VOOR DE TROON
En men deed Hem voor Zijn aangezicht naderbij komen.
Jezus noemt Zichzelf de Zoon des Mensen. Deze messiaanse aanduiding komt uit het nachtvisioen van de profeet Daniël, die ‘Iemand als een Mensenzoon’ ziet neerdalen met de wolken. Hij wordt voor de troon van God geplaatst.
Dr. H. van den Belt uit Woudenberg is bijzonder hoogleraar gereformeerde godgeleerdheid vanwege de Gereformeerde Bond aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Het vierde dier dat uit de zee komt heeft een kop vol horens en een mond vol grootspraak. Terwijl het nog als een beest tekeergaat, grijpt God in. De troon van God daalt neer op de aarde. De boeken worden geopend en het laatste oordeel vindt plaats.
Die troon van God is ontzagwekkend. Daniël ziet vuurvlammen en wielen van laaiend vuur. Een rivier van vuur stroomt voor Gods aangezicht uit. Miljoenen - duizendmaal duizenden - staan klaar om God te dienen. Honderden miljoenen - tienduizendmaal tienduizenden - staan voor Gods aangezicht als de boeken geopend worden.
Wie kan voor God bestaan? Hij is heilig. Smetteloos is Zijn kleed, wit als de sneeuw. Hij is de Eeuwige, de God Die is en Die was en Die zijn zal. Het is jammer dat Hij in de Statenvertaling de ‘Oude van dagen’ heet. Wij associëren de uitdrukking met een verzorgingshuis. Maar God is geen bejaarde. Hij is Degene-Die-ervan-oude-dagen-is, de Ancient of Days.
KWETSBAAR
in Daniëls visioen verschijnt er met de wolken Iemand als een Zoon des mensen. Als we dat terugvertalen naar het Hebreeuws is dat Ben Adam, zoon van Adam. Zo wordt Ezechiël vaak genoemd: mensenkind. Dat zijn we allemaal: adamieten.
Daniël 7 is echter niet in het Hebreeuws maar in het Aramees geschreven: Zoon van de Mens is dan: Bar Enash. Bar kennen we van de ‘Zoon der wet’ (bar mitswa), de Joodse jongen die voor de wet volwassen wordt en zich aan God verbindt. Enash duidt op de zwakheid, de kwetsbaarheid en broosheid van de mens. De Messias is een zwakkeling, een sterveling. Deze broze Mens stelt Zich op voor de troon van laaiend vuur. Dat kan niet goed gaan. Hij gaat er aan, zou je zeggen. Toch niet. Hij komt wel in het vuur, maar hij wordt niet verteerd. Dat is het geheim van de Messias.
Daniël gebruikt drie werkwoorden om de beweging van de Mensenzoon aan te duiden: Hij kwam met de wolken, Hij naderde tot de Oude van dagen en men liet Hem dichterbij komen. Dat laatste kun je ook vertalen met aanbieden of opofferen. Hij werd opgeofferd. De zwakke en kwetsbare Mensenzoon wordt aan God aangeboden, voor Hem present gesteld. Daar zit muziek in, al voert het te ver om de verzoeningsleer in de tekst in te lezen.
IN DE TEMPEL
De Zoon van Adam moet wel voorgesteld worden in de tempel. Als eerstgeboren Zoon van Maria moet Hij aangeboden worden aan God, omdat ‘alles wat de baarmoeder opent’ aan de Heere toebehoort (Ex.13:2). Zo wordt Hij opgedragen, opgeofferd aan de Heere, de eerste keer dat Hij - als een onnozele Zuigeling - verschijnt in het huis van Zijn hemelse Vader.
Bij die aanbieding wordt een offer gebracht: twee duifjes, het armenoffer. Zelfs in haar heiligste verrichtingen is de maagd Maria nog met zonde bevlekt. Zij baart haar Zoon, maar ook daarvoor is verzoening en reiniging nodig. Zij moeten naar de tempel om te offeren voor de onreinheid van de geboorte van de smetteloze Zaligmaker. Niet omdat Hij in zonde ontvangen en geboren is, zoals wij, maar omdat Hij gekomen is om de wet volmaakt te vervullen.
ZOON DER WET
Hoe zal Jezus Zelf ontdekt hebben dat Hij de Mensenzoon was? We weten het niet. Het zelfbewustzijn van de Messias is voor ons verborgen. Zijn moeder zal Hem - in het Aramees, Zijn moedertaal - verteld hebben over Zijn wonderlijke geboorte. In de tempel zal Hij als tiener misschien aan de Schriftgeleerden gevraagd hebben naar de betekenis van de offers. In de wet en de profeten zal Hij gelezen hebben wat van de Messias verwacht werd.
Hoe het ook gegaan is, de Joodse Jongen Jezus van Nazareth heeft gehoorzaamheid geleerd. In de Schriften van het oude verbond heeft Hij Zijn opdracht ontdekt en op een door God gegeven moment wist Hij het: Dat ben Ik. ‘De vossen hebben holen, en de vogels in de lucht nesten, maar de Zoon des mensen heeft niets waarop Hij het hoofd kan neerleggen’ (Matt.8:20).
Zo werd de Zoon des Mensen ook Bar mitswa, Zoon der wet. God zond Zijn Zoon ‘geboren uit een vrouw, geboren onder de wet’ (Gal.4:4). Om de wet te vervullen en om plaatsvervangend in het heilige vuur te staan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 29 december 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 29 december 2015
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's