DEEL VAN DE GEMEENTE
Het gaat allereerst om Gods Koninkrijk en niet om een kerk
Uiteraard gaat het bij het doen van belijdenis in de eerste plaats om te zeggen Wie God voor je is. Ook dit jaar zijn er jongeren en ouderen die dat geloof beamen. Het ja-zeggen tegen God betekent ook deel uitmaken van de gemeente van God. Hoe kun je als nieuwe lidmaat je steentje bijdragen?
Ds. F. Maaijen is predikant van de hervormde gemeente van Zwijndrecht.
Om te beginnen zie ik het beeld van het bouwen van een huis. Dat wordt al door Paulus op een prachtige manier uitgewerkt in de eerste brief aan Korinthe. Ik laat dat beeld even op me inwerken. Pas liep ik nog in ons geboortedorp Polsbroek door zo'n nieuw te bouwen wooncomplex. Wat komt er niet veel kijken voor zo'n gebouw er staat en bewoonbaar is. Na en naast de vele voorbereidingen is er ook een veelheid aan mensen en bedrijfjes die bij zo'n bouw worden ingeschakeld. Ik realiseerde me dat het er vroeger anders aan toeging. In onze kinderjaren werd een huis zo ongeveer in zijn geheel gebouwd door één bouwbedrijf, door één aannemer. Er kwam hooguit nog een installatiebedrijf voor gas, water en elektra aan te pas. Nu dragen velen een klein eigen stukje bij aan het hele project.
GAVEN EN TALENTEN
Bijna als vanzelf gaat dit beeld ook op voor de christelijke gemeente. Nog niet zo heel lang geleden was onze kerk een domineeskerk. De predikant was als allrounder de enige die bijna alles deed. Dat is veranderd. Zeker in een wat grotere gemeente is er een veelheid aan commissies, werkgroepen en taakgroepen die allemaal afzonderlijk een eigen taak hebben. Maar ook in kleinere gemeentes zie je dat de taken worden gespreid.
Bij het doordenken van deze dingen en het maken van beleid hebben we ons enigszins laten inspireren door de evangelische beweging. De evangelische beweging verwerkte het bijbelse gegeven van de verscheidenheid van gaven en taken op een sterkere manier dan in onze traditie gebruikelijk is. We zijn zo wijs geweest het dankbaar over te nemen en te integreren.
Opmerkelijk is wel dat we in onze eigen traditie er bouwstenen voor hebben liggen. Ik bedoel concreet: in de Heidelbergse Catechismus en in de vraagstelling bij het doen van belijdenis komen deze noties aan de orde. Antwoord 55 van de catechismus verwoordt dat de gemeenschap der heiligen ook inhoudt dat een ieder zijn gave tot nut zal aanwenden.
Enfin, in 2016 wordt het thema van de gaven en talenten een onderwerp van gesprek op de belijdeniscatechisatie. Met of zonder een ingevulde gaventest is dan de vraag hoe dat concreet is te maken.
HET LICHAAM
Alvorens dit te concretiseren, maak ik toch nog even een pas op de plaats. Graag zou ik eerst met de nieuwe lidmaten kijken naar het lichaam als metafoor van de gemeente. Ik wil met hen het hart voelen kloppen van het Evangelie. Naast het beeld van het bouwen van een huis, waarbij deskundigheid is vereist, is er het beeld van het lichaam, dat gezond is en leeft. Een gelovige is niet geplaatst in een organisatie, hij wordt niet ingewerkt op een bepaalde afdeling van een bedrijf. Een gelovige is ingevoegd in het lichaam van Christus. En heel het lichaam is verbonden met het Hoofd. Ondenkbaar dat het lichaam los van dat Hoofd kan bestaan. Het offer van Christus, de liefde en genade van de Vader, zijn het kloppende hart van het lichaam. Voor alles is nodig dat wij zo aan Hem verbonden zijn en blijven. Houd dat beeld vast. Zorg dat je altijd dat hart hoort en voelt kloppen. Dat hart pompt het bloed het lichaam door. Het bloed transporteert zuurstof en voeding door het hele lichaam. Zuurstof, de adem van de Geest, is nodig om het lichaam goed te laten functioneren. De Heidelbergse Catechismus zegt het even eenvoudig als treffend: van dat lichaam ben ik een levend lidmaat, zo weet de gelovige. Zorg dat je dat altijd blijft weten, zeg ik dan steeds tegen de belijdeniscatechisanten. En wie het beeld van het lichaam in 1 Korinthe 12 verstaat, begrijpt dat niet iedereen dezelfde functie heeft, maar dat we elkaar nodig hebben en aanvullen.
