KERK EN SCHOOL
Christelijk onderwijs [4, slot]
Het is goed dat de kerk bewust is van het feit dat ze de school bij de vervulling van haar roeping, niet aan haar lot overlaat.
Ds. G. van Goch is predikant van de hervormde gemeente te Scherpenzeel.
In 1917 werd, na een strijd van meer dan honderd jaar, de financiële gelijkstelling tussen het openbaar en bijzonder onderwijs in de Grondwet vastgelegd. Bijzondere scholen in Nederland kregen daardoor in gelijke mate als het openbaar onderwijs, overheidssubsidie. Een unieke situatie vergeleken met andere landen in de wereld. Veel christenen uit andere landen zijn ‘jaloers’ op ons onderwijsstelsel. We moeten ons de vraag stellen of wij dit voorrecht voldoende waarderen. Hoe vaak staat bijvoorbeeld het onderwerp ‘school’ op de agenda van de kerkenraad?
INITIATIEF
Dat was vroeger anders. We weten dat na het aannemen van de Onderwijswet in 1917 veel christelijke scholen werden opgericht, niet zelden op initiatief van de kerkenraad. Op menig kerkenraadsagenda stond het onderwerp ‘school’ letterlijk en figuurlijk hoog op de agenda. Er was een warme betrokkenheid tussen kerk en school. In Emst, de plaats waar ik zelf christelijk onderwijs genoot, werd op 15 november 1926 na afloop van een kerkelijke (!) vergadering, een voorlopig bestuur geformeerd voor het oprichten van een ‘Vereniging voor de stichting en de instandhouding van een School met de Bijbel’. Met andere woorden: de kerk was erg betrokken bij het onderwijs. De betrokkenheid tussen kerk en school bleef niet beperkt tot de oprichting van een schoolvereniging; het gebeurde vaak dat kerkenraadsleden als bestuursleden van scholen werden aangesteld. De afgelopen decennia is deze band langzaam losgelaten. De meeste kerkenraden in ons land hebben geen officiële afgevaardigden meer in een schoolbestuur. Het is daarom niet verwonderlijk dat de verbondenheid tussen kerk en school minder is geworden. Of soms helemaal niet meer wordt ervaren.
HOGE ROEPING
Is de betrokkenheid daarmee overbodig geworden? Is dat iets van vroeger en moeten schoolbesturen tegenwoordig vooral onafhankelijk zijn? Ik vind van niet.
Alleen al het feit dat in – en buiten – de Tweede Kamer wordt gepleit voor de afschaffing van bijzonder onderwijs zou de kerk meer en beter bewust moeten maken van haar betrokkenheid op het christelijk onderwijs. Ik pleit ervoor dat kerkenraden iedere gelegenheid moeten aangrijpen om de betrokkenheid tussen kerk en school te herstellen of te intensiveren.
Het christelijk onderwijs heeft vanuit haar identiteit – die is gebaseerd op Gods Woord – een hoge roeping; vooral ook een geestelijke roeping: dat kinderen en jongeren God leren liefhebben en hun naaste als zichzelf. Daarop mag een schoolbestuur én het onderwijzend personeel worden aangesproken.
Bij het uitvoeren van deze verantwoordelijke taak is het van belang dat bestuur en personeel zich gesteund weten door de kerk. Ook de kerk heeft deze roeping en dat is in mijn ogen de basis voor de betrokkenheid tussen kerk en school. Juist waar de wereld grossiert in seculier denken, hebben kerk en school elkaar meer en meer nodig. Iedereen heeft de opdracht te zoeken naar wegen om gestalte te geven aan de kern van het Evangelie. Kerk en school kunnen elkaar – bij de doordenking van deze opdracht – helpen en opscherpen.
BEWUSTWORDING
Voor de school is het belangrijk dat ze zich gesteund weet door de kerk. Ook al lijkt dit vanzelfsprekend, het is bekend dat het directeuren soms moeite kost om in contact te komen met kerken. Ik las ergens de klacht van een schooldirecteur in het noorden van het land ‘dat de kerk wel eens met de rug naar de samenleving staat’. Kerkenraden zullen zich daarom bewust moeten zijn van hun verantwoordelijkheid en zich moeten inzetten voor een goede relatie tussen kerk en school. Om te beginnen door het onderwerp school of christelijk onderwijs op de agenda te zetten. Het gaat daarbij natuurlijk niet alleen om het basisonderwijs maar ook het voortgezet en hoger onderwijs, al zal het directe contact met deze scholen moeilijker zijn omdat in veel dorpen alleen een school voor basisonderwijs is.
MOGELIJKHEDEN
De relatie tussen kerk en school kan plaatselijk sterk verschillen. Kent de ene plaats vanaf de oprichting van de christelijke school nog steeds een sterke verbondenheid, elders moet deze opnieuw worden opgebouwd. Een goed en geregeld contact met directie en personeel is daarbij belangrijk. Met elkaar kan worden gesproken welke aandachtspunten men samen deelt en hoe men elkaar hierin kan aanvullen.
Een eenvoudige mogelijkheid tot samenwerking is om het psalmversje, dat op school is geleerd, op de eerstvolgende zondag in de kerk te laten zingen. Dit kan natuurlijk ook een geestelijk lied zijn als daar ruimte voor is in de kerkelijke gemeente.
Verder wordt het door personeel, kinderen en ouders als bijzonder ervaren wanneer er samen met de school, een eredienst rond een bepaald thema wordt georganiseerd. Ook zijn er kerkelijke gemeenten die aan het begin van een nieuw schooljaar of met biden dankdagen onder schooltijd, een dienst hebben met kinderen en personeel.
Een andere vorm van het tonen van betrokkenheid vanuit de kerkelijke gemeente is het meeleven met het onderwijzend personeel en het regelmatig doen van voorbede. Ook is het goed om ouders van schoolgaande kinderen door middel van huisbezoeken te stimuleren hun verantwoordelijkheid te nemen door zitting te nemen in de medezeggenschapsraad of ouderraad. Dit zijn cruciale raden om de school te helpen haar roeping te doordenken en gestalte te geven. Dit geldt in het bijzonder ook voor het voortgezet en hoger onderwijs.
DIENEN
Wanneer we in dit artikel het belang van een goede relatie onderstrepen tussen kerk en school, moet de kerkenraad zich steeds bewust zijn van zijn taak om te dienen. Gehoorzaam aan zijn roeping om God lief te hebben, zal liefde voor het geestelijk welzijn van kinderen en jongeren de drijfveer moeten zijn om zich betrokken te weten op school.
BEZINNING
Voordat een kerkenraad besluit om contact te zoeken met het christelijk onderwijs, zal hij eerst helder moeten hebben waarom hij dit doet. Hij zal zich op dit onderwerp moeten bezinnen. Hoe ziet hij de relatie tussen kerk, school, gezin en maatschappij?
Omdat zowel binnen de kerk als op school wordt gezocht naar het geestelijk welzijn van kinderen, tieners en jongeren zal dit het onderwerp van gesprek moeten zijn. Daarbij is het van belang dat de kerkenraad duidelijk voor ogen heeft wat zijn visie en beleid in dezen is binnen de eigen kerkelijke gemeenschap. Men kan wel zeggen dat de kerkelijke gemeente een gemeenschap is van liefde die leeft vanuit de Bron van liefde, Jezus Christus, maar wanneer men geen duidelijk beleid heeft om hieraan gestalte te geven, wordt het op voorhand een lastig onderwerp van gesprek. De kerkenraad moet helder hebben waar hij zelf staat en waarom hij er belang aan hecht contact te hebben met het christelijk onderwijs.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 maart 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 maart 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's