De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

LOYALE THEOLOOG VERWACHT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

LOYALE THEOLOOG VERWACHT

Beurs van de bond [2, slot]

8 minuten leestijd

Hoe belandden al die duizenden guldens in de kas van het studiefonds van de Gereformeerde Bond, dat dit jaar zijn honderdste verjaardag viert? Als de noodzakelijkheid wordt gevoeld, betoogde ds. Van Grieken bij de start, ‘dan is er onder ons gereformeerde volkje nog wel wat bijeen te brengen’.

Dr. C.M. van Driel uit Bennenkom is historicus.

De man die het studiefonds op de agenda van het hoofdbestuur heeft gezet, penningmeester J.C. Fliehe, heeft de reputatie te kunnen ‘bedelen zooals niemand’. Hij laat de lezers van De Waarheidsvriendweten dat ‘ook de geringe gave niet veracht zal worden’.

Onder de schaarse bewaard gebleven bronnen bevindt zich het kasboek over de periode 1915-1926. Samen met andere gegevens geeft het een goed beeld van de financiële ontwikkeling: afgezien van een grote gift van 2000 gulden gaat het om guldens en tientjes. Toch stijgt het balansbedrag gestaag, ondanks economisch magere jaren. In de loop van de jaren twintig stijgt de ‘omzet’ tot gemiddeld 25.000 gulden per jaar.

PAASCOLLECTE

De inzet is groot om dit bedrag in kas te krijgen. Vaak trekken leden van het hoofdbestuur het land in om spreekbeurten te verzorgen over de doelen van het studiefonds, vaak in combinatie met een boodschap over het leerstoelfonds van de Gereformeerde Bond. De penningmeesters schrijven vele kerkenraden aan, alsmede de besturen van afdelingen van de Gereformeerde Bond, met het verzoek jaarlijks een collecte voor het studiefonds te houden. Vaak is de bestemming van de zogeheten ‘Paaschcollecte’ het studiefonds. Een andere bron van inkomsten zijn legaten. Verder kunnen mensen op den duur begunstiger van het studiefonds worden.

LENING OF GIFT?

Zijn er ook inkomsten uit de portefeuilles van hen in wie het hoofdbestuur jaarlijks duizenden guldens investeert? De regels voor terugbetaling zijn bij gebrek aan bronnen niet helemaal duidelijk. Degene die de beurs ontvangt verplicht zich in ieder geval alles terug te betalen als hij voortijdig strandt op het gymnasium of tijdens de studie. Ook tekent hij voor terugbetaling als hij van theologische of kerkelijke richting verandert. In zijn algemeenheid geldt bovendien een morele verplichting tot restitutie als iemand daartoe in staat is.

Uit allerlei verspreide opmerkingen rijst het beeld op dat het hoofdbestuur renteloze leningen verschaft, waarmee het beursstudenten moreel levenslang aan de bond bindt. In de praktijk is het vrijwel altijd gebleven bij giften. De kasboeken van Fliehe tonen bij de beursstudenten slechts uitgaven, geen inkomsten. Alleen in het geval van G. van der Zee maakt het toelagenboek 1916-1931 melding van terugbetalingen. In zijn geval gaat het echter niet om studiesteun, maar om een lening van 2000 gulden voor de verbouwing van de pastorie in Hagestein. Jaarlijks moet hij vanaf 1924 250 gulden aflossen, waarmee hij driftig begint. Al in de zomer van 1925 stuit hij op zijn grenzen en richt hij een smeekbede tot de penningmeester: ‘Mijnheer Fliehe, eenmaal een arm student, en nu een arme dominee.’ En bovendien: ‘De ooijevaar komt er in de verte al aan!’


COLLECTEN

Voor het studiefonds van de Gereformeerde Bond collecteren veel gemeenten jaarlijks. Het biedt de Gereformeerde Bond de mogelijkheid om financiële ondersteuning aan studenten in de theologie te geven. Het gaat dan om aanvullende bedragen op bijvoorbeeld ontoereikende studietoelagen en boekentoelagen. De laatste jaren is sterke nadruk komen te liggen op de zogeheten late roepingen. Voor velen die op latere leeftijd gaan studeren en voor een gezin hebben te zorgen, biedt het studiefonds de mogelijkheid om de studie te beginnen of voort te zetten.


Ds. Van der Zee krijgt uitstel van betaling.

Wat het studiefonds met tientjes en honderden guldens in studenten investeert, krijgt het maximaal met guldens en tientjes terug. De enige die voor 1950 regelmatig forse bedragen overmaakt is ds. C.A. Korevaar geweest. In recentere tijden zijn er meer die dat hebben gedaan.

Liefst laat het hoofdbestuur terugbetaling over aan het geweten van de predikanten. Hun geweten blijkt geen drijfzand. Jonge predikanten overtuigen hun kerkenraad van de noodzaak te collecteren voor het studiefonds.

NIVEAU

Als de inkomsten in de jaren dertig achterblijven bij de uitgaven, wordt het regime strikter. Het hoofdbestuur wordt vanaf 1930 steeds kritischer op het niveau van de studenten. Die houding kan het zich veroorloven vanwege de aanwas. Aanpassing van de criteria móet ook vanwege de financiële grenzen. De weerslag van deze houding is te vinden in een beperkend beleid ten aanzien van hbs’ers en gymnasiasten. Deze besluitvorming is niet bekend bij de hoogleraren H. Visscher en J. Severijn. In 1934 is voor hen de maat vol. Zij oefenen bij een bezoek aan het hoofdbestuur sterke druk uit om strenger te selecteren. Prof. Visscher bekritiseert al eerder op een jaarvergadering openlijk het gehalte van de studenten. De kerk heeft ‘ware dienaren des Woords nodig en geen menschen die slechts een toga aan hebben en geen gezangen laten zingen’, zo luidt het visscheriaans. Voortaan steunt het fonds nog slechts bij hoge uitzondering gymnasiasten. Geregeld concludeert het hoofdbestuur bij nieuwe aanvragen: ‘Steun zoude zijn schot in de lucht.’

