STILSTAAN BIJ ZONDE
In een toenemend aantal protestantse kerken wordt de tijd voor Pasen aangeduid als de Veertigdagentijd; een periode die op Aswoensdag begint. Traditioneel wordt deze tijd gemarkeerd door het ‘askruisje’ dat de gelovige op die dag ontvangt. En dan klinken de woorden: ‘Gedenk, mens, dat je stof bent en tot stof zult wederkeren.’ Met die woorden en dat teken ligt de noodzaak om je schuld te belijden, de gevolgen van je zonde te dragen en uit te zien naar vergeving, op tafel.
VOLZIN
Het magazine voor religie en samenleving Volzin kwam in verband met Aswoensdag met een boeiende special over schuld, boete en vergeving: ‘door het stof gaan’. In een uitgebreid artikel over het belang van de biecht sprak Lisette Thooft met ds. J. van Rijn, scriba van de Protestantse Kerk in Amsterdam en predikant. Zij geeft aan dat de kerk vroeger een boodschap van vergeving had, maar dat die is verdwenen. Met de komst van de Reformatie werd het sacrament van de biecht afgeschaft, maar daarmee was de boodschap van schuld en vergeving niet uit beeld: ‘er was wel een collectief ritueel op zondagmorgen: de schuldbelijdenis, genadeverkondiging en lezing van de Wet.’
Zonde is niet een oordeel dat wij zonder het kennen van de Heere ook zouden hebben uitgesproken
Van Rijn: ‘Ieder wist voor zichzelf wel wat misgegaan was gedurende de week en voordat je de Bijbel opende, moest dat uit de weg zijn. Dus dan zei de dominee de genadeverkondiging en de Tien Geboden werden nog gelezen om te laten zien hoe het wel moet. In zware orthodoxe kerken gebeurt dat misschien nog, maar verder is het gebruik verdwenen. In de jaren zeventig is het kyriegebed [‘Heer ontferm U’, red.] ervoor in de plaats gekomen, voor de nood van de wereld. Dat komt uit de rooms-katholieke traditie, het is een voor-reformatorisch element. Dat is prachtig hoor, we doen het in onze kerk altijd; het wordt uitgesproken door gemeenteleden. Maar dat gaat niet over mijn schuld.’ Die schuld is bij het grofvuil gezet…maar niet verdwenen. Schuld en schaamte, daar hebben we een tijdlang niet aan gewild; die gevoelens hoorde je niet te hebben.’
De verschuiving in de liturgie van de lijn schuldbelijdenis en genadeverkondiging naar kyrie en gloria betekent dus meer dan het leggen van een ander accent. De boodschap van vergeving is mede daardoor kennelijk verloren gegaan, volgens Van Rijn. Aan de andere kant dringt de vraag zich op of schuld en vergeving in gemeenten waar elke zondagmorgen de Tien Geboden klinken wel echt leven. Ds. C.C. den Hertog (Surhuisterveen) vraagt zich in De Wekker, het orgaan van de christelijke gereformeerde kerken, af of woorden als zonde en genade nog actualiteitswaarde hebben. Den Hertog is daarvan overtuigd, al onderstreept hij dat het goed is te overdenken hoe er vandaag de dag door christenen over zonde gesproken wordt.
DE WEKKER
Een paar zaken lijken me van belang bij dat overdenken. Om te beginnen: een belangrijk probleem lijkt me dat wij het begrip zonde onder onze handen tot een begrip uit de ethiek hebben laten verworden – een morele categorie, om het deftig te zeggen. Daarmee is een hoop moralisme binnengeslopen in het spreken over zonde. Als zonde dan vooral vaak samenviel met het overtreden van een bepaalde groepscode is de ramp compleet. Bij zo'n spreken is de Heere God vervormd tot een verlengstuk van onze kleine moraal. Wat wij verkeerd vinden, vindt Hij ook verkeerd. De zonde is van zijn ontmaskerende radicaliteit beroofd.
Een andere eenzijdigheid waar we niet altijd aan hebben weten te ontkomen, is dat we geen ander woord meer wisten te spreken dan dat woord zonde. Alle andere woorden die de Schrift ook voor mensen gebruikt, verbleekten bij deze term. Alle aandacht werd hierheen getrokken, zodat mensen werden opgezadeld met een negatief zelfbeeld dat zogenaamd opkwam vanuit Schrift en belijdenis, maar dat juist beslissend tekortschoot, omdat dat woord ‘genade’ achter gehouden werd, van zijn bevrijdende kracht beroofd werd – omdat zondebesef tot voorwaarde van de genade in plaats van als vrucht van de genade verkondigd werd.
