De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

WOELINGEN IN RIDDERKERK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

WOELINGEN IN RIDDERKERK

Lokale geschiedenis toont aan dat vroeger niet alles beter was

5 minuten leestijd

Ridderkerk is voor mij een dierbaar plekje grond. Mijn wieg heeft er gestaan. Raymond de Kreek typeert het als ‘een behoudend dorp’. Maar zijn boek over deze plaats heeft als hoofdtitel ‘Woelingen’. In de ondertitel staat zelfs het woord ‘revoluties’…

Je kunt je afvragen of zo'n lokale geschiedschrijving in De Waarheidsvriend wel een plek mag hebben? Jazeker. Want de woelingen grepen breder om zich heen dan in het alledaagse dorpse aldaar.

ROERIGE JAREN

Het boek Woelingen. Ridderkerkers, revoluties en een behoudend dorp wordt geplaatst in het kader van de roerige jaren 1795 (de Franse tijd), 1863 (vijftig jaar onafhankelijkheid, de schoolstrijd en de opkomende industrialisatie), 1914 (de Eerste Wereldoorlog) en 1963 (de ‘sixties’).

De auteur, historicus en docent geschiedenis, neemt de lezer mee aan de hand van ‘anonieme figuranten’. Als eerste is daar Lena, een vrouw uit zijn voorgeslacht, die – ongehuwd – zes kinderen met onbekende vaders voortbracht.

BEHOUDEND

De Kreek typeert het dorp als behoudend. Dit heeft kennelijk te maken met de Nadere Reformatie, die in Ridderkerk werd ingebracht door ds. Joan Hugo van der Groe. Dit is een neef van de bekende Theodorus van der Groe, die het hekje (van de Nadere Reformatie) toedeed. ‘De jongelui griezelden van het misvormde en angstaanjagende gezicht van de Ridderkerkse dominee. Met zijn strenge manier van preken joeg hij de kleintjes regelmatig de stuipen op het lijf.’

Hoe ‘behoudend’ was dan het volk? 's Zondags ging in het dorp weliswaar iedereen naar de kerk, ‘maar de overige zes dagen van de week stonden bol van plat vermaak, drankmisbruik, ruw taalgebruik, kwaadsprekerij en misleiding’.

Van der Groe liet de kansel meer naar het midden van de kerk verplaatsen ‘om ook de minder gelovigen achter in de kerk in het gareel te kunnen houden’. Nee, het was vroeger niet allemaal beter dan tegenwoordig.

Wat bijvoorbeeld te denken van de doodstraf, die voltrokken werd aan een vrouw die werd beschuldigd van brandstichting? Ze werd ten aanschouwen van ‘het op sensatie beluste volk’ voor het Raadhuis in Dordrecht gewurgd. Ds. Van der Groe had nog voorbede voor haar gedaan. Op weg naar de wurgpaal werd ze begeleid door ‘de dominee’ (ook Van der Groe?). Hij deed een allerlaatste gebed. Na het ‘Tot in eeuwigheid. Amen.’ trok de beul aan het ruwe henneptouw. Nee, 't was vroeger niet allemaal beter.

DE FRANSE TIJD

Van der Groe heeft niet minder dan 48 jaar in Ridderkerk gestaan (van 1770 tot 1818) en zal dus onmiskenbaar een sterk stempel op de gemeente hebben gezet. Zijn ambtelijke dienst voltrok zich intussen geheel in de Franse tijd, de tijd van de eerste ‘woelingen’. De toenmalige hoofdonderwijzer Willem Schippers, tevens koster en voorzanger, veranderde van vurige orangist in een patriot en was de initiatiefnemer van het planten van een vrijheidsboom op het Groentje, aan de voet van de Singelkerk.

Het is echter curieus om te lezen hoe de strijd van patriotten en prinsgezinden zich in en om de Singelkerk voltrok. Vanaf de kansel werd bij het begin van de Bataafse Revolutie (1795) door een zekere Reinders, lid van het Comité van Omwenteling in Amsterdam, geroepen tot de Franse dragonders buiten de kerk: ‘trek uw sabels en slacht dit bliksemse Oranjevee’. De aanvankelijk bomvolle kerk bevatte toen echter nog maar ‘een handjevol burgers’.

