De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BROEDERS IN DE HEERE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BROEDERS IN DE HEERE

Domineesfamilies Roscam Abbing en Van Leeuwen in Arnhem

7 minuten leestijd

Domineesfamilies zijn geen onbekend fenomeen. De Nederlandse Hervormde Kerk heeft in het verleden veel van deze families gekend. Vader en zoon, broers, neven of zwagers oefenden hetzelfde beroep uit. Het kwam echter niet vaak voor dat familieleden gelijktijdig één gemeente dienden. Arnhem vormde in het begin van de twintigste eeuw een uitzondering.

Drs. P.W. van Lunteren is historicus en woont in Arnhem.

De Eerste Wereldoorlog woedt al een halfjaar in Europa als op zondag 28 februari 1915 in de Eusebiuskerk in Arnhem een nieuwe predikant wordt bevestigd. Het is de honderdste predikant van de hervormde gemeente te Arnhem. Zijn naam is Herman Otto Roscam Abbing, geboren op woensdag 18 november 1874.

Hij is een telg uit een echt predikantengeslacht, dat sinds het begin van de achttiende eeuw de vaderlandse kerk dient. Hermans vader is ds. Pieter Johan Roscam Abbing. Het gezin telt maar liefst tien kinderen, van wie er drie predikant zouden worden.

Aanvankelijk is dat niet Hermans doel. Na de hbs vertrekt hij in 1894 naar Nederlands-Indië waar hij carrière maakt. Daar krijgt hij een roeping tot het predikantschap. Na zijn terugkeer naar Nederland in 1897, studeert hij theologie in Utrecht (1902-1907). Vervolgens dient Herman als predikant de hervormde gemeenten te Nieuwerkerk aan den IJssel (1907- 1915) en Arnhem (1915-1939).

ARNHEM

Sinds 1910 telt de hervormde gemeente te Arnhem zes wijken en overeenkomstig ook zes predikantsplaatsen. De theologische ligging is vastgesteld op drie ethische en drie confessionele wijken. Beide stromingen baseren zich op de belijdenis en zijn rechtzinnig te noemen, zij het dat ethische theologen weinig op hebben met de kerkrechtelijke nadruk die voor de confessionelen juist zo kenmerkend is.

In 1915 is het predikantenteam qua samenstelling jong, aangezien aan het begin van het decennium veel predikanten waren vertrokken. Herman werkt net een jaar in de Gelderse provinciehoofdstad als een van zijn collega's een beroep aanneemt. In de vacature wordt zijn zwager beroepen: ds. E.J.H. van Leeuwen uit Woudsend. Hij is getrouwd met de negen jaar jongere zus van Herman: Catharina Anna Roscam Abbing.

ZWAGER

Edmond Julius Hendrik van Leeuwen wordt op vrijdag 2 maart 1883 in Zutphen geboren. Hij is de zoon van prof. dr. Everardus van Leeuwen, hoogleraar Bijbelse en praktische theologie aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Als predikant dient hij de hervormde gemeenten te 's Gravenmoer (1907-1914), Woudsend (1914-1916) en Arnhem (1916- 1946).

Een ongeschreven regel bepaalt dat de laatstelijk bevestigde predikant de eerstvolgende bevestigt. Edmond wordt dan ook op zondag 22 oktober 1916 in de Eusebiuskerk door zijn zwager bevestigd. Herman kiest voor de tekst uit Handelingen 12:24: ‘En het Woord Gods wies, en vermenigvuldigde.’ Edmond doet 's avonds zijn intrede met Openbaring 21:5: ‘En Hij Die op de troon zat, zeide: Ziet, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zeide tot mij: Schrijf, want deze woorden zijn waarachtig en getrouw.’

GEREFORMEERDE THEOLOGEN

Herman en Edmond hebben niet alleen een familiaire band, maar ook een theologische. Allebei dragen ze de gereformeerde theologie een warm hart toe. En dat niet alleen, beiden zijn ook politiek betrokken. Vanaf het prille begin zetten zij zich in voor de Hervormd Gereformeerde Staatspartij (HGSP), opgericht in 1921. Deze partij stond een theocratisch bestuursmodel voor; Nederland moest een protestants land zijn.

Vooral Herman toont zich actief, onder meer als redacteur van het partijorgaan Staat en Kerk. Hij is betrokken bij de plaatselijke afdeling, die enige jaren een zetel in de gemeenteraad heeft. Daarnaast geeft hij door het hele land lezingen voor plaatselijke afdelingen. Een aantal van die voordrachten wordt gedrukt, zoals De breuk tussen Christus en Zijn gemeente in onze dagen (1921) en Opening der tijden (1934). Deze voordrachten zijn in 1992 door ds. M.D. Geuze gebundeld in het boek Nederland, schik u om uw God te ontmoeten.

Herman en Edmond rekenen zichzelf tot de groep die vasthoudt aan de gereformeerde belijdenis. Tegelijkertijd zijn zij geen ‘partijmannen’. Herman formuleert het eenmaal zo: ‘De gereformeerden, die vasthouden aan de belijdenis, vormen dan ook geen partij in de kerk omdat de belijdenis gereformeerd is. Maar zij, die min of meer afwijken van de belijdenis, werken het partijwezen in de hand.’

