DE NIEUWE REGIOPASTOR
Op weg naar een bisschop? [1]
Het rapport ‘Kerk 2025' rept met geen woord over een bisschop. Maar ziedaar, plotseling dook hij op in de synode en hij lijkt in één klap de Protestantse Kerk te hebben veroverd. ‘Protestantse Kerk omarmt plan voor bisschoppen’, kopte Trouw enthousiast. Wat is er aan de hand?
De synode heeft in november besloten om te komen tot een ingrijpende herindeling van de kerk. In plaats van de huidige 75 classes komen er ongeveer acht regionale classes. Die verkiezen ‘een (vrijwel) vrijgestelde voorzitter die herderlijke kwaliteiten heeft en opzienersgaven’.
Dr. P. van den Heuvel uit Bunnik is emeritus predikant en kerkrechtdeskundige.
Volgende week het slot: de nadelen van een bisschop.
BEVOEGDHEDEN
In het synodebesluit volgen dan de belangrijke, maar ook cryptische woorden: ‘De doorzettingsmacht ligt bij het moderamen van de regionale classicale vergadering, en in persona bij de voorzitter.’ Krijgt deze voorzitter bevoegdheid om tijdelijke maatregelen te treffen of om procedures op gang te brengen, dan is dat een grote verbetering.
De formulering laat echter nogal wat open. Veel zal ervan afhangen hoe ver zijn bevoegdheden gaan strekken. Als hij over gemeenten of ambtsdragers bindende besluiten gaat nemen, gaan we een grens over. Die bevoegdheid moet blijven berusten bij een ambtelijke vergadering of haar (breed) moderamen. En niet te vergeten bij de colleges: aan de onafhankelijke rechtsspraak mag niet worden getornd.
EEN BISSCHOP
Hoe komt het dat nu iedereen plotseling de naam bisschop in de mond neemt? Zo verwonderlijk is dat niet. Dr. J. Kronenburg pleit er al jaren voor, hij heeft er zijn proefschrift aan gewijd: Episcopus oecumenicus (2003). Prof. L.J. Koffeman heeft onlangs bij zijn afscheidscollege over de voorzitter van de regioclassis gezegd: ‘Als het eruitziet als een bisschop en klinkt naar een bisschop, waarom zouden we het dan ook maar niet gewoon bisschop noemen?’
Dr. A.J. Plaisier sprak in een interview van een figuur ‘met een bisschoppelijke functie’. De synode ging een stap verder: al snel lag er een motie op tafel om ‘onbekommerd’ van een bisschop te spreken. Ik zeg maar direct dat ik daar helemaal geen voorstander van ben.
ARGUMENTEN VOOR
Er worden voor deze naam diverse argumenten aangevoerd. Het eerste is dat de bisschop een bijbels fundament heeft en dat is natuurlijk waar. Paulus zegt tegen de oudsten in Efeze dat de Heilige Geest hen tot opzieners (episkopoi) te midden van de kudde heeft aangesteld (Hand.20:28) en ook op andere plaatsen worden de oudsten (presbyteroi) met deze naam aangeduid (Titus 1:5-8; vergelijk ook Fil.1:1 en 1 Tim.3:1- 7).
Maar daarbij gaat het steeds om plaatselijke ambtsdragers (in het meervoud) die samen deze ambtelijke taak uitoefenen. Er wordt maar één keer over de bisschop in het enkelvoud gesproken (1 Petr. 2:25) en dan gaat het over Jezus Christus: de Herder en Opziener (episcopos) van uw zielen.
In dat spoor zegt de Nederlandse Geloofsbelijdenis: ‘Wat betreft de dienaren des Woords, zij hebben, op welke plaatsen zij ook zijn, gelijke macht en gezag, daar zij allen dienaars van Jezus Christus zijn, de enige algemene Bisschop en het enige Hoofd van de Kerk’ (art.31). Het bijbelse argument is dus niet sterk: ik ben in het Nieuwe Testament geen regiopastor als episkopos tegengekomen.
HONGARIJE
Als tweede argument om van een bisschop te spreken wordt aangevoerd dat Calvijn daarover genuanceerd heeft gedacht. Dit argument legt niet veel gewicht in de schaal (zie kader op pag. 6 ‘Calvijn en de bisschop’).
Verder geldt dat er ook hervormde kerken met een bisschop zijn, bijvoorbeeld in Hongarije en Roemenië. Wat deze landen betreft: daar zijn de ervaringen niet louter positief. Tijdens en na het communistische bewind heb ik daar te veel verhalen gehoord om er jaloers op te zijn.
OECUMENE
Het voornaamste argument dat voor de bisschop pleit, is de oecumene. In de wereldwijde oecumene vallen we wel een beetje uit de toon. In de synode werd eraan herinnerd dat volgens het bekende LIMA-rapport over doop, eucharistie en ambt het drievoudig patroon van ambten al sinds de Vroege Kerk als hét patroon van het ambt in de hele kerk ingang heeft gevonden.
