STIMULERENDE OUDERS
Kerkelijke gemeente speelt belangrijke rol bij geloofsopvoeding
Gemeenteleden zijn getuige van de doop. Ze worden, als het goed is, tijdens de kerkdienst opgeroepen om voor de kinderen van de gemeente te zorgen. Geloofsopvoeding is dus niet iets wat alleen thuis of op school gebeurt.
Ouders geven, net als de moeder van Lisa (zie kader), nogal eens voorrang aan sport en muziek boven kerkelijke activiteiten. Dat roept de vraag op of de kerkelijke gemeente aan de zijlijn staat wanneer het gaat om de geloofsopvoeding van kinderen?
Drs. J.M. Spek- Dubbeldam is ort hopedagoog en werkt bij Driestar educatief in Gouda.
OPVOEDINGSGEMEENSCHAP
In de eerste doopvraag van het doopformulier komt duidelijk naar voren dat de gemeente belangrijk is bij de geloofsopvoeding van kinderen. Omdat de ouders tot de gemeente behoren, zijn kinderen door hun geboorte lid van Gods gemeente. En daarom ‘behoren ze gedoopt te zijn’. Wanneer de kinderen gedoopt worden, raakt de gemeente bij de nieuwe leden betrokken. Zij zijn getuige van de doop en worden opgeroepen om voor de kinderen van de gemeente te zorgen. Dr. W. ter Horst is er in zijn boek Christelijke geloofsopvoeding. Een handreiking duidelijk over: ‘De ouders zijn verantwoordelijk voor hun kinderen, maar ze kunnen het alleen binnen een grotere geloofsgemeenschap (de gemeente), die opvoedingsgemeenschap is’.
De nieuwe uitgave van het digitale magazine Opvoedingsbron met het thema ‘In de gemeente’. Het magazine is gratis te downloaden via www.hervormdezondagsscholen. nl; www.hgjb.nl; www.hervormdemannenbond. nl; www.hervormdevrouwenbond. nl.
OUDERS
Door het beantwoorden van de derde doopvraag hebben ouders de taak en verplichting op zich genomen om hun kinderen over de Bijbel en het verlossend werk van de Heere Jezus te vertellen.
De geloofsopvoeding start vanaf het moment dat een kind geboren wordt. Door te zingen, bijbelverhalen te lezen en te bidden leert het kind Wie God is. Ouders kiezen vaak voor een christelijke school, waar de geloofsopvoeding verder gestalte krijgt.
De opdracht aan ouders is echter ook om hun kind heel praktisch deel te laten uitmaken van de gemeente. Het kind hoort immers bij de gemeente. Vooral hier kan het kind God leren kennen en kan het groeien in het geloof.
NAAR DE KERK
De allereerste plek waar een kind het gemeente-zijn kan ervaren is de kerkdienst. Als je als gezin de kerkdiensten trouw bezoekt, zal het kind dit als een vertrouwde plek gaan ervaren. Daar vindt de inwijding in de heilgeheimen van God plaats. De eredienst is de plek waar God tot ons en onze kinderen spreekt. Kinderen zullen de woorden niet altijd begrijpen, maar het is de plek waar God werkt.
SOCIALE CONTACTEN
In de gemeente wordt vaak veel georganiseerd, zoals de startdag van het winterseizoen, jeugdclubs, bijbelkringen en zondagsschool. Is het nu zo belangrijk om mee te doen aan al die kerkelijke activiteiten? En zo ja, waarom dan?
Kinderen leren op een jeugdclub of de zondagsschool vriendjes en vriendinnetjes uit de kerk kennen. Het is gezellig met elkaar en er is tijd voor ontspanning. Vooral in de puberleeftijd zijn deze sociale contacten erg belangrijk. Voor een kind is het fijn wanneer het zijn vriendjes of vriendinnetjes ook in de kerk (eredienst) ziet. Zo wordt de gemeente een veilige plek, waar kinderen zich gezien voelen.
Veel activiteiten bieden gezelligheid. Tegelijk stimuleren ze kinderen ook om bezig te zijn met de boodschap van de Bijbel. Als het goed is, gebeurt dit thuis en zo mogelijk op school. Maar daarnaast is het ook nodig om als (jonge) gemeenteleden samen met de Bijbel bezig te zijn. Zo kunnen ze samen groeien in het geloof, zodat de gemeente (kerk) toekomst heeft.
