TOP 2000
Ds. G. van Meijeren is hoofd mobiliteitsbureau Predikanten & Kerkelijk Werkers van de Protestantse Kerk.
Ook dit jaar wordt tussen Kerst en Oud en Nieuw de Top 2000 uitgezonden. Via internet kunnen luisteraars zelf bepalen welke tweeduizend populaire liedjes op Radio 2 te horen zijn. Deze opzet, waarbij persoonlijke herinneringen een grote rol spelen, is een doorslaand succes. Inmiddels zijn er ook binnen onze kerk zogenaamde Top 2000 kerkdiensten, waarin een aantal popnummers wordt gedraaid die met geloof en spiritualiteit te maken hebben. Popmuziek wordt ervaren als een verbindend element in onze samenleving. Het biedt zelfs een mogelijkheid om God ter sprake te brengen.
Theologia Reformata, tijdschrift voor gereformeerde theologie, bracht een breed geschakeerd themanummer uit over muziek. Naast bijdragen van Hanna Rijken over psalmzang en Jaco van der Knijff (Reformatorisch Dagblad) over de rol van muziek binnen de gereformeerde gezindte, is er een artikel van de predikanten B.J. van der Graaf (Amsterdam) en C. van den Berg (Gouda) over de betekenis van popmuziek voor geloven vandaag. De auteurs signaleren dat popmuziek lange tijd door de kerk op morele gronden werd afgewezen. Vanaf de jaren negentig is de interesse voor religie binnen de populaire muziek sterk gegroeid.
THEOLOGIA REFORMATA
Het is van belang dat theologen popmuziek bestuderen en op de juiste waarde leren te schatten als zij willen begrijpen hoe moderne mensen denken, voelen en leven aangezien popmuziek een bron van schoonheid, zingeving en verbinding is. De waarde van popmuziek moet ook weer niet worden overschat. Dat er ook donkere kanten aan de popmuziek zitten, ontkennen wij uiteraard niet, maar daar is door anderen genoeg over geschreven. Wij richten ons op de positieve betekenis van de muziek voor geloven vandaag en realiseren ons dat het gevaar bestaat dat we popmuziek instrumentaliseren voor bepaalde godsdienstige doelen. Popmuziek, of men wil of niet, is gehoorbepalend in onze cultuur geworden. Popmuziek is overal, tot in de supermarkt aan toe en ongemerkt heeft deze alomtegenwoordige muziek invloed op onze muzikale smaak.
De auteurs zien popmuziek als een spiegel waarin de tijd valt af te lezen. Enkele voorbeelden:
Aldus kunnen wij te rade gaan bij bijvoorbeeld iemand als Marco Borsato. Hij verwoordt hoe veel mensen vandaag de dag denken, voelen, verlangen en liefhebben – één van de verklaringen waarom zijn liedjes populair zijn en zijn concerten grif uitverkopen. Borsato richt zich in zijn liedjes op existentiële thema’s als vervreemding van jezelf, schuldgevoel, dankbaarheid en eenzaamheid. We willen er wel duidelijk op wijzen dat het ons gaat om datgene wat scheppend wordt voorgebracht en niet om de scheppers zelf. Wij zijn niet blind voor de geperverteerde kanten van popmuziek, die er ook zijn.
Er is popmuziek die zich met name richt op de maatschappelijke problematiek. De rapper Typhoon schildert in ‘Van de regen naar de zon’ een beeld van Nederland als veilige haven voor vluchtelingen door de eeuwen heen, een beeld dat haaks staat op de xenofobie en het protectionisme. Bruce Springsteen houdt op zijn album Wrecking Ball uit 2012 een vinger bij de economische crisis.
Naast protestliederen klinken in de popmuziek ook thema’s van schuld en boete door:
Sommige popsongs lijken in bepaalde opzichten op de zeven boetepsalmen (6, 32, 38, 51, 102, 130 en 143). Een voorbeeld hiervan is het laatste album Carrie & Lowell van Sufjan Stevens. Het elftal liedjes daarop is sterk auto-biografsch en is gewijd aan Stevens’ moeder, die het gezin al vroeg in de steek liet. Ze leed aan schizofrenie en was een alcoholist. Een paar jaar terug overleed ze. Nietsontziend zingt Stevens over haar én het rouwproces, waarbij hij ook zichzelf niet spaart. Zo richt hij zich in al zijn pijn en verdriet opeens tot Jezus, als in een gebed.
