INGEZONDEN
In De Waarheidsvriend van 4 december jl. namen we de tekst op die ik op 27 november bij de presentatie van de bundel Bonders in opmars uitsprak. De kerkenraad van de protestantse gemeente van Boxmeer reageerde door middel van een Ingezonden brief. Daaronder volgt mijn reactie.
BONDERS IN BOXMEER (1)
Naar aanleiding van uw artikel in De Waarheidsvriend over uw bezoek aan een dienst in onze kerk wil ik u het volgende onder uw aandacht brengen. Allereerst vind ik het zeer positief dat u tijdens een familieweekend de moeite neemt de eredienst in de plaatselijke kerk te bezoeken. Maar ik schrik ervan hoe u deze dienst hebt ervaren.
Onze protestantse gemeente is een gemeente met leden uit de volle breedte van de Protestantste Kerk in Nederland. De gemeente kan goed omgaan met de verschillen in denken en geloven die er zijn, en laat met woorden en met daden zien wat het is een gemeente van Christus te zijn. En we zijn ook erg blij met onze predikant, ds. Marise Boon. De manier waarop u zich in uw artikel laatdunkend uitlaat over onze voorganger en over de dienst die u bezocht, ervaar ik als uiterst grof en ongepast. U beroept zich in hetzelfde artikel op de bijbel als uw bron en norm. Dat is aan de toon en inhoud van uw artikel niet te merken. U bent te gast geweest in een zustergemeente binnen de Protestantste Kerk in Nederland, maar u hebt zich niet als gast gedragen. Vooral niet door het achteraf zwart maken van die gemeente en haar voorganger, zowel in woord als geschrift. Als u te gast bent in een andere gemeente, kan het zijn dat u zich er niet thuis voelt. Omdat de woorden niet vertrouwd klinken, omdat de liturgie anders is, omdat er andere liederen worden gezongen. Maar het geloof in dezelfde God verbindt u met de gemeente waar u te gast bent. Samen bidden we het Onze Vader, samen luisteren we naar het evangelie, samen ontvangen we de zegen van God. Waar u ook bent, u bent samen gemeente van Christus.
Ik moedig u aan om in een volgend familieweekend weer op zondag de plaatselijke kerk te bezoeken. Maar ik wens u toe dat u dit doet met een open hart en een open geest. Uw ogen mag u van mij sluiten, als u ze maar niet sluit voor de realiteit. Want u brengt niet alleen een bezoek aan de kerk van die gemeente, maar ook aan Gods kerk! Namens de protestantse gemeente te Boxmeer,
VOORZITTER KERKENRAAD
BONDERS IN BOXMEER (2, SLOT)
Als kern van uw schrijven – naast de dankbaarheid voor het feit dat mijn familie en ik tijdens onze vakantie de lokale gemeente opzochten – ervaar ik de zinsnede dat ik me ‘laatdunkend’ over uw voorganger uitgelaten heb en zelfs ‘uiterst grof en ongepast’ iets over de dienst gezegd en geschreven heb. Het is goed dat we hierover nader van gedachten wisselen, want wat u ervaart, was niet mijn intentie en is bij mijn weten én in de ervaring van anderen niet gebeurd. Het mag duidelijk zijn dat mijn familie zich tot een andere stroming binnen de Protestantse Kerk rekent. Juist omdat we binnen de Protestantse Kerk aan elkaar gegeven zijn, willen we bewust meeleven met de gemeente die we in de vakantie ontmoeten – het is geen sinecure om met 24 personen op zondagmorgen tijdig in Gods huis te zijn. Dat ik me in mijn houding niet laatdunkend tegenover uw predikant opgesteld heb, mag ook blijken uit het feit dat ik haar na de dienst de hand schudde en haar Gods zegen op haar werk toewenste. Ik herinner me goed dat ze hier verrast op reageerde. U moet mijn woorden mede lezen in de context waarin ze uitgesproken zijn, namelijk bij de presentatie van een wetenschappelijke bundel over het werk van de Gereformeerde Bond. Dat ik dan verwoord dat de context van uw gemeente – als ik niet net in Boxmeer gekerkt had, had ik kunnen inzoomen op x-andere gemeenten – op essentiële punten verschilt van waar de Gereformeerde Bond voor wil staan, kunnen we niet ontkennen. Wij kennen in de hervormde gemeenten die zich tot de Gereformeerde Bond rekenen, geen vrouwelijke predikanten, maar gaan in de praktijk van het kerkelijke leven respectvol met hen om. Dat mag blijken uit het feit dat wij ons, ondanks een Schriftvisie die geen ruimte ziet voor de vrouw in het ambt, gezet hebben onder het gehoor van deze predikante, toen we bij aanvang van de dienst constateerden dat ds. Boon een vrouw is.
Over de dienst zelf heb ik me niet ongepast uitgelaten. Ik merk wel dat u voorbijgaat aan mijn diepste pijn, die mijn familie op dezelfde wijze ervoer. Dan gaat het over het feit dat – behalve in de door ds. Boon uitgesproken zegenbede – Jezus Christus in deze eredienst niet genoemd is. Ik schrijf dat ik na de dienst ‘van slag was’. Dat is geen oordeel over uw gemeente, over u als kerkenraad – zie immers dat ik tegelijk kritische vragen verwoordde naar de gemeenten waaruit wijzelf afkomstig zijn – maar dat is pijn omdat er tekort gedaan is aan het Hoofd van de gemeente, mijn Zaligmaker en de Heere van ons leven. Zou u dit punt van mij nog eens willen overwegen? Dat zou ik erg waarderen.
Ik ben bereid uw brief als een Ingezonden stuk in De Waarheidsvriend op te nemen. Beter zou het kunnen zijn om elkaar te ontmoeten, over bovenstaande met u door te spreken. Ik ben daartoe zeker bereid. In afwachting van uw reactie wens ik u Gods zegen op uw arbeid in Zijn gemeente toe. Ik eindig met een vriendelijke groet,
PS: Na kennisneming van mijn reactie reageerde de preses van de kerkenraad: ‘Ik besef dat wij over veel zaken anders denken. Daarom beschouw ik een ontmoeting waarin wederzijdse standpunten worden uitgewisseld niet nodig en niet zinvol.’ Helaas, voeg ik toe. De lezer oordele nu zelf.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 januari 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 januari 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's