GEEN TEGENSPRAAK
In de Bijbel lijken sommige teksten elkaar tegen te spreken. Bijvoorbeeld Romeinen 9:32 en Galaten 3:12. Is dat ook zo? Hoe moeten we dit zien?
Ds. C. Boele is predikant van de hervormde gemeente te Oud- Beijerland.,/i>Ds. C. Boele is predikant van de hervormde gemeente te Oud- Beijerland.
In beide teksten schrijft Paulus inderdaad over de wet en het geloof. Daarbij is het belangrijk dat we goed lezen en ook op het verband letten waarin Paulus hierover schrijft. Laten we beide teksten eens wat nader bekijken. Om daarna te zien of ze elkaar tegenspreken.
GERECHTIGHEID
Allereerst Romeinen 9. Dit hoofdstuk staat aan het begin van een gedeelte (de hoofdstukken 9-11) waarin Paulus nader ingaat op de positie van het volk Israël. Hij schrijft aan het begin van hoofdstuk 9 dat hij bedroefd is over het ongeloof van zijn eigen volksgenoten, maar dat Gods heilsbeloften aan Israël onherroepelijk zijn en dat hij ook voor zijn eigen volk hoopvol gestemd is.
In de verzen 30-33 gaat hij dan nader in op de vraag hoe het nu komt dat de heidenen (bedoeld worden de niet-Joden), die de wet van God niet kenden en die geen gerechtigheid hebben nagejaagd, gerechtigheid verkregen hebben? (vs. 30) Hoe kwamen ze aan die gerechtigheid, die hen in een rechte, juiste verhouding tot God bracht? Hoe is dat mogelijk? Dat was omdat die gerechtigheid een gerechtigheid was die uit het geloof (in de Heere Jezus Christus) is. Hij heeft in hun plaats de wet van God van
A tot Z volbracht en door het geloof in Hem ontvingen ze Zijn gerechtigheid, die hen rechtvaardig maakte voor God.
Het leven naar Gods geboden is juist heel zegenrijk
ONTDEKKING
Wat ging er bij het (grootste deel van het) volk Israël dan mis? In tegenstelling tot de heidenen kenden zij de wet van God, jaagden de gerechtigheid na, maar kwamen niet in die juiste verhouding tot God. Waarom niet? Nu schrijft Paulus: ‘Omdat zij [die] niet uit geloof [zochten], maar als uit werken van de wet.’ En wat wordt bedoeld met die (tussenhaken geplaatst omdat het niet in de grondtekst staat en het voor een goed lopende zin toegevoegd is)? Dat is de wet van de gerechtigheid, dat wil zeggen: die tot de gerechtigheid leidt. Dat staat er nadrukkelijk bij. Niet de wet, die het volk via Mozes van God had ontvangen en waar men nauwgezet naar probeerde te leven, was verkeerd. Integendeel: het leven naar Gods geboden is juist heel zegenrijk. Deze zal en kan Israël (en ook ons) echter niet rechtvaardig maken voor God omdat wij deze niet geheel kunnen houden. Terwijl dit wel gevraagd wordt. En deze ontdekking zal ons moeten brengen bij Christus, die de wet volledig heeft nageleefd en volbracht. En daar ging het bij Israël mis. In plaats van geloof in de Heere Jezus Christus, gingen ze aan Hem voorbij door te proberen door middel van ‘werken’, door eigengerechtigheid rechtvaardig te worden voor God. Zo hebben zij in plaats van de Heere Jezus Christus aan te grijpen en te erkennen, Hem verworpen (vs. 33).
LEVEN UIT GELOOF
Nu Galaten 3:12. ‘Maar [voor] de wet is [het] niet: uit geloof, maar: De mens die deze dingen doet, zal daardoor leven.’ Ook daar schrijft Paulus over hetzelfde thema: de (werken) van de wet, de gerechtigheid en het geloof. De context is dat er in de nabijheid van de gemeenten van Galatië Joden zijn die door de werken van de wet (zonder geloof in de Heere Jezus Christus) rechtvaardig willen worden. Daarnaast zijn er in de gemeenten mensen actief, die de heiden-christenen willen dwingen op een wettische Joodse manier te leven (onder andere de besnijdenis). Voor dit denken waarschuwt Paulus ernstig. Wie door de werken van de wet, zonder geloof in de Heere Jezus Christus rechtvaardig voor God wil worden, dus wil leven, zal deze wet zelf dan ook in zijn geheel moeten volbrengen. En wie is daartoe in staat? Niemand, zo schrijft Paulus. En het gevolg is dan ook dat je onder de vloek bent (vs. 10). Uit het hiervoor geschrevene blijkt dat beide teksten elkaar dus niet tegenspreken, maar dat beide teksten, elk met een eigen invalshoek en achtergrond, hetzelfde verwoorden: de rechtvaardige zal uit het geloof leven.
C. BOELE
‘Waarom [niet]? Omdat zij [die] niet uit geloof [zochten], maar als uit werken van de wet.’
Romeinen 9:32
‘Maar voor de wet is het niet: uit geloof, maar: De mens die deze dingen doet, zal daardoor leven.’
Galaten 3:12
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 maart 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 maart 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's