BOEKBESPREKINGEN
W.B. Kranendonk Ook dat was Rotterdam. Uitg. de Banier, Apeldoorn; 246 blz.; € 24,50.
Een bijzonder mooi uitgevoerd lees- en kijkboek, dat is Ook dat was Rotterdam. Het leven van bevindelijk gereformeerden (1945-1970). Bij en na het maken van een bijlage van het Reformatorisch Dagblad over de historie van het kerkelijk leven in de Maasstad ontdekte de hoofdredacteur, Wim Kranendonk, hoezeer Rotterdam verbonden is met (velen uit) de gereformeerde gezindte. Van het toen verzamelde materiaal bleek veel bruikbaar voor de nu verschenen kroniek, die de periode tussen de wederopbouw na de oorlog en de terugloop (de auteur spreekt zelfs over leegloop) van de stad en de kerken onder de loep neemt. Het was de tijd van ‘soberheid, eenvoud en een zekere knusheid’. De auteur kiest ervoor ‘impressies van een voorbije tijd’ aan te reiken, verdeeld over 33 hoofdstukjes. Die vallen onder de thema's ‘Herstel’, ‘Godsdienstig leven’, ‘Dagelijks leven’, ‘Buiten de deur’, ‘Zorgen’ en ‘Naar een andere tijd’.
Velen die vroeger of vandaag iets met Rotterdam hadden of hebben, zullen dit boek met genoegen doornemen, denkend aan de tijd dat het leven overzichtelijker was, godsdienstiger, harmonieuzer. Wat zijn de vragen voor kerkenraden en ouders niet enorm toegenomen. Deze spiegel in vijftig jaar oud kerkelijk leven stelt ons voor de vraag hoe wij vandaag op vruchtbare wijze toepassen wat ambtsdragers, vaders en moeders toen dreef, namelijk onszelf en anderen onbesmet bewaren in deze wereld.
Het is jammer dat Kranendonk ervoor koos de focus erg binnenkerkelijk te houden. Meer dan in een discussie of een preek op de bandrecorder opgenomen mag worden, of de dominee op zondag zijn auto gebruiken mag, op welke adressen de studenten van de Theologische School van de Gereformeerde Gemeenten overnachtten en een overzicht van welke kerkgangers elkaar op zondag groetten, ben ik benieuwd naar hoe de grote thema's van de jaren vijftig en zestig de orthodoxprotestanten raakten, zoals opkomende mondigheid, bezinning op gezinsvorming, vragen over het Schriftgezag enz. Het heeft ongetwijfeld te maken met de beperktheid aan bronnen, omdat de focus gelegd werd op landelijke kerkbladen en het kerkblad van de Gereformeerde Gemeenten van Rotterdam. Dat maakt – een voorbeeld – dat bij de toespraak van Billy Graham in het stadion van Feyenoord we naast enkele sprekende foto's slechts het commentaar van ds. J. van der Haar uit het Gereformeerd Weekblad lezen (dat ieder via digibron.nl kan vinden). Waarom niets over wat dit bezoek in de Rotterdamse kerkelijke gemeenten en gezinnen teweeg bracht? De keuze voor één plaatselijk kerkblad maakt dat de orthodox-protestanten niet allen in beeld komen. Veel aandacht voor ds. A. Vergunst (prima natuurlijk…) en de christelijke gereformeerde ds. W.F. Laman, terwijl de naam van ds. C.A. Korevaar (in 1949 aan Rotterdam verbonden) geheel ontbreekt. Heeft de auteur de kerkbodeberichten van ds. W.L. Tukker of ds. N. Kleermaker ook onder ogen gehad? Weinig aandacht is er eveneens voor de oud gereformeerde gemeente in Nederland en de andere christelijke gereformeerde kerken dan die in Rotterdam- West.
Een fraai cadeauboek als Ook dat was Rotterdam beoogt te zijn, verdiende iets meer aandacht bij de totstandkoming, vooral creatiever taalgebruik. Neem pagina 133: ‘In het huwelijksgesprek dat de predikant of kerkenraad met het bruidspaar voerde, kwam de kleding ook altijd aan de orde. Die moest eerbaar zijn, zo werd altijd gezegd.’ Is dit boek te snel geschreven? Mijn vragen verhinderen gelukkig niet dat voor Rotterdammers een mooi uitgegeven boek beschikbaar is.
