De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GLOBAAL BEKEKEN

4 minuten leestijd

De historicus prof.dr. G. Harinck schreef in Wapenveld (tijdschrift van de RRQR) over ‘twee zwarte bladzijden’ in de Nederlandse kerkgeschiedenis van de 20e eeuw. De eerste betreft de bejegening van prof. C. Veenhof. Hier volgt de tweede, bij de oudere generatie (goeddeels) bekend, maar bij de jongeren wellicht minder.

Een andere zwarte bladzijde uit mijn eigen traditie is de Vrijmaking. Die heet vooral buiten vrijgemaakte kring zwart, om twee redenen: het was op zijn best een conflict over een theologische komma en op zijn slechts een ordinaire professorenruzie. Nu de theologie niet zo'n rol meer speelt op het kerkelijk terrein is deze reden uit het publieke discours verdwenen.

Daar staat tegenover dat een andere reden sterker op de voorgrond is gekomen, namelijk dat de scheuring plaatsvond in oorlogstijd. Om het laatste nog navranter te maken: een week voor de Vrijmakingsvergadering te Den Haag van 11 augustus 1944 ? het startschot voor de kerkscheuring ? zijn op de Prinsengracht in Amsterdam Anne Frank en de andere onderduikers van het Achterhuis opgepakt. En op 2 september, als K. Schilder in het Concertgebouw spreekt over de kerkscheuring, worden in Westerbork Anne Franks naam en die van de andere onderduikers uit het Achterhuis afgelezen om de volgende ochtend met de laatste trein te reizen die vandaar naar Auschwitz rijdt. Enkele weken later was het Dolle Dinsdag en daarna volgde de hongerwinter.

Het is voor het algemene publiek anno nu moeilijk te begrijpen dat Nederlanders opgeslokt worden door een kerkelijk conflict, maar dat zo'n conflict uitgevochten werd terwijl de joden werden weggevoerd, het land op de rand van de anarchie stond en de voedselschaarste dramatisch werd, is onvoorstelbaar geworden.

***

Onder redactie van de historici John Exalto en Gert van Klinken verscheen een boeiende bundel De protestantse onderwijzer. De geschiedenis van een dienstbaar beroep (1800-1920). Jacques Dane brengt onderwijsdeskundige Jan Geluk in beeld. Deze was afkomstig uit Tholen en was jarenlang hoofd van de openbare school in Dinteloord. De onderwijzer Geluk was daar ook voorlezer en voorzanger in de hervormde gemeente, een functie die wettelijk gezien strijdig was met zijn functie bij het openbaar onderwijs. Van orthodoxie moest hij niet veel hebben:

Geluk was geen voorstander van absoluut neutraal onderwijs. In het godsdienstonderwijs onderscheidde hij twee richtingen, de orthodoxe en de ethische. De orthodoxe richting keurde Geluk af, omdat het godsdienstonderwijs hier niet meer zou zijn dan het inprenten van ‘zinlooze woorden en formules’ in het geheugen van de kinderen. Het was ook ongewenst leerlingen met dwang en vrees godsdienst bij te brengen of ze bezig te houden ‘met diepzinnige redeneeringen en onderzoekingen’; immers, het kinderlijk verstand kan dit niet bevatten. Deze vorm van onderwijs is juist de basis ‘tot den afkeer van den godsdienst, waarmede menig volwassene vervuld is’, aldus Geluk.

Bij de ethische richting gaat het om de ‘zedelijke roeping’ van het godsdienstonderwijs: ‘Voor den aanhanger der ethische richting is het gewichtigste motief het christendom aan te nemen, niet zozeer de voortreffelijke moraal er van, die zelfs zijne tegenstanders als zoodanig erkent, maar wel de overtuiging, dat het vooral een godsdienst der zedelijkheid is, een godsdienst die ons leert willen, handelen, leven.’ Geluk illustreerde dit laatste onder andere aan de hand van de zedenleer van Jezus. In de Bijbel laat Jezus zien dat ‘zedelijk willen’ geen harde eis is, maar iets ‘dat met innig welgevallen, met inwendige goedkeuring, volbracht wordt’. De gelijkenissen – de korte verhalen in de Bijbel waarin Jezus aantoont hoe de mens in de praktijk zedelijk kan handelen – zijn wat dit betreft de beste handreikingen voor de onderwijzer: ‘Daarin worden de betrekkingen, waarin de menschen met elkander komen, zoo eenvoudig mogelijk, zonder de ingewikkeldheid, die het leven soms vertoont, voorgesteld.’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 februari 2016

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 februari 2016

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's