BOEKBESPREKINGEN
Paul Gillaerts e.a. (red.) De Bijbel in de Lage Landen. Elf eeuwen van vertalen. Royal Jongbloed, Heerenveen; 980 blz.; € 49,95.
Wanneer de ongenummerde pagina’s met de fraaie kleurenfoto’s meegeteld worden, telt het eerste project van SIG VERBI (Special Interest Group on Vernacular Bibles - Vertalingen van de Bijbel) meer dan duizend pagina’s. De onderzoeksgroep, waar zowel Belgische als Nederlandse onderzoekers deel van uitmaken, heeft voor het eerst de complete geschiedenis van de bijbelvertalingen in de Lage Landen in kaart gebracht.
Op de middelbare school leerden we een van de oudste zinnen in de Nederlandse taal: ‘Hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hic anda thu.’ Een soortgelijke ervaring roepen de zogenaamde Wachtendonckse Psalmen (ca. 900) op: ‘Himila tellunt guolikheide godes’ (De hemel vertelt Gods eer, Psalm 19:2). Een levende taal is altijd in ontwikkeling en dat verklaart niet alleen de afstand die we ervaren tot deze vroege vorm van onze taal, maar ook waarom er geen einde komt aan de noodzaak om te vertalen. Die noodzaak dient zich aan zodra de taal waarin een document geschreven is, niet meer begrepen wordt door de lezer. Dat was al het geval bij de Joden in de verstrooiing, die niet of nauwelijks meer Hebreeuws spraken. Met het oog op hun situatie is het Oude Testament vertaald in het Grieks – de Septuaginta.
De Bijbel in de Lage Landenlaat zich lezen als de geschiedenis van de eeuwenlange worsteling hoe de brontaal – voor de Bijbel het Hebreeuws, Aramees en Grieks – zich verhoudt tot de doeltaal, de Nederlandse taal door de eeuwen heen. Vertalen is niet zomaar de woorden van de ene taal overzetten naar de andere taal. Wie eenvoudig boven de Hebreeuwse of Griekse woorden de overeenkomstige Nederlandse woorden zou schrijven, heeft daarmee nog niet de Bijbel vertaald in het Nederlands. Bij vertalen gaat om het lezen en interpreteren van de brontekst en vervolgens het formuleren en vormen van de doeltekst.
In deze uitgave zijn de elf eeuwen verdeeld in vijf tijdvakken: de Middeleeuwen tot 1522; de zestiende eeuw; de zeventiende en achttiende eeuw; de negentiende en twintigste eeuw tot 1945 en ten slotte de naoorlogse jaren. Wanneer we naast dit handboek de studies leggen van De Bruin (bewerkt door Broeyer) en Jaakke en Tuinstra, valt meteen op dat de Statenvertaling niet langer het ijkpunt is. Aan het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw luidden de titels: De Statenvertaling en zijn voorgangersen: Om een verstaanbare bijbel. Nederlandse bijbelvertalingen na de Statenbijbel. De Statenvertaling is nu een van de vertalingen die besproken wordt in het deel over de zeventiende en achttiende eeuw.
De vragen die steeds terugkeren zijn: Hoe is er vertaald? Hoe verhoudt de vertaling zich tot de brontekst en hoe zagen de vertalers de relatie tussen de vertaling en de doeltaal? Welke theologische opvattingen hebben daarbij meegespeeld? In dit boek wordt ook duidelijk dat de aandacht van de onderzoekers meer en meer verschoven is van de ontstaansgeschiedenis van teksten en de auteurs naar de overlevering, ontvangst en gebruikers van teksten.
De auteurs van het deel over de zestiende eeuw laten zien dat ook aan katholieke zijde veel werk verzet is om de Bijbel in de volkstaal te vertalen. Het was niet de vraag of de Bijbel in het Nederlands gelezen mocht worden, maar wel of zo’n vertaling een betrouwbare weergave van de Vulgaat was (de enige, gezaghebbende versie van de bijbel in de Rooms-Katholieke Kerk).