WIJKEN

Edmond en Herman hebben ieder een eigen wijk. De verschillen tussen die wijken zijn groot. Herman is predikant van wijk C, gelegen ten oosten van de Apeldoornseweg. Het omvat St. Marten en een groot deel van Klarendal. Voor het overgrote deel zijn het volkswijken, waar veel mensen in armoede leven. De meerderheid van de bewoners is rooms-katholiek; een minderheid hervormd. Binnen de grenzen van deze wijk staat sinds 1876 een hervormde kerk: de Klarendalse Kapel. Het is een typisch protestants kerkgebouw, waar de banken gecentreerd staan rondom de preekstoel. Naast de kerk is een christelijke lagere school gevestigd. De kerk wordt niet alleen gebruikt door wijk C, maar ook door de aangrenzende wijk D. Herman preekt hier niet regelmatiger dan in de andere kerken. De predikanten rouleren iedere week en preken bijvoorbeeld dus net zo vaak in de Eusebiuskerk als in de Klarendalse Kapel.

Wijk C beschikt ook over een eigen wijkhuis, dat als uitvalsbasis voor het wijkwerk dient. Aan de Leoninusstraat 63 staat ‘Rehoboth’. Dit wijkcentrum is gevestigd in een woonhuis. Hier houdt Herman onder meer spreekuur en catechisatie.

Edmonds wijkhuis staat een flink stuk in westelijke richting. Aan de Noordelijke Parallelweg 55 - met uitzicht op het rangeerterrein - staat sinds 1911 ‘Bethel’. Naast spreekuur en catechisatie wordt hier op zondagen ook kinderkerk gehouden. Dit is het kloppende hart van wijk F, waarvan de grenzen lopen langs de Amsterdamseweg en de Zijpendaalseweg die westelijk van Park Sonsbeek loopt. In wijk F wonen middenstanders en hoogopgeleiden. Een ander publiek dan in wijk C dus. De Koepelkerk in het centrum van de stad wordt door wijk F gebruikt, samen met de aangrenzende wijk B. Geografisch gezien ligt deze kerk ver buiten de wijk en daarom ontstaat in de jaren dertig het idee om een nieuwe kerk binnen de grenzen van wijk F te bouwen. Deze kerk zou de Koepelkerk vervangen, maar tegelijkertijd ook door wijk B gebruikt worden. De kosten voor dit project zijn echter veel te hoog en de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog gooit nog meer roet in het eten. Pas ver na de oorlog, in 1959, zou daadwerkelijk een nieuwe kerk worden gebouwd: de Diaconessenkerk.

LAATSTE GEMEENTE

Edmond en Herman zijn vanaf 1916 collega's en blijven dat ook. De zwagers bedanken voor verscheidende beroepen en blijven in Arnhem werkzaam. Herman overlijdt op donderdag 23 maart 1939, vlak vóór zijn emeritaat. Hij wordt 64 jaar oud. Op maandag 27 maart wordt hij door Edmond op begraafplaats Moscowa begraven. In de eerstvolgende uitgave van het Predikbeurtenblad schrijft ds. Jacob Loos: ‘Ds. Van Leeuwen nam het woord en herinnerde eraan, dat ds. Roscam Abbing, toen hij nog zo korte tijd geleden genoodzaakt was zich te laten opnemen in het Diaconessenhuis om er een zeer ernstige operatie te ondergaan, gezegd had: ‘Ik ga met Psalm 23: De Heere is mijn Herder.’

Vanaf eind maart 1939 zijn in Arnhem niet langer twee zwagers predikant. Edmond blijft ‘alleen’ achter. In de zomer van hetzelfde jaar wordt hij plotseling ernstig ziek en hij moet zich volledig ziekmelden. Na maandenlange rust is hij begin januari 1940 weer in staat om de eerste werkzaamheden op te pakken. Op zondag 14 januari preekt hij in de Eusebiuskerk weer voor het eerst.

Edmond wordt echter niet meer helemaal de oude. Hij blijft kwakkelen met zijn gezondheid. Tijdens de oorlogsjaren moet hij van tijd tot tijd even rust houden. Naast de godsdienstonderwijzer die al in wijk F werkzaam is, stelt de Algemene Kerkenraad twee hulppredikers aan om de werkdruk enigszins te verlichten.

AFSCHEID

Tijdens de Slag om Arnhem zitten Edmond en zijn vrouw relatief veilig in hun huis aan de Bakenbergseweg 57. In de eerste dagen neemt hij de hulpkoster van de Eusebiuskerk met diens gezin in huis op. Zij moesten wijken voor de vuurzee in de binnenstad.

Na de Tweede Wereldoorlog wordt het werk in de verwoeste stad weer opgepakt. Bethel is gelukkig niet vernield; wel leeggeroofd. De Koepelkerk heeft, in vergelijking tot de Eusebiuskerk, minieme schade en wordt nog in de zomer van 1945 weer in gebruik genomen.

In het najaar ontvangt Edmond het bericht uit Nederlands-Indië dat zijn zoon, ds. P.J. van Leeuwen, in een Jappenkamp is overleden. Dit bericht komt Edmonds wankele gezondheid niet ten goede. In januari 1946 verwijst hij hier expliciet naar als hij aan de kerkenraad meedeelt dat hij, noodgedwongen, het ambt voortijdig moet neerleggen. Op zondag 31 maart 1946 neemt hij om 17.00 uur in de Koepelkerk afscheid. Hij verhuist naar Putten, waar hij op donderdag 25 september 1958 overlijdt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 februari 2016

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

BROEDERS IN DE HEERE

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 februari 2016

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's