De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE VADERLANDSE KERK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE VADERLANDSE KERK

De Protestantse Kerk op weg naar 2025 [1, terugblik op 1816]

6 minuten leestijd

Gisteren, 7 januari, was het 200 jaar geleden dat het Algemeen Reglement voor het Bestuur der Nederlandse Hervormde Kerk werd afgekondigd. Momenteel beraadt de Protestantse Kerk in Nederland zich op een ingrijpende reorganisatie. Wat kunnen we van het verleden leren?

Wie in het Nationaal Archief de tentoonstelling ‘24 uur met Willem’ al bezocht heeft, ziet het voor zich. De werkkamer van de koning heet daar een papierfabriek. Stapels stukken lagen op het bureau in het Haagse Paleis Noordeinde. Aan de lopende band zette Willem zijn naam onder koninklijke besluiten voor het welzijn van zijn onderdanen. Zeven dagen per week was hij paraat, ook op die zevende januari, de eerste zondag van 1816. Na de kerkdienst, mogen we veronderstellen, tekende hij het stuk dat op het Departement van Hervormde Eredienst was voorbereid. Nog dezelfde maand verscheen het reglement in druk.

Dr. F.A. van Lieburg is hoogleraar religiegeschiedenis aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

EENHEIDSFACTOR

Toen de 41-jarige Oranjeprins in november 1813 halsoverkop uit Engeland werd geroepen om in het bevrijde Nederland het heft in handen te nemen, was zijn bedje gespreid. Niet alleen door het driemanschap dat de omwenteling had voorbereid, zelfs niet alleen door de vele bestuurders die al sinds de val van de Republiek in 1795 bezig waren een nieuwe eenheidsstaat op te bouwen.

De geest waarin het Koninkrijk der Nederlanden kon gedijen, was zeker ook te danken aan de hervormde predikanten en theologen die al zo'n halve eeuw een ‘Rijk van waarheid, godsvrucht en liefde’ zagen aankomen.

Het is nog sterker. Al vanaf de zestiende eeuw was de gereformeerde kerk de voornaamste eenheidsfactor in het samenstel van de Verenigde Provinciën. In die Republiek was de bevoorrechte kerk niet minder versnipperd.

Organisatorisch kon noch mocht zij, sinds de crisis die bezworen werd door de Dordtse synode van 1618-1619, het provincialisme van het regentendom overstijgen. In leer, eredienst en kerkbestuur deed zij dat echter wel degelijk. Drie belijdenisgeschriften, een psalmberijming en een bijbelvertaling zorgden voor eenheid, evenals een (inter)nationale theologische oriëntatie en uitwisseling van professoren en predikanten.

NATIESTAAT

In de loop van de achttiende eeuw groeide onder de culturele elite het gevoel van een gezamenlijk burgerschap. De taal, geschiedenis en identiteit van de Nederlanders gaven een gemeenschappelijke morele kracht. In die tijd gingen tal van predikanten bidden voor het vaderland, werken aan beschaving, ja geloven in een algemeen christendom. Ze werkten mee aan de invoering van een nieuwe, naar stijl en inhoud eigentijdse psalmberijming, die in 1773 werd gepresenteerd op het Mauritshuis bij het Binnenhof. De verdere vernieuwing van de liturgie door een evangelische gezangenbundel lag in het verschiet.

Zeker, de strijd tussen patriotten en prinsgezinden en later tussen Bataven en federalisten betekende een beproeving voor het gemeenschappelijke verlangen naar een christelijke natiestaat met eenheid boven geloofsverdeeldheid. Maar na de teleurstellingen en ontberingen van de Franse overheersing sprak iedereen over vergeven en vergeten. ‘Vereenigt u dan, waarde Landgenooten, met hart en ziel met mij, en ons gemeene Vaderland is gered: de oude tijden zullen weldra herleven’, sprak Willem op 30 november 1813.

GERAAMTE

De herleving van oude tijden sloeg op politieke zelfstandigheid, economische bloei en morele eensgezindheid. Op allerlei gebieden, zoals onderwijs, financiën, burgerlijke stand, waren al geruime tijd nieuwe wetten in gang getreden. Op kerkelijk gebied waren door nieuwe centrale overheidsorganen de nodige stappen gezet om de gelijke rechten voor alle gezindten te waarborgen, inclusief de betaling van predikanten uit de publieke middelen. Het beheer van kerkelijke goederen, ooit aan de Rooms- Katholieke Kerk onttrokken, zou in de jaren 1819-1823 in provinciale reglementen worden geregeld. De aanpassing van de organisatiestructuur van de voorheen bevoorrechte kerk kon hierbij niet achterblijven. Zoals de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden in 1795 roemloos in elkaar zakte, zo bleef het samenstel van acht provinciale kerken met minstens vijf verschillende kerkenordeningen en een veelvoud van ‘classicale wetboeken’ als een machteloos geraamte overeind. Vele kerkbestuurders deden hun best om binnen het zichzelf overlevende vergadersystee m de lopende zaken te behartigen en materiële bedreigingen het hoofd te bieden.

