HULP BIEDEN NORMAAL
Gastvrijheid wordt geleerd in de navolging van Christus
Als wij, christenen in Nederland, ons bezinnen op de vluchtelingen die Europa binnenkomen, wat is dan de positie van waaruit ‘wij’ over ‘hen’ nadenken? Zien we onszelf als burgers van een natiestaat, als ingezetenen van een werelddeel dat door het christelijk geloof is gestempeld?
Petrus heeft het in zijn brief over ‘bijwoners en vreemdelingen’. Misschien kunnen wij als gelovigen in Nederland of Europa wel net zo min in de wij-vorm spreken als vluchtelingen uit Syrië?
Prof.dr. H.J. Paul is universitair hoofddocent Geschiedfilosofie en historiografie aan de Universiteit Leiden en bijzonder hoogleraar vanwege IZB / GZB met de leeropdracht Secularisatie Studies aan de Rijksuniversiteit Groningen.
De redactie van De Waarheidsvriend stelde mij de vraag nog specifieker: zou de kerk in Europa juist nu moeten luisteren naar theologen als Stanley Hauerwas, die op het vreemdelingschap van de kerk het volle licht laten vallen? En zo ja, wat zou de kerk van zulke theologen dan concreet kunnen leren als het gaat om zorg en aandacht voor vluchtelingen uit het Midden- Oosten?
BIVAKKEREN
Mijn zoektocht naar een antwoord begint bij Hauerwas’ bekendste boek: Resident Aliens (1989). De titel zinspeelt op een juridische categorie in het Amerikaanse vreemdelingenrecht. Een resident alien of ‘ingezeten vreemdeling’ is een buitenlander zonder Amerikaans burgerrecht, maar met een tijdelijke verblijfsstatus. Precies zo is het met christenen gesteld, meent Hauerwas. Ze wonen in de Verenigde Staten of in Nederland, maar zonder daar helemaal thuis te zijn. Ze mogen er bivakkeren, maar zonder zich met het land te kunnen identificeren. Hun ware burgerschap is immers in de hemelen (Fil.3:20).
VLUCHTELING
AFSTAND
Hauerwas beklemtoont dit vreemdelingschap, omdat de kerk in de VS volgens hem te veel is gaan lijken op de samenleving waarvan zij deel uitmaakt. Als kerken een Amerikaanse vlag naast de kansel hangen, Onafhankelijkheidsdag vieren en bidden voor militair succes van Amerikaanse troepen in het Midden-Oosten, dan brengen zij misschien goede Amerikanen voort, maar niet per se goede christenen. Iets dergelijks geldt voor kerken, binnen en buiten de VS, die onvoldoende afstand weten te houden tot het kapitalisme. Hoe christelijk, vraagt Hauerwas, is een kerk die het Evangelie uitdraagt alsof het een product is en die zijn leden behandelt als consumenten die ten koste van alles tevreden moeten worden gesteld?
VOORBEELD
Van de weeromstuit vertelt Hauerwas graag over kerken die ‘anders’ zijn – anders in de zin dat ze het Evangelie in zijn vreemdheid verkondigen én belichamen. Een van zijn favoriete voorbeelden is Le- Chambon-sur-Lignon, een Frans dorpje dat na de Tweede Wereldoorlog bekend werd vanwege het grote aantal vluchtelingen (vooral Joodse vluchtelingen) dat daar de Holocaust had overleefd. Waarom zetten die dorpelingen hun leven op het spel voor onbekende Midden- Europeanen? Omdat zij in de protestantse dorpskerk hadden geleerd wat het betekent Jezus na te volgen. Ze vonden dat hulp bieden ‘normaal’ was, omdat ‘normaal’ niet de rust in het dorp was of hun eigen veiligheid, maar de navolging van Christus.
ANDERS-ZIJN
Hauerwas’ accent op het anderszijn van de kerk is nogal eens verkeerd begrepen, als een vorm van ‘terugtrekken uit de wereld’. Maar zoals Le-Chambon-sur- Lignon illustreert, is dit het tegendeel van wat Hauerwas voor ogen staat. Juist omdat de kerk geen landsgrenzen hoeft te verdedigen, kan zij haar deuren openen voor dak-, thuis- en staatloze mensen. Juist omdat zij zich één weet met de kerk van alle plaatsen, kan zij voortvluchtige christenen uit Syrië verwelkomen als ‘huisgenoten van God’ (Ef.2:19).
Deze gastvrijheid was de protestantse gemeente van Le-Chambon- sur-Lignon niet komen aanwaaien. Zij had zich, zoals elke gemeente, moeten oefenen in de navolging van Christus.
