De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

TROUWEN OP ZONDAG

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

TROUWEN OP ZONDAG

7 minuten leestijd

Ds. G. van Meijeren is hoofd mobiliteitsbureau Predikanten & Kerkelijk Werkers van de Protestantse Kerk.

Heel af en toe hoor je dat een bruidspaar op zondag in het midden van de gemeente de zegen ontvangt. Op donderdag is het huwelijk op het gemeentehuis gesloten en de zondag daarna wordt voor hun trouwverbond gebeden. Dat is in feite een oude praktijk. In het Dienstboek van de Protestantse Kerk in Nederland staat: ‘Van de tijd na de Reformatie is bekend dat een aparte, doordeweekse trouwviering alleen door gegoede burgers gevraagd werd en eenvoudigen hun huwelijk op zondag lieten bevestigen. Voor de trouwviering is dus geen aparte dienst nodig. Trouwvieren op zondag zal dan ook in iedere protestantse gemeente tot de mogelijkheden behoren.’ In Onderweg, het tijdschrift voor Nederlands gereformeerden en gereformeerd- vrijgemaakten, wordt ook zo'n situatie belicht.

ONDERWEG

Een week voor ze begin december twaalf en een half jaar getrouwd waren, lieten Corrie en Henk hun huwelijk kerkelijk bevestigen in een zondagse dienst van de Nederlands-gereformeerde kerk ‘De Ontmoeting’ in Barneveld. Toen ze in 2003 (allebei voor de tweede keer) trouwden, had God geen plek in hun leven, maar later kwamen ze door een huwelijkscrisis heen tot een levend geloof in God. Sindsdien is het feit dat ze indertijd niet in de kerk zijn getrouwd een verdriet geworden in hun leven.

Toen ze met de wens om alsnog in de kerk te trouwen bij ds. W. Dijksterhuis, [Nederlands-gereformeerd predikant te Barneveld, red.], kwamen, stemde hij na enige aarzeling en na overleg met de kerkenraad daarmee in. ‘Hun ervaring was echt dat God er twaalf en een half jaar geleden bij de huwelijkssluiting niet bij paste, ondanks hun orthodox-gereformeerde verleden. En ook dat die afwezigheid van God na een aantal jaren het einde van hun huwelijk leek in te luiden. Toen dat besef tot hen doordrong, zijn ze door God gevonden. Dat betekende de terugkeer naar een gemeente en de redding van hun huwelijk. Het is begrijpelijk dat ze God er op dit bijzondere moment expliciet bij willen betrekken, alleen al om Hem te danken.’

Ds. Dijksterhuis wijst op de ‘verbondsvernieuwing’ in de Bijbel: ‘Koning Josia vernieuwt samen met het volk het verbond met de HEERE (2 Kronieken 34), na een periode waarin God voor hen geen rol meer speelde. Ook Henk en Corrie hebben na zo'n periode hun beloften aan elkaar vernieuwd en deze keer God en de gemeente erbij betrokken.’

De Barneveldse predikant kijkt positief terug op de dienst. ‘Het werd bijna tastbaar wat de aanwezigheid van de Heere en Zijn gemeente voor een huwelijk kan betekenen. En ook hoezeer een huwelijk het waard is om voor te vechten. Het was mooi dat de gemeente hardop ja zei op de vraag of zij zich als getuige medeverantwoordelijk weet voor dit huwelijk.’

De huwelijksbevestiging die hier wordt beschreven vond plaats na een periode waarin mensen afstand hadden genomen van God en zijn gemeente. Het kan ook anders en daarover schrijft dr. Petruschka Schaafsma, aan de Protestantse Theologische Universiteit verbonden als docent ethiek. In een serie over echtscheiding in het Nederlands Dagblad (12-12-15) stelt zij de vraag naar de rol van de kerk. Het valt dr. Schaafsma op dat er binnen de christelijke gemeente vooral gesproken wordt over een christelijke levenswandel wanneer het over intieme relaties gaat. Maar zou dat niet moeten worden verbreed?

NEDERLANDS DAGBLAD

Als je nagaat hoe het onderwerp echtscheiding op de kerkelijke agenda komt, is dat vaak als ‘beleidskwestie’, in de kerkenraad, bijvoorbeeld vanwege verzoeken tot een tweede huwelijk na scheiding. Soms komt er dan bredere bezinning op gang. Het is belangrijk om op te merken dat dat een van de weinige momenten is dat er in kerkelijk verband expliciet en normatief wordt gesproken over wat een christelijke levenswandel is. Andere aanleidingen om daarover te spreken zijn, opvallend genoeg, samenwonen en homoseksualiteit. Waarom is het juist dit aspect van het leven, dat van de intieme relaties, dat aandacht krijgt? Is al die aandacht te verantwoorden op basis van de kerkelijke huwelijksviering? Dat lijkt te veel eer. Want in de kerk wordt er veel meer gevierd. Avondmaal, om te beginnen, maar ook doop. En iedere zondag ontvangen gemeenteleden de zegen. Betekenen al die sacramentele handelingen alleen of vooral iets als het gaat om de intieme relaties? Moeten we het juist over die intieme relaties hebben in de kerk? De overtuigende onderbouwing daarvan moet nog worden gevonden.