In 1800 schreef Otto Paulus Groeninx van Zoelen, ambachtsheer van Ridderkerk en ‘beminnaar van godsdienst, Oranje en het Vaderland’, in zijn autobiografie: ‘Ik heb mij, niettegenstaande vele pogingen om mijn gedachten te doen veranderen, niet meer willen blootstellen aan de woelingen der tijden’.

VLUCHTELINGEN

Ik maak een sprong naar de twintigste eeuw, de derde tijd van woelingen. In 1913 was overal, ook in Ridderkerk, uitbundig feest gevierd om honderd jaar onafhankelijkheid (1813) te vieren. Maar een jaar later kwam Europa in de greep van de Eerste Wereldoorlog.

Toen Nederland buiten het oorlogsgewoel bleef, kwam er vanuit België een massale vluchtelingenstroom naar Nederland op gang. Het betrof meer dan 700.000 mensen, (anderen spreken van een miljoen, vdG). Daar is de vluchtelingeninstroom vandaag niets bij.

Ridderkerk zou in de onderscheiden wijken (Dorp, Bolnes, Slikkerveer en Rijsoord) 150 personen gaan opvangen. Er arriveerden er vierhonderd. Ze kregen brood met thee of koffie, melk was alleen voor de kinderen bestemd. De minister van Binnenlandse Zaken kreeg bericht over ‘de janboel in het dorp’. En er waren ‘twisten’ in de gemeenteraad. Aan het eind van die oorlog was er ook nog de Spaanse Griep, met 3000 tot 4000 patiënten in het dorp, geholpen door drie dokters en drie verpleegsters.

SDAP

De historicus laat echter ook niet onbenoemd dat in die tijd de kwesties van de schoolstrijd en het kiesrecht werden beslecht. Meer dan de helft van de stemmen ging in 1918 naar de ARP, de SDAP werd tweede partij. Dat de SDAP zoveel stemmen kreeg had ongetwijfeld te maken met de ellendige situatie van de arbeiders in de negentiende en het begin van de twintigste eeuw. Toen werd ook Ridderkerk gekenmerkt door grootscheepse industrialisatie, met name in en rondom de scheepsbouw, naast de vlasnijverheid.

Af en toe werden de arbeiders ‘gepaaid’, bijvoorbeeld door een bezoek aan de fabrieken in het dorp door ‘een bonte stoet auto's, volgeladen met fabrikanten, industriëlen, politici en andere notabelen’ en het verlenen van het Mobilisatiekruis aan 500 ex-gemobiliseerden. Laatstgenoemden hadden eerst thuis hun ‘eenvoudige warme prak’ moeten eten, terwijl de notabelen in Huys ten Donck genoten van een lunch, die jhr. Groeninx van Zoelen hun aanbood. Deze maaltijd bestond ‘uit spinazie met gepocheerde eieren, gestoofd vlees met groenten, ham in gelei, vruchtensaladepatisserie en kaaskoekjes’.

KERKELIJKE GEMEENTE

Ik richtte de aandacht slechts op twee van de vier woelingen. Genoeg om het boek aan te bevelen. Men treft er ook weinig verheffende toestanden aan. Ik typeerde die al in het begin. Wanneer men kennis neemt van de vele wantoestanden of ellendige situaties – bastaardkinderen, drankmisbruik, sociale wanorde, kindersterfte, gebrekkige geneeskundige verzorging – kan men zich afvragen hoe de kerk daarin orde, zorg en tucht wilde en kon bewaren. Bovendien vraag ik me af of en hoe de kerk of de plaatselijke gemeente nu echt positie koos in de politieke toestanden.

SINGELKERK

Ik herhaal: het was vroeger niet allemaal beter. Niet zo dierbaar dus, integendeel. Nochtans staat ook in Ridderkerk de kerk, de Singelkerk, nog recht overeind, al wordt ze vandaag veel meer geflankeerd door andere kerken. Het huis waar ooit mijn wieg eens stond, staat er niet meer. Daar liggen wel mijn dierbare herinneringen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 februari 2016

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

WOELINGEN IN RIDDERKERK

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 februari 2016

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's