P.J. VERGUNST
Remieg Aerts e.a. (red.) In dit huis. Twee eeuwen Tweede Kamer. Uitg. Boom, Amsterdam; 519 blz.; € 34,90.
Op 16 oktober was het precies twee honderd jaar geleden dat de eerste vergadering werd gehouden van de Tweede Kamer. Ter gelegenheid hiervan is een jubileumbundel samengesteld, waarin allerlei aspecten van ons parlement voor het voetlicht komen. Anouchka van Miltenburg, tot voor kort voorzitter van de Tweede Kamer, zegt in een voorwoord dat dit boek het verhaal ‘vertelt en verankert’ van ‘de mooiste plek in Nederland – zelfs op oer-Hollandse grijze dagen’.
Geen aspect blijft onbenoemd. Het eerste deel draagt de titel ‘Aspecten’, waarvan ik noem: ‘de huisvesting in historisch perspectief’, ‘de samenstelling van de Tweede Kamer’, ‘de parlementaire kerntaken sinds 1814’ en ‘twee eeuwen journalistiek rond de Tweede Kamer’. ‘De welsprekendheid van de Tweede Kamer’ springt een beetje boven de zakelijkheid van andere hoofdstukken uit. Het tweede deel schetst de ‘ontwikkelingen’. Ik noem: de plaats van de Tweede Kamer binnen de constitutionele monarchie, ‘van Herensociëteit tot centrum van de macht‘, ‘de uitbreiding van het kiesrecht en de komst van politieke partijen’, ‘professionalisering van het democratisch proces’ en ‘de Tweede Kamer op het breukvlak van de een en twintigste eeuw’.
In een slotbeschouwing geeft Remieg Aerts een boeiend overzicht onder de titel ‘Twee honderd jaar beeld en zelfbeeld van de Tweede Kamer’. Direct aan het begin zegt hij: 'Allerlei onbeschoftheden zijn als de parlementaire toon gaan gelden en harde woorden vervangen goede argumenten.’ Om eraan toe te voegen: ‘De kritiek kon van de afgelopen week zijn, maar dateert feitelijk van 1872, het hoogtij van de parlementaire herenpolitiek.’
Het boek is fraai uitgegeven, onderbouwd met een groot aantal publicaties en voorzien van foto's, (spot)prenten (met bijbehorende citaten) en speciaal gemarkeerde stukken over markante gebeurtenissen, persoonsbeschrijvingen of in het oog springende thema's. Interessant is het naamregister achterin het boek. Wie kregen wel en wie niet een plaats? De selectie is afhankelijk van de auteurs. Aan het begin zou men W. Aantjes vermoeden. Maar die ontbreekt. Wel H.G. Abma. Teleurstellend is dan slechts te lezen dat David van Ooijen (PvdA) graag een borrel met hem dronk, dit om aan te geven hoe tijdens pauzes kamerleden van ‘vrijwel alle partijen normale contacten met elkaar hadden’. Luitenant generaal L.F. Duymaer van Twist (1865-1946), ooit lid van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond en kamerlid voor de ARP, komt enkele keren voor. ‘Bekendheid genoot hij door zijn opvallend welluidende stem en het feit dat hij tussen 1921 en 1939 elk jaar op Prinsjesdag uitriep: ‘Leve de koningin’, een gewoonte die hij in 1945 op tachtigjarige leeftijd voor de laatste keer mocht herhalen. Kom daar tegenwoordig maar eens om.’
Groen van Prinsterer, Thorbecke, Kuyper, Troelstra, De Savornin Lohman en Schaepman beheersen het politieke veld in de negentiende eeuw. Colijn, Drees en Lubbers springen er in de twintigste eeuw uit, hoewel ook M.W. Schakel, en Geert Wilders voor de meer recente geschiedenis. Al met al een fraai boek over onze parlementaire geschiedenis.
J. VAN DER GRAAF, HUIZEN
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 maart 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 maart 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's