Daarbij doelde men op de ambten van bisschop, presbyter en diaken. Tot de gaven van de Geest behoort een ambt van epikopè om uitdrukking te geven aan de eenheid van de kerk als het lichaam van Christus en om deze eenheid te bewaren. Elke kerk heeft dit ambt van eenheid in enigerlei vorm nodig om kerk van God te zijn, aldus het LIMA-rapport.
Overigens hebben verreweg de meeste kerken van protestantse of gereformeerde signatuur absoluut niet gekozen voor de bisschop. Dat zien we in China, Indonesië, de Afrikaanse kerken, etc. Voordat we ons op de oecumene beroepen, zouden we dat oecumenisch gesprek eerst eens moeten voeren.
ARGELOOS
Ik vind dat de synode wel erg argeloos opteert voor de aanduiding ‘bisschop’. Van alle kanten is er onderstreept dat we natuurlijk voluit binnen het presbyteriaal- synodale kader moeten blijven. En we willen zeker geen hiërarchie. Die protestantse bisschop moet worden ‘ingebed in een gemeenschap van ‘checks and balances’ (want zo heet dat tegenwoordig). Hij mag geen kerkelijke bureaucraat worden. Het moet iemand zijn met persoonlijk gezag, uiteraard zorgvuldig ingebed in overlegstructuren, zodat machtsmisbruik voorkomen wordt, enzovoort. Dat zijn allemaal goede bedoelingen.
Realiseert men zich wel dat men zo iemand in een onmogelijk spanningsveld brengt? Hij moet een persoonlijk gezicht hebben, een herder-figuur zijn, bij wie je kunt aankloppen om je problemen te bespreken. Maar tegelijk moet hij een stevige positie krijgen, hij moet kunnen doorpakken, in persona doorzettingsmacht kunnen uitoefenen. Wat is het verschil tussen hiërarchie en ‘als persoon macht uitoefenen’ over gemeenten en personen? Opvallend is dat een van de synodeleden en passant opmerkte dat in dit verband ook de autonomie van de plaatselijke gemeente ter discussie moet worden gesteld. Dat geeft te denken.
VRIJSTELLEN
Er zijn problemen in de kerk – dat is zeker. Maar ik vind het naïef om te denken dat we die met een stelselwijziging kunnen oplossen. Met het invoeren van de term ‘bisschop’ maken we de problemen alleen maar groter. Dat zal leiden tot een oeverloze discussie over herverdeling van bevoegdheden.
Laat de kerk bekwame ambtsdragers met gaven van de Geest vrijstellen ten dienste van de regio. Laat hen een echte pastor zijn en belast hen niet met klinkende titels en met indrukwekkende machtsmiddelen. Geef hen de kans om gezag te verwerven door dienstbaar te zijn.
CALVIJN EN DE BISSCHOP
Calvijn heeft zich fundamenteel tegen het ambt van bisschop verzet: hij wil van geen enkele vorm van hiërarchie weten. Zijn verzet wordt sterk ingegeven door de praktijk van zijn dagen die door hem in felle bewoordingen gehekeld wordt. Ze verwaarlozen hun ambt. In plaats van hun kudde te weiden, zijn ze vijanden van het ware geloof.
Opvallend mild schrijft hij echter over de bisschoppen van de Vroege Kerk: zij hebben ‘geen andere vorm van kerkregering willen verzinnen, dan die, welke God in zijn Woord heeft voorgeschreven’ (Institutie IV-4-4). Hij lijkt ruimte te houden voor de ‘ware’ bisschop: ‘alle macht die de ware bisschoppen hebben, komt hun met recht toe’ (Institutie IV-10-6).
In een kritische brief aan zijn oude vriend Gérard Roussel die het bisschopsambt heeft aanvaard, daagt hij hem uit om zijn ambt voluit serieus te nemen: ‘zorg dat ge de bediening die ge aanvaard hebt, ook vervult’. Bisschoppen moeten zijn: ‘herders, en wachters die waken over het heil, goede bewindvoerders, uitdelers van de geheimen der hemelse wijsheid, bouwers aan Gods huis, medewerkers van de Heer’. Een bisschop heeft vooral een pastor te zijn die de kerk verdedigt tegen de satan, een goede leraar is, en een goed voorbeeld.
Dezelfde lijn vinden we terug in de beroemde brief aan koning Sigismund van Polen. De ware bisschoppen worden gekozen en bevestigd met handoplegging, nadat een degelijk onderzoek is ingesteld naar hun leer. Ze zijn pastor, aan wie de goede kerkelijke orde is toevertrouwd. Ze moeten afstand doen van hun heerlijkheden en rechten.
Calvijns bezwaren gelden niet zozeer het woord bisschop/ opziener, maar veelmeer de invulling die er in de roomse hiërarchie aan is gegeven. Als hij de ware bisschop naar zijn visie beschrijft, komt die heel dicht bij de pastor die de gemeente weidt in het Woord, voorzitter is van de presbyters en die met instemming van de gemeente wordt aangesteld en bevestigd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 januari 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 januari 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's