Geloven doe je met elkaar, het verbindt de generaties.
TROUW
Willen ouders bereiken dat hun kind zijn of haar plaats in de gemeente vindt, dan is trouw een belangrijke (voor)waarde. Door zelf als ouders trouw te zijn in het bezoeken van de kerkdienst zijn ze een goed voorbeeld voor hun kind(eren). Het is heel verwarrend voor kinderen wanneer, om wat voor reden dan ook, een dienst op zondag overgeslagen wordt. Naast het feit dat dit het vaste ritueel voor kinderen doorbreekt, ontnemen ouders hun kind een gelegenheid om met zijn broeders en zusters samen te zijn. Er wordt ook een beroep gedaan op trouw wanneer het gaat om de diverse kerkelijke activiteiten die voor jong en oud plaatsvinden. De ervaring leert dat de opkomst niet altijd even groot is. We hebben het druk met het gezin, werk, sociale contacten, sport enzovoorts. Het is begrijpelijk dat je daar als ouders keuzes in moet maken. Als we zelf (weinig) deelnemen aan kerkelijke activiteiten, laten we dan wel beseffen dat we als voorbeeld functioneren.
MEISJESCLUB
De uitnodiging van de meisjesclub valt op de deurmat. Lisa (8 jaar) vindt de brief en loopt ermee naar haar moeder. ‘Mam, de club is dit jaar op dinsdagavond. Maar dan heb ik gym.’ Moeder bekijkt de brief en zegt dat ze dan dit jaar de club maar moet overslaan: ‘Gym is belangrijk voor je en daar heb je ook je vriendinnetjes. Het bijbelverhaal dat je op de club hoort, hoor je ook op school. Het geeft niet als je een jaartje niet naar club gaat.’
Lisa vindt het jammer, maar luistert naar haar moeder. Lisa gaat dat jaar niet naar de club. Dit is zomaar een willekeurig voorbeeld als het gaat over het onderwerp ‘gezin zijn in de gemeente’. Het roept wel de vraag op welke plaats de gemeente krijgt bij de geloofsopvoeding van kinderen. Is de geloofsopvoeding iets wat alleen thuis of op school gebeurt of is de gemeente hierbij ook belangrijk?
Het lijkt of de moeder van Lisa het niet zo belangrijk vindt dat Lisa contacten maakt met kinderen uit de gemeente. Op gym heeft Lisa immers haar vriendinnetjes. Bovendien hoort Lisa op de club volgens moeder geen nieuwe dingen. Op school wordt toch ook iedere dag een bijbelverhaal verteld.
Waarom zou je als kind naar de jeugdclub gaan wanneer er zo veel andere dingen te doen zijn? Hoeveel tijd besteden we – als ouders, maar ook als kinderen – aan het geloof ? Hoe staat dat in verhouding tot onze andere bezigheden? Dat zijn vragen om over na te denken.
TALENT INZETTEN
Door een actieve bijdrage te leveren aan de kerkelijke activiteiten van de gemeente bouwen we samen aan Gods Koninkrijk. Iedereen heeft daarvoor van God zijn of haar talenten gekregen, waarbij elk talent van evenveel waarde is. De één is goed in het regelen en organiseren van een verkoping, een ander draait zijn hand niet om voor het houden van een inleiding op de bijbelkring.
Ouders kunnen hierin een voorbeeld geven door praktisch hun steentje bij te dragen. Kinderen zullen dit zien en hopelijk ook het voorbeeld navolgen. Zelfs op jonge leeftijd kunnen kinderen hun talenten inzetten, bijvoorbeeld bij het helpen opruimen bij de verkoping of door het brengen van een plantje bij zieke mensen.
Het is goed wanneer ouders naar hun kind toe bewust benoemen dat het fijn is dat het zich op deze manier inzet voor de gemeente.
