De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

WOEDEND OP SUTA

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

WOEDEND OP SUTA

Christus’ kerk vervolgd [2]

5 minuten leestijd

‘Waarom ben je naar ons dorp gekomen om over Jezus te vertellen?’ schreeuwen de mannen. ‘Dit is een hindoe-dorp en we willen geen christen worden. We willen je niet meer zien!’ Suta draait zich teleurgesteld om en loopt de elf kilometer terug naar zijn eigen dorp.

Suta is voorganger in de Indiase deelstaat Rajasthan. In zijn eigen kleine dorp deelt hij het Evangelie met zijn dorpsgenoten en getuigt hij van zijn geloof. Maar voor hem voelt dit niet genoeg, het lijkt te gemakkelijk om alleen in zijn eigen en vertrouwde omgeving het Evangelie te delen. Op een dag hoort hij duidelijk de stem van God. ‘Je werkt in je eigen dorp, maar wie vertelt in de omliggende dorpen over Jezus?’ Tijdens het bidden ervaart Suta dat hij naar een specifiek dorp in de buurt geroepen wordt.

GETUIGENIS

De volgende dag staat Suta op, pakt zijn spullen in en loopt elf kilometer naar het andere dorp. Hij deelt zijn getuigenis met iedereen die het maar wil horen. Hij vertelt hoe hij tot geloof in Jezus is gekomen terwijl hij als hindoe is opgegroeid. De dorpsbewoners reageren direct, maar niet positief. Een paar mannen die banden hebben met hindoe-extremisten dwingen Suta om het dorp te verlaten. ‘Kom hier nooit meer terug!’, dreigen ze.

Het getuigenis van Suta is afkomstig van de Stichting De Ondergrondse Kerk (SDOK). De SDOK is een interkerkelijke, christelijke organisatie die zich inzet voor vervolgde christenen.

GODS STEM

Als Suta thuiskomt, denkt hij na over de gebeurtenissen van die dag. Heeft hij Gods stem niet goed verstaan? Is het Gods wil dat hij naar dat dorp blijft gaan? De mensen daar willen zijn boodschap niet horen. ‘Waarom zeggen ze dat ik niet terug moet komen naar hun dorp, terwijl U me hebt gezegd om wel te gaan?’ vraagt Suta hardop aan God. Suta realiseert zich dat hij te snel heeft opgegeven. Hij raapt zijn moed bij elkaar, stopt zijn tas vol met evangelisatiemateriaal en loopt weer naar het dorp om het Evangelie te verkondigen. Hij weet dat sommige dorpsbewoners opnieuw woedend zullen worden als ze hem zien, maar ondanks dat is hij niet bang. In het dorp loopt hij van huis naar huis om over God te vertellen.

MISHANDELD

Het duurt niet lang of dezelfde mannen die hem de vorige keer het dorp uit joegen, staan weer voor zijn neus. Ze beginnen Suta te slaan en te mishandelen. Als enkele dorpsbewoners vragen waarom ze dat doen, roepen ze: ‘We hebben hem gewaarschuwd dat hij niet terug mocht komen. Hij heeft het toch gedaan!’ Vlak voor Suta zijn bewustzijn verliest, hoort hij de mannen roepen: ‘Zet nooit meer een voet in dit dorp!’ De hindoe-extremisten pakken Suta's bebloede lichaam beet en gooien hem in een drie meter diepe kuil.

SPIJT

Een van de extremisten die Suda mishandelt, is Raji. Hij is een informant van de RSS, een politieke organisatie die van India een zuiver hindoeland wil maken. Raji moet alle informatie over christelijke activiteiten in zijn dorp doorspelen naar de radicale leiders van de RSS.

Het gebeuren zit Raji echter niet lekker en tijdens de avondmaaltijd krijgt hij geen hap door zijn keel. ‘Waarom eet je niets?’ vraagt zijn vrouw. ‘Ik heb een onschuldige man mishandeld’, zegt Raji, ‘We hebben hem geslagen en in een kuil gegooid. Ik heb me nog nooit zo schuldig gevoeld.’

Raji's vrouw begint zich zorgen te maken en vreest dat de God van Suta wraak op hen wil nemen. Ze moedigt Raji aan om Suta uit de kuil te halen.

GENEZEN

Raji gaat midden in de nacht op weg, haalt Suta uit de kuil en draagt hem op zijn rug naar huis. Raji's vrouw verzorgt hem: ze wast het bloed van Suta's lichaam en geeft hem voedsel en medicijnen. De volgende morgen vragen ze aan Suta waarom hij naar hun dorp is gekomen. ‘Ik ben gekomen om jullie over Jezus Christus te vertellen’, zegt Suta, ‘De Jezus Christus die zieken geneest en de armen helpt.’

‘Iemand die zieken geneest?’ vraagt Raji's vrouw.

‘Kan jouw God dan ook iets doen voor mijn schoonzus die al zes maanden ziek is? Kun je voor haar bidden? Kan jouw Jezus helpen?’ ‘Ja, ik zal bidden’, antwoordt Suta, ‘maar eerst vertel ik jullie het Evangelie. Jezus zal Zijn werk doen. Ik ben maar een eenvoudige man, ik ben hier alleen om te bidden in de Naam van Jezus.’

Als de schoonzus binnenkomt, getuigt Suta opnieuw van zijn geloof en deelt hij het Evangelie. Daarna bidt hij. Twee dagen na het gebed is de zus genezen van haar ziekte.

BEKERING

Het nieuws gaat als een lopend vuurtje door het dorp. De mannen die Suta hebben aangevallen en mishandeld komen naar Raji's huis om vergeving te vragen. ‘We hebben het verkeerd gedaan’, zeggen ze, ‘Je hebt over de ware God gepredikt, maar wij dachten dat het een vreemde God was. Vergeef ons alsjeblieft.’

Raji's familie en de mannen die Suta hebben aangevallen, worden christen. Veertig mensen komen die dag tot geloof in Jezus Christus en stichten samen een nieuwe gemeente in het dorp. Suta reageert: ‘Als ik niet naar dit dorp was gegaan om te evangeliseren, was ik niet vervolgd geweest. Maar ik ben gegaan, ik ben vervolgd en daaruit is een kerk ontstaan.’ Elke zondagochtend predikt Suta in de kerk in zijn eigen dorp, daarna loopt hij elf kilometer naar het andere dorp om daar voor te gaan in de nieuwe kerk. Hij ervaart nog steeds tegenstand van hindoe-extremisten die hem bedreigen en proberen tegen te houden.


Ik ben gegaan, ik ben vervolgd en daaruit is een kerk ontstaan


GEBED NODIG

Suta vraagt om gebed aan christenen wereldwijd. ‘Door het gebed kan ik meer werk doen in deze omgeving en worden we gesterkt in ons geloof. Bid alstublieft dat God ons beschermt als er meer vervolging komt en dat we meer dorpen kunnen bereiken om er over Jezus te vertellen. Zonder uw gebeden zijn we nergens.’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 februari 2016

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

WOEDEND OP SUTA

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 februari 2016

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's