Uiteraard wil je weten hoe in zo’n handboek de vertaling die je zelf gewend bent te lezen, aan de orde komt. In het vijfde hoofddeel over de periode na 1945 wordt vooral aandacht geschonken aan de Groot Nieuws Bijbel, de Willibrord-vertaling en de Nieuwe Bijbelvertaling (2004). Daarnaast komen literaire bijbelvertalingen en vertalingen uit de Amsterdamse School voor het voetlicht. In een van de kaderteksten – dus buiten de hoofdtekst – schenkt Den Hollander kort aandacht aan de Herziene Statenvertaling (2010) en de Gereformeerde Bijbelstichting. Hier had ook de Staten-vertaling-1977 (Tukkervertaling, naar dr. C.A. Tukker, die de leiding had van de commissie) genoemd moeten worden. De Bijbel in de Lage Landensluit af met een hoofdstuk over kinderbijbels, waarvan er vanaf de zeventiende eeuw ruim 900 (!) verschillende zijn verschenen. Na elf eeuwen bijbelvertalen eindigt het boek nogal abrupt met het onoverzichtelijke landschap van de kinderbijbels aan het begin van de 21e eeuw. De auteurs geven in de algemene inleiding aan dat het nog te vroeg is voor een synthese, maar in een nawoord had in ieder geval de Bijbel in Gewone Taal als jongste ontwikkeling aangekondigd kunnen worden. Inmiddels is ook een Samenleesbijbel verschenen, die gebaseerd is op de tekst van de Bijbel in Gewone Taal. Een kanttekening bij de zwartwit illustraties: sommige afbeeldingen zijn te klein om de details waar het bijschrift naar verwijst, goed te kunnen zien (blz.193, 312, 591); Erasmus’ Latijns-Griekse Nieuwe Testament van 1519 (blz.205) verdient een mooiere afdruk en de afbeelding op bladzijde 477 had op deze wijze niet geplaatst mogen worden.
De Bijbel in de Lage Landenis een spannend boek, omdat de auteurs er in geslaagd zijn de vertalers door de eeuwen heen op de huid te zitten. Hoe dichter we bij onze eigen tijd komen, hoe spannender het wordt, omdat persoonlijk geloof, theologische overtuiging en visie op taal hoe dan ook bij het noeste handwerk van het vertalen een grote rol spelen.
W.H.TH. MOEHN, HILVERSUM
Reinald Molenaar
Thuis zonder ramen.
Uitg. de Banier, Apeldoorn; 159 blz.;
€ 12,95.
De waarheid toetsen aan de waarheid, je rechtvaardigheidsgevoel doorontwikkelen, verder kijken dan wat voor ogen is – en door al deze dingen aan de geschiedenis recht doen. Dat leert de eerstejaarsstudent geschiedenis Michiel van Dongen in de debuutroman Thuis zonder ramenvan RD-journalist Reinald Molenaar. Hoe doe je als kind van NSB-ouders recht aan het verleden, in de wereld en in jouw kleine leven? Molenaar vertelt een verhaal, dat speelt in 1945 en 1955/56, om deze vraag van een antwoord te voorzien. De student met zijn aarzelende karakter leert onder meer door de levenswijsheid van zijn hoogleraar met een genuanceerdere blik de wereld in te kijken.
In één ruk lees je dit boekje uit; daar staat tegenover dat diverse gebeurtenissen uit de lucht komen vallen (de vriendschap met Tom, de dood van Michiels vader, zijn baantje in de bibliotheek), dat de karakters van zijn bazige hospita of Joodse kamergenoot te stereotiep of te vlak blijven en dat gebeurtenissen uit het concrete leven (vadertje Drees, de Hongaarse opstand) niet vloeiend verweven zijn met het levensverhaal van Michiel: te vaak lezen we ‘dat hij dit in de krant las’. Kortom, een debuut dat om een tweede roman vraagt waarin minder uitgelegd, meer verteld wordt en de compositie strakker is. De auteur lijkt het in zich te hebben om over enige tijd zo’n nieuwe roman te publiceren. Ga door!
P.J. VERGUNST
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 december 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 december 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's