De predikanten Van der Graaf en Van den Berg pleiten er in hun artikel voor popmuziek serieus te nemen. Om het Evangelie te kunnen communiceren moet je allereerst weten wie je gesprekspartners zijn en in welke wereld je leeft. Maar daarnaast kunnen de beelden die door deze muziek worden opgeroepen en de thema’s die worden bezongen een rol spelen in de vertolking van het Evangelie.
Er zijn vele voorbeelden meer te geven van popsongs die klank en taal geven aan de ‘condition humaine’ [het menselijk leven, red.], liederen die gaan over diepe existentiële en religieuze gevoelens en verlangens. Deze kunnen helpen om in de muzikale taal van vandaag de dag – die voor zoveel mensen herkenbaar is – iets te verwoorden van datgene wat speelt tussen God en mens en tussen mensen onderling. Juist in de verlegenheid van voorgangers en gemeenteleden om het evangelie in al z’n menselijkheid én vreemdheid te communiceren, kan dit soort popmuziek zeer behulpzaam zijn, in de preken, op de clubs en gemeenteavonden en in de catechese, omdat ze in al haar rauwheid en eerlijkheid vaak genoeg gaat over het diepste geheim in en om de mens en God.
De beide auteurs stellen belangrijke vragen aan de orde over de verhouding met de cultuur waar binnen de kerk altijd verschillend over is gedacht. Er is het standpunt van de cultuurmijding, die moderne muziek buitensluit en daartegenover de overtuiging dat er ook in onze cultuur ‘sporen van het Koninkrijk’ te vinden zijn. De laatste tijd wordt wel gesproken over de kerk als een ‘tegencultuur’. Iets waar ds. J.M. Mudde, Nederlands gereformeerd predikant te Haarlem, in het Nederlands Dagblad kritisch op reageert. Hij vindt het een modewoord dat aan de oppervlakte blijft. Maar hoe zit het dan met de roeping om ‘geheel anders te zijn’?
NEDERLANDS DAGBLAD
Jezus heeft toch gezegd: ‘Jullie zijn het licht van de wereld?’ En de kerk heeft toch een profetische bediening? Waar blijft het tegenover van de kerk? Achter deze reactie gaat een misverstand schuil. Gods profetische Woord heeft het niet begrepen op ‘de cultuur’, maar op onze oude natuur, de zondige aard van de mens. Gods Woord is niet tegen cultuur, ook niet tegen ‘de westerse’, maar tegen ‘ontucht, zedeloosheid en losbandigheid, afgoderij en toverij, vijandschap, tweespalt, jaloezie en woede, gekonkel, geruzie en rivaliteit, afgunst, brasen slemppartijen, en nog meer van dat soort dingen’ (Galaten 5:19-21). En de gemeente van Christus strekt zich uit naar de vrucht van de Geest: ‘liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing’ (Galaten 5:22-23).
Gods Geest gaat door het evangelie van Jezus Christus de confrontatie aan met de zonde in de menselijke natuur. Maar ‘cultuur’ en ‘zondige natuur’ vallen niet samen. In elke cultuur, ook onze westerse, zijn krachten werkzaam die dat wat van Gods goedheid in de schepping en de mens is overgebleven, willen stimuleren en cultiveren. In elke cultuur, ook onze westerse, zijn krachten werkzaam die de macht van de zonde willen remmen en temmen. Het woord ‘tegencultuur’ doet hieraan geen recht. Het heeft het zelfs in zich om een weinig zelfkritische en een hoogmoedige basishouding te scheppen.
Ds. Mudde pleit er daarom voor eerst goed naar de cultuur te luisteren voordat er profetische kritiek geuit wordt. En daarvoor is het onderscheidingsvermogen van de Geest nodig.
Ik moet in dit verband denken aan het bekende woord van Paulus in Romeinen 12:2, waar hij waarschuwt tegen wereldgelijk-vormigheid. Daar staat: ‘Doe niet mee met de schema’s van deze wereld.’ Dat gaat veel dieper dan een overzichtelijke afwijzing van moderne cultuuruitingen. Het stelt de vraag naar ons toebehoren aan Jezus Christus.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 29 december 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 29 december 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's