Als je de Bijbel leest, staat daar niet zoveel over huwelijken, over liefde voor en trouw aan die ene. Veel vaker gaat het over naastenliefde en trouw aan God, en over gerechtigheid. Kortom: de kerk moet misschien wel iets met echtscheiding, maar niet als thema bij uitstek, of zelfs als iets om je mee te profileren. Dat zou heel eenzijdig zijn. Het goede leven voor Gods aangezicht reikt veel verder dan de sfeer van de intieme relaties. Wil de kerk wel stilstaan bij dat goede leven dan is dat niet eenvoudig in een tijd waarin we het daarover niet bij voorbaat eens zijn, en erg op onze vrijheid gesteld zijn.

Dr. Schaafsma pleit ervoor om met het oog op het thema echtscheiding stil te staan bij de vraag in hoeverre je leven gegeven is. Zij vervolgt:

Maar stel dat kerken wel plekken zijn waar mensen hun eigen vragen over hoe goed te leven durven in te brengen; en zich daarmee kwetsbaar op durven te stellen, zodat het gesprek nooit buiten henzelf omgaat. Wat zou er in zo'n kerk te zien en horen zijn als het om echtscheiding gaat? Daar zou veertig procent echtscheidingen [de huidige cijfers in onze samenleving, red.] wellicht aanleiding zijn om na te denken over een fundamentele vraag: de vraag in hoeverre je leven gegeven is.

Echtscheiding confronteert je met die vraag. Het is een nogal vreemde vraag in een cultuur die mensen voortdurend prikkelt tot kiezen en verandering, tot mooier, hoger, beter, en dus brengt tot het punt van ‘is mijn leven wel goed zo?’ In zo'n cultuur vergeten we gemakkelijk om te leven vanuit wat er al ligt, wat we niet gekozen hebben. Op je eigen concrete plaats in het leven je roeping verstaan, betekent die plaats niet voortdurend als keuze beleven en vooral niet als keuze waarop je terug kunt komen. Aan het huwelijk ligt wel een soort keuze ten grondslag, maar dat is een heel merkwaardige. Je kiest voor iets wat je principieel niet kunt overzien. Alleen in het huwelijk zelf ontdek je wat dat inhoudt, wat het is om duurzaam met elkaar verbonden te zijn en daarbinnen je keuzes te maken. Vragen naar de gegeven kant van het leven brengt zo iets wezenlijks van heel het mens-zijn in beeld, iets wat oriëntatie geeft in plaats van iets wat belemmert bij het kiezen.

Van hieruit brengt dr. Petruschka Schaafsma het trouwen op zondag ter sprake:

En misschien zouden we in zo'n kerk wel zien dat mensen daar ‘gewoon’ op zondag trouwen, in de wekelijkse eredienst. Om aan te geven dat trouw zijn aan die ene ander en daarover Gods zegen ontvangen niet iets heel anders is dan de zegen aan het slot van iedere dienst. Die ontvang je op de plaats waar je gesteld bent. In zo'n dienst wordt ook gebeden, vanuit dankbaarheid en vanuit zorg, voor de gehuwden net zo goed als voor wie alleen gaan of iemand missen, voor wie ziek zijn en genezen, voor wie geen lijn meer in het leven zien en voor wie het op rolletjes loopt. In zo'n kerk staat bezorgdheid over echtscheiding in een groter kader, een omvattende praktijk van samen oefenen in het goede leven. Zonder dat kader wordt de bezorgdheid gauw oppervlakkig of een lakmoesproef voor orthodoxie.

Het is een aansprekende gedachte: in de gemeente van Christus oefenen we ons gezamenlijk in het goede leven. Daartoe worden we ook gezegend. Gehuwden ontvangen daar Gods belofte voor hun roeping om trouw te zijn aan elkaar; andere gemeenteleden worden gezegend voor de plek waar zij zijn gesteld. Of we nu getrouwd zijn of niet, allen zijn we op genade aangewezen. Of, om het met een lied over de bruiloft te Kana te zeggen, samen mogen we de bruiloftsgasten zijn.

Wij mogen met Jezus gezeten zijn te Kana tussen de gasten. Een ander schenkt eerst de goede wijn en drinkt de mindere op het eind. Hier komt het beste het laatste.

(Gezang 74 Liedboek voor de kerken)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 januari 2016

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

TROUWEN OP ZONDAG

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 januari 2016

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's