PUBERS
In de puberteit hebben jongeren het verlangen om ergens bij te horen. Ze zoeken deze behoefte vaak in hun eigen vriendengroep. Het is fijn als dit een vriendengroep is die op de gemeente betrokken is, maar het komt vaak voor dat dit niet het geval is. Daarom is het goed als ouders de contacten met kinderen uit de gemeente van jongs af aan stimuleren. Jong en oud hebben elkaar in de gemeente nodig: het ene lid kan niet zonder het andere lid. Dit staat mooi verwoord in 1 Korinthe 12, waar Paulus schrijft dat de vele leden één lichaam zijn. Voor pubers is het belangrijk dat zij zich verbonden blijven voelen met de generaties onder en boven hen. Geloven doe je met elkaar, met alle generaties. Dit gevoel is te stimuleren door activiteiten op te zetten die de generaties verbinden, met als hoogste doel om in Christus met elkaar verbonden te zijn. Kinderen, tieners en pubers vinden het prettig wanneer zij hierbij een actieve rol mogen spelen. Hierbij is gebed door en voor de verschillende generaties onmisbaar.
TIPS
• Leg aan je kind uit dat hij of zij bij de gemeente hoort. Dit is zichtbaar geworden bij de doop.
• Praat positief en met liefde over de gemeente.
• Wees trouw in de kerkgang. Zo ben je als ouders een goed voorbeeld.
• Doe als ouder zelf mee aan de kerkelijke activiteiten. Kinderen hebben in de gaten wat hun ouders (niet) doen.
• Stimuleer je kind om aan de kerkelijke activiteiten deel te nemen. Als het praktisch lastig is, zoek dan naar oplossingen.
• Bid hardop voor de gemeente.
• Stimuleer je kind om te zien naar anderen. Laat het bijvoorbeeld een kaartje sturen of iets lekkers bij iemand brengen.
VEILIGHEID
Kinderen zijn volwaardig lid van Gods gemeente. Samen vormen de verschillende leden (jong en oud) één gezin, Gods gezin. In de regel is het zo dat een kind opgroeit in een gezin, waar ouders zorgen voor veiligheid. Vanuit deze veiligheid kan het kind zich ontwikkelen en groter worden. Veiligheid is daarmee een voorwaarde voor groei. Daarom is het ook belangrijk dat kinderen veiligheid in de gemeente ervaren om te kunnen ‘groeien’.
Die veiligheid ervaart een kind al als er tijdens de kerkdienst iemand naar hem glimlacht of wanneer iemand na afloop een praatje met hem maakt. Het is voor een kind fijn als het ervaart dat het door mensen in de kerk gezien wordt. Zo krijgt hij of zij het gevoel bij de gemeente te horen.
DILEMMA
Dit alles roept de vraag op hoe het dan moet als je je als gezin niet helemaal thuis voelt in de gemeente. Hoe kun je je dan inzetten voor de gemeente? Dit is een lastig dilemma, dat regelmatig voorkomt. Als antwoord hierop zoeken mensen soms een gemeente waar ze zich wel prettig voelen. Als gezin, als kind, heeft God ons echter geplaatst in een bepaalde gemeente. Zijn gemeente is verre van perfect. Een richtingwijzer is de samenvatting van Gods wet: God liefhebben boven alles en de naaste als jezelf. Ook in een gemeente waarin iemand zich niet thuis voelt, blijft deze opdracht staan. Aan ons mensen is de opdracht gegeven om onze talenten in te zetten voor de opbouw van Gods Koninkrijk. We kunnen onze talenten gebruiken om Gods gezin (de gemeente waarin je geplaatst bent) sterker te maken en te helpen. Dit betekent veel geven, maar je ontvangt van God ook veel terug.
MET ELKAAR
‘Gezin-zijn in de gemeente’ begint wanneer ouders beseffen dat zij een belangrijke opdracht hebben: hun kind(eren) onderwijzen in de dingen van Gods Koninkrijk. Dit kunnen zij thuis doen, de school kan hierbij een taak hebben, maar de gemeente is zeker de plek waar een kind leert Wie God is.
In de gemeente doe je dit met elkaar: de verschillende leden zijn Gods gezin. Dit besef krijgen kinderen niet vanzelf. Laten ouders daarom hierin het goede voorbeeld geven door trouw en actief te zijn en met liefde over de gemeente te spreken. God zal daarover Zijn zegen geven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 februari 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 februari 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's