuige was van de vele en scherpe tegenstellingen die de kerk in die jaren verscheurden. Daarna kwam Gouda, waar hij vijftien jaren met grote vreugde en met zegen predikant was. In de St. Janskerk, zo rijk aan historie, voelde hij zich thuis. Bij zijn 65e verjaardag werd hem een ‘bundel opstellen over de dienaar en de bediening van het goddelijke Woord aangeboden’. Kort daarna ging hij met emeritaat (29 april 1984). Zijn lichamelijke krachten waren toen sterk afgenomen.
Met zijn geliefde vrouw, A.G. Kievit-van Ginkel, trok hij voor de derde maal naar Putten, dat voor hen beiden onvergetelijk was geworden. Daar nam zijn gezondheid verder af, tot hij 20 april 1990 naar Huis mocht gaan. Op de rouwcirculaire werd een deel van Psalm 43 in de vertaling Gerhardt/Van der Zeyde afgedrukt: ‘Wat buigt ge u neer, mijn ziel, wat zijt ge ontrust in mij? Stel gij op God uw hoop: eenmaal loof ik Hem wéér die mij bevrijdt – mijn God.’
De stoet die de baar bij zijn begrafenis vanuit de Oude Kerk van Putten naar de begraafplaats volgde was een zingende stoet. Gezongen werd Psalm 116. Alle verzen. De Psalm, die begint in de diepte van de banden van de dood en de angsten der hel, en eindigt met het huis des Heeren en het blijde ‘Hallelujah!’ Dat was de psalm van ds. L. Kievit.
Ds. L.J. Geluk is emeritus predikant te Rotterdam.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 december 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 december 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's