SHOCKTHERAPIE

In die roerige periode in de Nederlandse geschiedenis kende Den Haag een stabiele roerganger in kerkelijke zaken. In 1798 trad Jacobus Didericus Janssen aan als ministerieel ambtenaar, om vijftig jaar actief te blijven – hij overleed net voor een welverdiende huldiging in 1848. Zoon van een predikant, opgeleid als theoloog, was hij te politiek betrokken om een gemeente te dienen. In plaats daarvan diende hij onder vele opeenvolgende bewindslieden. Hij was toegerust met grote kennis van de kerkelijke kaart en diplomatieke omgangsvormen met politici en predikanten.

Onder Janssens handen ontstond in verschillende etappes en versies, al naar gelang de wisselende regimes in de Bataafs-Franse periode, een nieuwe kerkorde voor alle hervormde gemeenten. Hij wist hoe slecht het kon uitpakken wanneer zo'n reglement uit vreemde vingers zou komen. Napoleon had al een plan laten uitwerken waarin geen spaan heel bleef van de bestaande kerkenraden, classes en synoden. De beoogde invoering ervan in november 1813 werd ternauwernood verijdeld door een verloren veldslag van de keizer. Nadat de Nederlandse kerk aan deze ramp was ontsnapt, zorgde Janssen voor redding. Geholpen door een ‘consulerende commissie’, voltrok hij de in zijn ogen noodzakelijke shocktherapie. De handtekening van koning Willem I stond garant voor een voldongen feit.

OP ZIJN KOP

Het per 1 april 1816 in werking tredende Algemeen Reglement bracht het model van de Dordtse Kerkorde in vergetelheid. Bijna 200 jaar na de roemruchte nationale kerkvergadering kwam op 3 juli 1816 in de Haagse Kloosterkerk voor het eerst een nieuwe landelijke vergadering van negentien leden bijeen. Onder deze algemene synode kwamen kleine provinciale en classicale ‘kerkbesturen’. De vroegere classis vergaderingen handhaafden zich min of meer op papier. Belangrijk werden de ‘ringvergaderingen’, waarin predikanten elkaar in kleine kring konden opbouwen in kennis, visie en vaardigheden. Ging het voormalige calvinistische systeem ‘van onderop’ met deze reorganisatie op zijn kop? De macht en invloed van de hogere bestuurslagen waren groot, maar de zelfstandigheid van kerkenraden bleef in ere. Plaatselijke gemeenten konden zich in behoorlijke vrijheid ontplooien in geloof, pastoraat en diaconaat. Het risico van het uiteengroeien van de bestuurlijke top en het lokale grondvlak, door gebrekkige informatie en communicatie, werd nauwelijks beseft. Het vertrouwen in de maatschappelijke, en derhalve in de nieuwe politieke én kerkelijke orde was groot.

HOOFDDOEL

Artikel 9 van het Algemeen Reglement omschreef de tijdgeest kernachtig. ‘De zorg voor de belangen, zoo van het Christendom in het algemeen, als van de Hervormde kerk in het bijzonder, de handhaving harer leer, de vermeerdering van Godsdienstige kennis, de bevordering van Christelijke zeden, de bewaring van orde en eendragt, en de aankweeking van liefde voor Koning en Vaderland, moeten steeds het hoofddoel zijn van allen, die in onderscheidene betrekkingen met het Kerkelijk bestuur belast zijn.’

De reorganisatie van 1816 bevestigde een situatie in kerkelijk Nederland die al een halve eeuw in ontwikkeling was. Leerstelligheid, laat staan leertucht, stond in de Hervormde Kerk niet centraal. Ja, ‘de handhaving harer leer’ was geboden, zolang het maar ging om de hoofdzaken van de aloude Formulieren van Eenheid. Theologen en predikanten wisten wel te onderscheiden tussen hoofden bijzaken, dacht de generatie van 1816. Een generatie later bleek die gemoedelijkheid onhoudbaar.


RAMP OF REDDING?

Op 28 en 29 april 2016 zal in de Haagse Kloosterkerk DV een symposium plaatsvinden over ‘Ramp of redding? 200 jaar Algemeen Reglement van Bestuur van de Nederlandse Hervormde Kerk’. Organisatoren zijn het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis en het VUCentrum voor Nederlandse Religiegeschiedenis ReLiC. Op donderdag zijn er vooral historische lezingen, op vrijdag worden actuele lijnen getrokken. Informatie en aanmelding: www.huygens.knaw.nl of www.religiegeschiedenis.nl.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 januari 2016

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

DE VADERLANDSE KERK

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 januari 2016

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's