INCIDENTEN

In ruil voor de steun verwacht het hoofdbestuur loyaliteit, respect en dankbaarheid. De jaren door zijn er incidenten. Zo beklaagt Fliehe zich in 1917 over de beledigende wijze waarop een student zich over hem uitliet. Met zulke jongelingen weten de ervaren predikanten wel raad. Nog dezelfde avond gaat deze student voor het hoofdbestuur door de knieën.

Dat sommige beursstudenten niet overlopen van dankbaarheid houdt volgens hen zelf echter ook verband met de manier waarop het hoofdbestuur met hen omgaat. R.C. van Putten, predikant te Oud-Vossemeer, voelt zich in 1951 geroepen uiteen te zetten waarom hij er niet voor voelt een collecte te houden, hoewel hij jarenlang steun heeft ontvangen.

AFGEPOEIERD

Hij verhaalt dat penningmeester ds. J. Goslinga hem, toen hij in 1936 bij hem aanklopte, op de drempel heeft afgepoeierd met de stelling dat als allen zo deden, hij wel aan de deur kon blijven staan. Van het hem toegezegde bedrag van 700 gulden kreeg ds. Van Putten bovendien elk jaar niet meer dan 600 gulden. En toen hij een bijbaan zocht, verzekerde ds. Goslinga hem dat hij stal van de tijd die de bond betaalde.

Onder de incidenten is de meest pijnlijke het veranderen van mening over de Gereformeerde Bond en voor haar essentiële zaken. In alle fasen van de steunverlening loopt het hoofdbestuur er tegenaan dat jongeren vaak nog zoekende zijn. Een student uit Rotterdam bericht het hoofdbestuur in 1930 met goed gevolg eindexamen gymnasium te hebben gedaan. Hij voelt zich echter niet meer thuis in de bond. ‘Hij miste de gave’, zo zegt hij diplomatiek, ‘om de geref. predikanten te Rotterdam te waardeeren, zooals de hervormd-gereformeerden, waaronder ook zijn ouders, dat doen.’ Sommige studenten gaan niet alleen kerkelijk, maar ook theologisch een heel andere kant op. De bekendste van hen is wel Barthold van Ginkel (1911-1995); hij wordt uiteindelijk vrijzinnig. Tussen 1923 en 1928 ontving hij ruim 2500 gulden steun.

BETEKENIS

De steun is een factor in het emancipatieproces dat ook in hervormd-gereformeerde kring volop gaande is. De cijfers spreken boekdelen, en sommige studenten hebben hun verhaal aan het papier toevertrouwd. Zo vertelt Laurens Blok dat zijn moeder aan tafel uit de Bijbel leest, omdat dit zijn vader slecht afgaat. De jonge Blok mag zijn hersens gaan gebruiken. Hij gaat naar de hbs en doet vervolgens staatsexamen om theologie te kunnen gaan studeren. Zonder steun is deze route onbegaanbaar. Er zijn er ook die genoeg hebben aan aanvullende steun. H.G. Abma kan in 1929-1931 met 100 gulden per jaar volstaan.

Hoeveel bonders er onder de stijgende studentenaantallen zijn, is onzeker. Maar het aantal neemt zeker toe. Dat is onder meer af te lezen aan de sterke groei van Voetius. Het studiefonds heeft daar een aanzienlijke bijdrage aan geleverd. Bijgevolg is die er ook geweest aan het verminderen van het algemene kandidatentekort en aan het voortdurend toenemen van het aantal hervormd-gereformeerde predikanten.

MISSIE

Bij steunverlening aan jongeren is er geen garantie dat zij in het gewenste spoor blijven gaan. Zelfs in het officiële gedenkboek uit 1956 erkent secretaris ds. J.J. Timmer openlijk dat de werkelijkheid niet altijd even rooskleurig was. Het studiefonds heeft sommigen gesteund die later hebben teleurgesteld. ‘Ze zijn van ons uitgegaan, omdat ze niet van ons waren. Wie zal echter onderzoeken het binnenste eens mans en het diepe hart?’


Veel gemeenten danken hun predikant aan hun eigen offervaardigheid


Het studiefonds heeft echter vooral positieve herinneringen nagelaten. Ds. Timmer vervolgt dat er ‘toch een grote schare van predikanten [is], die [...] nu met ere in onze gemeenten mogen worden genoemd’. Hij overdrijft niet. Veel predikanten danken hun opleiding aan het studiefonds. Omgekeerd hebben veel gemeenten hun predikant te danken aan hun eigen offervaardigheid.

Het studiefonds is een factor van gewicht geweest in de groei van het aantal gestudeerden in hervormd-gereformeerde kring. Het hoofdbestuur gebruikt het studiefonds soms ook om theologen te laten doorstuderen ‘omdat het ons aan geschikte namen voor een professoralen zetel ontbreekt’. Daarvan is om verschillende redenen weinig terechtgekomen, maar de missie van Fliehe om zijn kerk ‘een groote bezending gereformeerde dominees’ te bezorgen, is succesvol verlopen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 december 2015

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

LOYALE THEOLOOG VERWACHT

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 december 2015

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's