LUYENDIJK EN CALVIJN
Ds. G. van Meijeren is hoofd mobiliteitsbureau Predikanten & Kerkelijk Werkers van de Protestantse Kerk.
Het kan nauwelijks iemand meer ontgaan zijn: journalist Joris Luyendijk schreef vorig jaar een boek Dit kan niet waar zijn over de mores van bankiers in de Londense City, het financiële hart zou je kunnen zeggen, van de westerse kapitalistische wereld. In februari voerde hij het woord in de Amersfoortse Bergkerk, waar ieder jaar iemand wordt uitgenodigd om een ‘Bergrede’ te houden. De strekking van Luyendijks ‘Bergrede’ werd inzichtelijk gemaakt in Drieluik, het kerkblad van de protestantse gemeente in Amersfoort.
DRIELUIK
In zijn hedendaagse Bergrede laat Luyendijk een middeleeuwse monnik door de City lopen. Ze staan er nog wel, de eeuwenoude godshuizen met hun torens als parmantige vingers, zo signaleert hij, maar het zijn machteloze dwergen geworden naast de enorme financiële reuzen die overal verrijzen. En van de zeven spreekwoordelijke hoofdzonden lijkt alleen luiheid niet van toepassing. Onmatigheid en hebzucht alom. Het simpele, aloude devies van de eerste Bergredenaar – wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet – is weggedefinieerd door de huidige technocratische en neoliberale orde, stelt Luyendijk. Zelf spreken deze technocraten en neoliberalen van amoraliteit: Zolang iets niet wettelijk is verboden, is het toegestaan. En dus wordt V&D legaal leeggehaald door een investeringsmaatschappij. Denk niet dat alleen bankiers amoreel zijn gaan denken over hun gedrag. De dictatuur van ‘targets’ is binnen door eindeloze schaalvergroting zodanig gezwollen organisaties, dat niemand meer echte verantwoordelijkheid draagt of kan dragen; het neoliberale denken is diep in onze samenleving doorgedrongen, zowel in het beursgenoteerde bedrijfsleven als de non-profit sector en de overheid. ‘En dat werkt gewoon niet. Vakmanschap gaat ten onder, saamhorigheid verdampt evenals het langetermijnperspectief.’ En dus stelt Luyendijk zich de buitengewoon actuele vraag: ‘Hoe krijgen we de moraal terug?’
TROUW
In dagblad Trouw stond een samenvatting van Luyendijks ‘Bergrede’. Over welke werkelijkheid heeft Luyendijk het? Hij laat een ex-bankier aan het woord:
’Waarom ik ben gestopt? Ik was als dokter Faust, verkocht mijn ziel voor aardse rijkdommen. In ruil daarvoor eiste de duivel mijn morele failliet. Heel lang kon ik daarmee leven. Tot ik me voorstelde hoe mijn zoon of dochter me zou vragen: papa, wat doe jij voor werk? Wat moest ik dan zeggen? ‘Nou lieverd, papa belazert andere mensen.’
Dit komt van een man, midden 30, die ruim tien jaar bij een prestigieuze bank in Londen had gewerkt. Hij bouwde en verkocht financiële producten die hij zó complex maakte dat de kopers ervan niet begrepen dat ze ze niet begrepen. De ‘structurer’ (zo heet een bankier die zulk werk doet) verdiende per jaar zo'n miljoen euro. Hij had het zoveel mogelijk gespaard en nooit dure auto's gekocht of zo. Nu hoefde hij nooit meer te werken. Het stoïcisme trok hem zeer aan. ‘Hoeveel spullen je ook hebt, je zult er altijd aan wennen en meer willen. Dus is het veel slimmer je voor te stellen dat je minder hebt. Vanmorgen bedacht ik me onder de douche hoe mijn leven eruit zou zien zonder stromend water. Dat is de realiteit voor vijf miljard mensen op aarde. Ik genoot opeens intens van mijn douche, vervuld van dankbaarheid.’
Joris Luyendijk benadrukt dat mensen die zo handelen beslist niet immoreel zijn (zoals wetsovertreders). Hij noemt ze amoreel.
‘Deze amoraliteit is de sleutel voor begrip van onze tijd. Als je amoreel bent, kun je makkelijk ‘neutraal’ blijven en de andere kant op kijken wanneer collega's ? binnen de wet ? dingen doen waarvan ze absoluut niet zouden willen dat anderen die met hen deden. Bovendien: als zij het niet doen, doet de concurrent het en gaan we uiteindelijk failliet. ABN AMRO mag volgens de regels de salarissen van de top verhogen. Tja, dat doen ze dan. Dan ontploft de samenleving, die vindt het immoreel. Vervolgens ‘betreurt’ de president van ABN AMRO ‘de commotie’. Ofwel: hij heeft geen moreel oordeel over het eigen handelen, maar betreurt slechts de reputatieschade. Dat is amoraliteit in volle glorie, en daarom zijn mensen zich in zulke organisaties van geen kwaad bewust.
Volgens Luyendijk kunnen we niet zonder moraal, hoewel dat in Nederland een beladen gedachte is.
