BOEKAANKONDIGINGEN
G.C. den Hertog, M.C. Mulder en T.E. van Spanje (red.) Acta. Bundel ter gelegenheid van het afscheid van prof. dr. T.M. Hofman als hoogleraar aan de Theologische Universiteit Apeldoorn. Uitg. Groen, Heerenveen; 364 blz.; € 24,50.
Medio 2014 nam dr. T.M. Hofman na zeventien jaar actieve dienst afscheid van de Theologische Universiteit Apeldoorn (TUA). Het toentertijd beloofde liber amicorum kreeg na verschijning de naam Acta. Deze titel verwijst naar twee brandpunten in het werk van de emeritus. Voor zijn proefschrift moest hij onder andere veel acta van kerkelijke vergaderingen bestuderen. Als hoogleraar Nieuwe Testament heeft hij zich in zijn onderzoek vooral gericht op de geschriften van Lukas. Dit betreft zowel het Evangelie alsook het boek Handelingen, dat vaak wordt aangeduid als Acta.
Het vriendenboek bestaat uit drie delen. Vijftien bijdragen staan in relatie tot het Evangelie naar Lukas en Handelingen. Daarnaast bevat het zes exegetische en bijbels-theologische artikelen en vijf bijdragen over diverse thema's. Uit het felicitatieregister blijkt dat de vriendenkring van dr. Hofman ruim, rijk en (kerk)drempelvrij is.
Ondoenlijk is het om dit heerlijke boek eerlijk in een korte recensie te vangen. Al lezend kwam bij mij een uitspraak boven van wijlen ds. Jac. van Dijk. Ik hoorde hem ooit preken over de volle rijkdom van en de grootse variëteit in de Heilige Schrift. Nog levendig herinner ik me dat hij Gods Woord ‘een goddelijke bouillabaisse’ noemde. Met even goed recht kan ik deze metafoor gebruiken voor dit boekwerk. Immers het ultieme kenmerk van bouillabaisse is de veelheid en diversiteit van de vissoorten die deze mondkost tot een ongeëvenaarde lekkernij maken. Als ik iets opvis uit deze rijke voedingsbron en het opdis dan is dat met enige willekeur. Ik beperk me tot de bijdragen over de lucaanse geschriften. Zinvol en heilzaam is de bijdrage van dr. A. Baars. Hij vraagt zich af wat de uitdrukking ‘al de raad Gods’ (Hand.20:26,27) zegt over het karakter van de verkondiging van Paulus en wat deze impliceert voor de prediking vandaag. Dat de proclamatie van het Woord tot de core business van de Kerk behoort, blijkt uit het artikel van dr. M.J. Kater. Prediking is een trinitarische kernactiviteit. Hij typeert het boek Handelingen als ‘het boek van de prediking’. Zoals Christus ‘moest’ lijden en opstaan zo ‘moet’ in Zijn naam bekering van vergeving van zonden gepredikt worden.
Uitermate smakelijk vind ik de inbreng van dr. M.C. Mulder. Kundig en bedreven laat hij de lezer meedenken over ‘de voorstelling in de tempel’ (Luk.2:22-24). Verrassend hoe ook in deze evangelieverzen de Schrift haar eigen uitlegger blijkt te zijn. Twee zaken worden vanuit deze perikoop opgehelderd. Door Jezus’ besnijdenis en doordat Hij in één adem genoemd wordt met de onreinheid van Zijn moeder komt Hij ónder de Wet náást Zijn volk staan. Vervolgens blijkt uit ‘de voorstelling’ dat Hij vóór Zijn volk gezet wordt om voor hen voor het aangezicht van God te staan, om in hun plaats de dienst aan God te vervullen. Dat er vanuit verschillende gezichtshoeken naar het apostelconvent en het aldaar geformuleerde decreet (Hand.15) kan worden gekeken, blijkt uit twee smaakvolle studies hierover. Er is in de loop van de geschiedenis al heel wat over geschreven. De Apeldoornse éminence grise dr. W. van 't Spijker beziet in het licht van uitleg en geschiedenis de tekstwoorden ‘het heeft de Heilige Geest en ons goed gedacht…’. Na een gesprek hierover met een aantal reformatoren concludeert hij: ‘De grondslag voor een werkelijke eenheid tussen Jood en Griek is de rechtvaardiging door het geloof alleen. (…) Ook vandaag is het deze prediking die de centrale boodschap van het Evangelie vertolkt en die voor de eenheid van de christelijke gemeente van wezenlijk belang is, omdat zij haar identiteit bepaalt’.