OEFENING
In Hauerwas’ theologie speelt dit ‘oefenen’ dan ook een belangrijke rol. Een kerkdienst is een godsdienstoefening, omdat Woord en sacrament ons willen bekeren van onze ‘wereldse’ gewoonten, zelfbeelden en prioriteiten. Ze willen ons leren wie God is en, in het licht daarvan, wie wij zijn en waaruit onze roeping als christenen bestaat.
Ook gastvrijheid wordt in de zondagse samenkomst geoefend. Dat begint al bij binnenkomst. Bestaat er een gemeenschap met een grotere diversiteit qua leeftijd en opleidingsniveau dan de kerk? We schuiven in de bank bij mensen die we misschien nauwelijks kennen, bij mensen die we niet snel tot onze vriendenkring zouden rekenen.
WEDERKERIGHEID
Het geheim van deze gastvrijheid, meent Hauerwas, is dat zij wederkerig is. Gastvrijheid naar christelijk model is niet de gastvrijheid van een hoteleigenaar, maar die van vrienden. Wie gastvrij is voor wie Christus op zijn of haar weg plaatst, ontvangt vrienden die het leven verrijken – vooral als hun anders-zijn vragen oproept die wij onszelf nooit gesteld zouden hebben.
Nergens ziet Hauerwas dit beter belichaamd dan in een ander Frans dorpje, Trosly-Breuil, waar sinds 1964 L’Arche is gevestigd: een woongemeenschap van mensen met en zonder verstandelijke beperkingen. Wat L’Arche volgens Hauerwas bijzonder maakt, is haar alternatief voor de gangbare praktijk dat gehandicapten naar de marges van de samenleving worden verdrongen. L’Arche is een ‘contrastgemeenschap’ in de zin dat het een andere manier van samenleven illustreert en daarmee de ‘normale’ gang van zaken ter discussie stelt.
WELKOM
Al schrijft Hauerwas niet of nauwelijks over vluchtelingen, een antwoord op de vraag van de redactie is na het voorafgaande niet moeilijk meer. De kerk moet vooral de staat niet na-apen in het ‘oplossen van een probleem’. Politieke termen als ‘het vluchtelingenvraagstuk’ moet ze vermijden. De roeping van de kerk is veeleer dat te doen wat de staat niet kan: dicht bij mensen zijn die politiek gesproken tussen wal en schip terechtgekomen zijn. Zorg is belangrijk, maar tijd, aandacht en liefde zijn dat nog meer.
Een kerk die vluchtelingen in haar midden welkom heet, begint te lijken op Le-Chambon-sur-Lignon en Trosly-Breuil. Ze wordt een ‘contrastgemeenschap’, die als zodanig opvalt, vragen oproept en getuigenis geeft. Waarom vinden christenen het belangrijk om tijd te spenderen met mensen op een tijdelijke asiellocatie? Wat is het geheim van deze liefde?
ERBIJ ZIJN
Twee leerlingen van Hauerwas werken dit nog nader uit. In Christianity and Contemporary Politics (2010) wijdt Luke Bretherton een hoofdstuk aan asielzoekers. Zijn stelling luidt dat de staat geneigd is tot een ‘economie van het tekort’, maar dat de kerk weet heeft van een ‘economie van genade’. Daarom kan de kerk vluchtelingen als vrienden verwelkomen, zonder de pretentie te koesteren het leed van de hele wereld op haar schouders te kunnen nemen. Ook Samuel Wells beklemtoont dat het voor christenen belangrijker is hun leven open te stellen voor vluchtelingen dan visies, strategieën en programma's te ontwikkelen. De grote verleiding van de moderne tijd, meent hij, is ‘regelen’ of ‘oplossen’ (to fix things). Maar wat als de problemen ons boven het hoofd groeien? Heeft de kerk een woord voor de wereld als ons probleemoplossend vermogen tegen zijn grenzen aanloopt? Niet doen of denken, maar zijn is dan het voornaamste werkwoord voor een christen. Wells' recente A Nazareth Manifesto (2015) is één lang pleidooi voor ‘erbij zijn’ – ook bij vluchtelingen die collectief misschien een politiek probleem zijn, maar individueel gesproken mensen van vlees en bloed die onze levensweg kruisen.
DE VRAAG
De vraag is daarom niet wat wij van vluchtelingen vinden, maar hoe wij vluchtelingen vinden, of beter, waar zij ons vinden. Wie drinkt er met hen koffie, maakt hen wegwijs in een vreemde stad of speelt een potje tafeltennis met hen? Wie wil een vriend van vluchtelingen zijn, zoals Jezus een vriend was van mensen die in Zijn dagen tot het uitschot van de samenleving behoorden?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 februari 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 februari 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's