‘Het elfde gebod in Nederland luidt: ‘Gij zult niet moraliseren’. Maar zonder moraal gaat het volgens mij niet, niet op de lange termijn. Moraliseren is een doorlopende conversatie over welke geboden wij als leidraad nemen. Daarom is de Bergrede juist actueler dan ooit. Want de neoliberale, amorele grondslag voor onze economie en samenleving werkt gewoon niet.’
CHRISTELIJK WEEKBLAD
In het Christelijk Weekblad wordt dr. R.L. Haan aan het woord gelaten. Dr. Haan heeft zijn sporen verdiend als econoom en theoloog en hij publiceerde onlangs een boek Vergeten vragen waarin hij nagaat hoe de opvattingen van Calvijn relevant zijn voor de economie. Hij schrijft dat Calvijn altijd verder kijkt dan de woorden. Het gaat erom een zaak zelf goed te bezien.
Begrippen als vrije markt, kapitalisme of socialisme zijn woorden. Calvijn verwijst naar het leven zelf, naar de concrete omstandigheden, naar wat mensen van vlees en bloed werkelijk overkomt. De ontleding van de economische techniek moet betrekking hebben op de werkelijke gevolgen die zij voor de betrokkenen heeft. Daarmee zijn belangen gemoeid van zowel contractpartijen als van derden. Nooit volstaat een vertrouwen in de goede werking van het systeem in het algemeen of in abstracto.
Calvijn is geen econoom in de moderne betekenis van het woord. Het vak bestond nog niet. Maar als hij in deze tijd zou hebben geleefd en kennis zou dragen van de moderne economie, zou dat zijn fundamentele benadering niet veranderd hebben.
Calvijn was net als wij een kind van zijn tijd. Veel van zijn gedachten en voorschriften zijn dan ook tijdgebonden. Maar de manier waarop hij naar de economie kijkt blijft actueel, zegt dr. Haan.
Maar het is de manier waarop Calvijn economische verschijnselen benaderde, die nog steeds alles te zeggen heeft over wat de economie met mensen doet. Zij maakt het mogelijk zich rekenschap te geven van de concrete gevolgen van het economisch gedrag van het individu in de samenleving, van de economische techniek en van de rol van de staat in de economische orde.
De neiging is groot systemen te ontwerpen van algemene en consistente ethische voorschriften, maar dat is niet de bron van het geweten. Het gebod kan alleen komen van God Zelf. Dat is het hart van de Reformatie. ‘Zij plaatst ons dáár waar we ons moeten toewijden aan God, met ons geweten, onze instituties en onze wil. Iets anders kunnen we bij Calvijn niet verwachten, ook niet in zijn ethiek’.
Hoewel Calvijn herhaaldelijk de kwalijkheid van veel handelspraktijken bekritiseerde, onderschatte hij niet langer, zoals veel van de theologen in zijn tijd nog deden, de legitimiteit van de handel en het geldwezen zelf.
Het is interessant te zien dat Calvijn zich daarbij niet meer, zoals zijn middeleeuwse collega's, druk maakte over de ‘rechtvaardige prijs’. De juiste maat zit voor hem niet, zoals de Calvijnkenner André Biéler opmerkt, ‘in enige uitwendige regel of norm die van buitenaf wordt opgelegd of die van de algemene moraal wordt afgeleid, maar zij vloeit voort uit de relaties van liefde die de levende Christus legt tussen mensen.’ Dit is het verschil tussen externe - technische, politieke, morele - en innerlijk-geestelijke motivering.
Het commentaar van Biéler kan niet actueler zijn dan vandaag: ‘wanneer de handelspraktijk door een bodem zakt van eerlijkheid en vertrouwen, zal zij spoedig verlamd raken, en alle externe maatregelen van controle en rechtsdwang zullen niet bij machte zijn haar te herstellen.’
Met andere woorden: rechtvaardigheid en eerlijke handel laten zich niet door regels afdwingen. Mensen zullen zich daar altijd weer aan onttrekken. Calvijn benadrukt het belang van relaties van liefde tussen de mensen die Christus tot stand brengt. Dat is dus op het niveau van het hart. Overigens is ‘liefde’ in de Bijbel een ‘daadwoord’. Liefde komt tot uiting in onze daden. In het leven van alledag. Het is de vervulling van de wet.
Dr. Haan besluit zijn bijdrage met de vraag of er in onze tijd net zo'n sterk appèl op mensen kan worden gedaan als Calvijn dat deed. Hij schreef en preekte toen voor kerkmensen en daar waren er veel van. Veel meer dan nu. Toen ik dat las, dacht ik: misschien heeft Calvijn vandaag wel een bondgenoot in Joris Luyendijk. Hij laat zien hoe eerlijkheid en vertrouwen op de tocht staan en wat de impact daarvan is op ons samenleven. Met zijn diagnose en appèl bereikt hij zeer velen. De vraag is of wij de inzichten van Luyendijk en Calvijn letterlijk ter harte nemen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 maart 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 maart 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's