Dr. P.H.R. van Houwelingen leest Handelingen 15 in heilshistorisch perspectief. Dit is een spannende en boeiende zoektocht. Reeds de titel ‘Het besluit van Jeruzalem en ons vleesmenu’ maakt nieuwsgierig. Na een drietal routes te hebben uitgezet, komt hij tot de slotsom ‘dat er altijd meningsverschillen tussen christenen zullen blijven. Geen enkele regel kan dat veranderen. Wat er op ons menu staat en waar we wel of niet aan deelnemen is een gewetenskwestie waarover ieder zich tegenover God zal moeten verantwoorden (Rom.14:1-12). (…) Bij alle beslissingen dienen we in liefde rekening te houden met onze broeders en zusters, dichtbij (in eigen gemeente) maar ook verder weg, gedachtig aan het principe van de gulden regel in de positieve vorm: behandel anderen zoals je door hen behandeld wilt worden’.
Dankbaar en opgelucht constateer ik dat een volle, rijk gevulde bouillabaisse door geen enkele synode of enig concilie van het christenmenu werd geschrapt. Wie de bouillabaisse van het volle Evangelie soupeert, snakt naar meer, maar wordt toch verzadigd. Ik vermoed dat collega Hofman gesmuld heeft.
Jelle de Kok Drinken uit de Bron. Handreikingen voor het geloofsgesprek. Uitg. Kok, Utrecht; 77 blz.; € 12,50. Volgens Jelle de Kok, predikant van de gereformeerde kerk in Diever en toeruster namens het Evangelisch Werkverband, is er in talloze kerkelijke gemeenten sprake van vermoeidheid. Er zijn volop activiteiten en er wordt genoeg vergaderd, maar is er ruimte voor de ontmoeting met Christus en met elkaar? Het praktische boekje Drinken uit de Bron wil het geloofsgesprek binnen gemeenten stimuleren, in de hoop dat dit tot geestelijke groei leidt.
Ds. De Kok werkt in het eerste deel zijn theologische visie uit. Mooi om te lezen is dat de kern van het gemeente-zijn voor hem draait om het hebben van hart voor Jezus, hart voor elkaar en hart voor de wereld. Het tweede deel is praktisch van aard. De auteur reikt een werkplan aan, waarmee je als gemeente vijf cursusavonden aan de slag kunt. Bidden, zingen en luisteren naar de Bijbel vormen de rode draad van de avonden en openen de weg naar nieuwe initiatieven. Sommige initiatieven spreken aan, zoals het organiseren van toerustingsvergaderingen voor de kerkenraad. Andere ideeën roepen vragen op, zoals het vervangen van de kerkdienst op zondagavond door een maaltijddienst. Het derde deel reikt extra handreikingen aan om het geloofsgesprek na de cursusavonden blijvend gestalte te geven. Al met al heeft ds. De Kok een fris en prikkelend boekje geschreven, waarbij hij voortborduurt op Leven uit de Bron en Groeien bij de Bron van Marius Noorloos. Intussen zou de boodschap mijn inziens aan kracht winnen als het geloofsgesprek niet enkel gericht is op geestelijke ervaring, werkplannen en nieuwe initiatieven. Geestelijke groei is ook het liefhebben van de christelijke gemeente als er geen diepe ervaring, geen merkbare groei, maar zwakte, moeite en kleingeloof is (Bonhoeffer). Onze rijkdom ligt in Christus.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 februari 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 februari 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's