Een derde punt is dat we slechts in vage termen gesproken hebben over zonde – en dus ook over de genade. Op catechisatie is het geheid raak als ik aan de catechisanten vraag of ze weleens zondigen. Steevast is het antwoord: iedere dag. Maar als ik dan doorvraag naar hoe vaak en wat dan precies, staat de wagen al snel stil. De zondigheid is een soort algemene waarheid (met als dieptepunt de constatering: iedereen maakt fouten), die maakt dat soms nog trouw gebeden wordt of de Heere de zonden wil vergeven, maar die op geen enkele manier aanzet tot strijd tegen de zonde. We hebben immers geen idee waar het om gaat? Het gebed om vergeving gaat dan uit van de gedachte dat de Heere God zelf moet nagaan wat onze zonde is geweest. Zonde en genade zweven daarmee boven het leven – het doet geen zeer meer.
Ds. Den Hertog wijst dus op drie dingen: als we het hebben over zonde wordt het vaak of moralistisch, of heel vaag, of we kunnen geen ander woord meer bedenken, waardoor we aan de genade niet toekomen. Maar – vraagt hij – hoe kan het wel?
Ik moest denken aan een opmerking van de Deense filosoof Kierkegaard. Hij heeft gezegd: ‘De zonde hoort in geen enkele wetenschap thuis. Zij is het onderwerp van de preek.’ Sinds ik die woorden las bij Noordmans – een hervormde dominee van de vorige eeuw – houden ze me bezig. Wat hoor ik erin? Dat ‘zonde’ een woord uit de mond van de Heere is. Waar Hij ons vindt en aanspreekt, klinkt dat oordeel over ons. Maar mét dat het een woord is van de Heere, is het dus een woord van die God die ons zoekt – en dat is zijn genade. Een voorbeeld: Adam en Eva ontdekken hun zonde als zonde op het moment dat de Heere hen komt zoeken. Waar de Heere komt om hen te troosten met Zijn belofte, zoeken zij zich te verbergen (zie art.17 NGB). Natuurlijk: daarvoor hadden ze al de onbevangenheid in hun onderlinge verhouding verloren – ze hadden ontdekt dat ze naakt waren. Maar verstóppen doen ze pas als ze de Heere God horen komen. Dwaas: ze vluchten voor Hem die hun enige hoop is – die hun zonde onthult bij het licht van zijn belofte.
Hoe vreemd het klinkt: het woord zonde heeft daarmee iets van een hoopvolle klank. Begrijp me goed: dit is niet een woordenspel en al helemaal niet een teken dat ik toch wat oppervlakkig over deze zaken denk, maar ernstig gemeend. Wij kunnen in onze samenleving veel aan gebrokenheid, verloren onbevangenheid, pijn, verdriet en kwaad waarnemen. Maar op het moment dat we deze dingen ‘zonde’ gaan noemen is de verhouding tot de Heere mee bedacht. Zonde is niet een oordeel dat wij zonder het kennen van de Heere ook zouden hebben uitgesproken – het is een oordeel van die God die ons zoekt terwijl wij ons verschuilen en die aan het licht brengt wat de oorzaak van onze eeuwige honger en kommer is. Het is – duur gezegd – een relationeel begrip. De oorzaak van onze nood is daarin gelegen dat wij menen beter af te zijn zonder deze God, dat wij zelf wel weten wat goed en wat kwaad is, dat wij zelf goden willen zijn. Daar wordt het concreet: egoïsme, eigenwijsheid, trots, hoogmoed. Waar het zonde genoemd wordt, zijn wij niet meer onder elkaar – daar heeft God zich in het gesprek gemengd.
Dat zijn dingen om over na te denken als wij op weg zijn naar Pasen: het woord zonde heeft iets van een hoopvolle klank omdat je weet Wie het zegt. Het wordt gesproken door Hem die ons zoekt. De God die het behaagd heeft om niet zonder ons God te willen zijn.
Ds. Den Hertog besluit:
Wie deze God leert kennen door zich vast te grijpen aan Zijn beloften, keert het hoofd niet meer af op het moment dat het woord ‘zonde’ klinkt, maar die zegt: zo is het. Maar het is niet het enige woord. En al helemaal niet het laatste. Het laatste woord is aan de Heere – en Hem ken ik als een God die ons niet doet naar alles wat wij deden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 februari 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 februari 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's