IN DE GEMEENTE
Zoals het voor voorgangers niet goed is als zij hun werk al zuchtend moeten doen, zo geldt dat ook voor gemeenteleden. Een positieve insteek werkt het best. Laten we elkaar motiveren op het punt van dankbaarheid. Om te beginnen voor het Evangelie. Die dankbaarheid mag ook concreet benoemd worden in de opvoeding en op weg naar het moment van het doen van belijdenis. Dat jij nu voor in de kerk je geloof belijdt, heb je ook te danken aan je ouders, de ouderen die voor jou uitgingen op de weg van geloof en bekering. Voor de meesten geldt dat ze geen belijdenis zouden doen wanneer ze dat niet van kinds af aan hadden meegekregen. Dat geeft reden tot dankbaarheid. Die dankbaarheid houdt dan ook in dat we met en naast hen onze plaats in de gemeente willen innemen. Dat betekent natuurlijk niet dat we het in alles met onze ouderen en ouders eens zijn. Dat hoeft niet. Maar de grondtoon en de grondhouding is die van erkenning en respect voor wat ons is meegegeven.
Laten we vertrouwen uitspreken en uitstralen naar de nieuwe lidmaten
Dankbaarheid en vreugde gaan vaak samen op. Het valt mij steeds weer op dat we graag iets doen waar we gaven voor hebben gekregen. Heel concreet betekent dit: Doe wat je ligt en waar je goed in bent. Dat is het meest effectief en geeft voldoening. Wanneer het niet duidelijk is welke gave je hebt ontvangen, kunnen andere gemeenteleden je daarbij helpen. Dit voorkomt eigenwijsheid en hoogmoed en verdient wellicht de voorkeur.
Het is mooi om volwassen te worden en wat een zegen als je de keus van het geloof maakt. Daarbij hoort ook verantwoordelijkheid. Daar kun je op aangesproken worden. Die verantwoordelijkheid neem je ook op je met het jawoord op de derde vraag.
GODS KONINKRIJK
Doe je nou belijdenis voor de kerk? Moet je levenslang lid blijven van de Protestantse Kerk in Nederland? Elke winter komt deze vraag aan bod. En, ik hoef hem zelf niet ter sprake te brengen, dat doen de jongeren wel. Daarbij zal ik altijd woorden zoeken die aansluiten bij wat ik hiervoor schreef over dankbaarheid, vreugde en verantwoordelijkheid. Tegelijk moeten we zonder enige kramp honoreren dat het voor jongeren geen issue is of ze wel of niet lid zullen blijven van één of ander kerkverband. Alle jongeren, en ook ouderen, kijken bij een verhuizing rond bij welke kerk ze zich zullen aansluiten. Het is de realiteit. Het is goed om de jongeren te leren dat ze lid zijn van een gemeente en wat dat betekent, zoals ik hierboven heb uitgelegd.
In zo'n gemeente kun je niet onverschillig zijn en er zomaar uit weglopen. Tegelijk is het geen christelijk, laat staan bijbels gebod om van een bepaalde kerk je leven lang lid te blijven. Het gaat uiteindelijk om Gods Koninkrijk, en dat reikt altijd verder dan de muren van de eigen kerk.
VERTROUWEN
Ik wil afsluiten met het woord vertrouwen. Laten we nuchter en eerlijk blijven naar onze enthousiaste jongeren toe. Laten we vertrouwen uitspreken en uitstralen naar de nieuwe lidmaten. Ongetwijfeld zullen ze sommige dingen anders doen dan wij. Maar als zij zich willen laten leiden door Gods Woord en Geest, moet onze houding er één van vertrouwen zijn dat zij de HEERE zullen liefhebben, daar gaat het om. Met een woordspeling op een gezegde van, naar ik meen, Augustinus mag gezegd worden: heb God lief, en doe zoals je wilt.
F. MAAIJEN
ZOEKTOCHT
In het dagelijkse leven ben ik te vinden op het Lyceum in Goes als gymleraar. Ik ben opgegroeid in een fantastische familie met vijf broers en één kleine zus. Ik ben kerkelijk opgegroeid in de Gereformeerde Gemeenten. Na een zoektocht van een paar jaar heb ik, nu ruim een jaar geleden, de overstap gemaakt naar de hervormde gemeente van Krabbendijke. Het geloof op zich was ook best een zoektocht, waarin periodes zaten dat ik het prima af kon zonder God. Toch was het God Zelf die mij aanspoorde om met Hem verder te gaan. Ik ging meer lezen in de Bijbel, meer bidden en ik praatte over geloven met mensen die daar al een stuk verder in waren. Zo ontdekte ik steeds meer hoe machtig, prachtig en vol liefde de Vader is en wat een verschrikkelijk offer Christus moest brengen voor de dingen die ik verkeerd heb gedaan. Maar dat Hij het deed omdat Hij van ons houdt.
Ik ervaar Gods aanwezigheid in mijn werk, tijdens het lesgeven, in gesprekken met leerlingen collega's of soms wildvreemde mensen. Ik zie de grootheid van God in de natuur. In de belijdenisgroep verdiepen we ons in Wie God voor ons wil zijn. Als een kind moeten we afhankelijk worden van de Vader. Daar wil ik met mijn belijdenis volmondig JA op zeggen!
Rens Jansen, Krabbendijke
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 maart 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 maart 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's