GLOBAAL BEKEKEN
‘Heemkunde vereniging Sprang Capelle’ gaf een boek uit onder de titel Kerkenboek Sprang-Capelle. Gebouwen en geloven. Enkele ‘wetenswaardigheden’ uit de geschiedenis van de gereformeerde kerk ter plaatse, geput uit de notulen:
• De voorzitter vraagt of er geen kans zou bestaan om de slaapkamer ten zijnen huize te laten behangen, waarop alle broeders het antwoord schuldig blijven. (1905)
• Alle kerkenraadsleden worden opgeroepen om het slapen onder de bediening van het Woord zoveel mogelijk te bestrijden. (1954)
• De preekvoorziener uit Vrijhoeve haalt dominee Suurmond op uit Brandwijk om in Sprang ‘op beroep’ te preken. Bij Raamsdonksveer wordt de afslag gemist. Via een lange omweg belandt het paar nog redelijk op tijd bij de kerk in Sprang. Later vraagt de predikant zich af of deze omweg niet een metafoor geweest is voor de manier waarop kerkelijke besluiten tot stand komen. Aan opzet bij de lange omweg mag echter volgens hem niet gedacht worden! (1979)
• In de annalen van de Hervormde gemeente wordt verteld over ‘het bekende gat in de toren’: De kerk is nog maar twee jaar in protestantse handen, als in 1612 het bekende gat in de toren ontstaat. Veen in de ondergrond biedt onvoldoende steun aan de zware toren, zodat een stuk muur van 250 vierkante meter van de toren losraakt en in zijn geheel naar beneden komt. Het gat heeft er 299 jaar, tot 1911 in gezeten.
Op 29 november overleed op 67-jarige leeftijd de ‘Dordtse evangelist’ Teun van der Weijden. ‘Door vriend en vijand herinnerd als een gedreven verspreider van de blijde boodschap’, schrijft Ruud van der Klooster in samenwerking met de weduwe van de overledene in Kerk op Dordt. Hier volgt het slot.
De belangrijkste taak van de evangelist was daarbij waarschuwen. Zo waarschuwde hij ook regelmatig via brieven en de nieuwsmedia het land, om niet door te gaan op deze weg. Dat deed hij vol overtuiging, maar niet op een dwingende manier. ‘Hij was geen dwingeland. Hij bracht de boodschap aan iedereen, maar wat je ermee deed, was je eigen verantwoordelijkheid.’
Van der Weijden bleef de boodschap uitdragen tot het eind. Ook toen hij ziek werd en leed onder de afbraak van zijn lichaam, waaraan hij uiteindelijk stierf, bleef hij evangeliseren. Getuigenis geven aan de verpleging, bidden met de mensen op de Intensive Care, zijn werk was nooit afgelopen. ‘Zijn grootste nood was dat er nog zoveel moest gebeuren, zelfs op zijn sterfbed moest hij nog zoveel doen.’ Een sterfbed waarop zijn vrouw, kinderen en kleinkinderen ondanks alles dankbaar terugkijken. ‘Er is voor ons veel goed gekomen. Het waren toch gouden momenten.’
Met het overlijden van Teun van der Weijden heeft de kerk afscheid genomen van een markante broeder en een buitengewoon gedreven promotor.
‘Uit Luthers testament’ kopt een vergeeld stukje uit een kerkblad:
Here God, ik dank u, dat Gij mij hier op aarde arm en behoeftig hebt geboren doen worden en zo gedurende mijn leven mij ook hebt gelaten. Gij hebt mij evenwel mijn nooddruft gegeven. Gij hebt mij ook vrouw en kinderen geschonken en hebt mij steeds onderhouden en gevoed, ook al kan ik géén huis, géén goed, géén land, géén geld nalaten. Ik beveel mijn geliefden in Uwe Handen aan. Voed, geleid en bescherm hen. Gij zijt de Vader der wezen en de Rechter der weduwen. O, mijn hemelse Vader, God en Vader van onze Here Jezus Christus, Vader van alle Vertroosting! Ik dank U, dat Gij uw lieve Zoon, in Wie ik geloofd heb, en Wie ik eer toebreng, in mij geopenbaard hebt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 januari 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 januari 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's