De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

JEROEN BOSCH

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

JEROEN BOSCH

8 minuten leestijd

Ds. G. van Meijeren is hoofd mobiliteitsbureau Predikanten & Kerkelijk Werkers van de Protestantse Kerk.

Bij de grote Jeroen Bosch tentoonstelling bleven de kinderen van de basisschool die voor het schilderij Ecce Homo (zie de Mens) in het Noord- Brabants Museum stonden, haken bij het tweede woord. De toegewijde gids legde geduldig uit dat wij allemaal mens (het Latijnse woord homo) zijn. En daarna vertelde ze heel eenvoudig wie die bijzondere mens Jezus van Nazareth op het schilderij is en wat er allemaal met Hem gebeurde. ‘Kijk maar,’ zei ze, ‘als je let op wat je ziet, ga je het vanzelf ook begrijpen.’

Een schilderij van de lijdende Christus, een middeleeuwse Passion kunnen duiden, heeft met bijbelkennis te maken en een beetje Latijn. Maar hoe zit het met de beeldtaal die de middeleeuwer Jheronimus Bosch gebruikte?

Hebben wij als 21e-eeuwse mensen daar ook een antenne voor? Op de website van de EO stelde de journalist Anton de Wit die vraag aan de orde naar aanleiding van een recente documentaire. In de documentaire wordt de schilder uit Den Bosch een ‘duivelskunstenaar’ genoemd en een ‘bezetene’ vanwege de monsterlijke figuren die hij schilderde. De Wit vraagt zich af of dit beeld wel klopt.

EO.NL

Er zijn bibliotheken volgeschreven over Bosch' leven en werk, maar slechts over één ding zijn alle deskundigen het eens: namelijk over het feit dat we er bar weinig over weten. We weten niet veel over de man, en we weten misschien nog wel minder over wat hij met zijn groteske schilderijen bedoelde. Zeker, we herkennen religieuze motieven, Bijbelse taferelen, heiligenlevens, allegorieën. Maar een groot deel van onze kennis van de symbolentaal die Bosch hanteert is compleet verloren gegaan. Hoe kan dat? Het ligt voor de hand te wijzen op wat er direct ná de dood van Jheronimus Bosch gebeurde. Dit jaar gedenken we zijn vijfhonderdste sterfdag, volgend jaar herdenken we de vijfhonderdste verjaardag van de Reformatie. De beeldenstorm barstte in de decennia na Bosch' dood in alle hevigheid los. Talloze beelden, schilderijen, wandschilderingen, tapijten, glas-inloodtaferelen, enzovoort, werden vertrapt, verbrand, aan gruzelementen geslagen. De immense rijkdom van de middeleeuwse religieuze beeldtaal werd dus heel fysiek afgebroken.

Maar meer nog: we gingen vanaf toen op een heel andere manier kijken en denken. Het was ook de tijd van de opkomst van de natuurwetenschappen, van het rationalisme, het Verlichtingsdenken. De moderne mens leerde denken in keurige hokjes, lijnrechte schema's, heldere categorieën. Alles wat daar niet aan beantwoordt, alles wat grilliger is, langs kronkellijnen loopt, is vreemd, raar, exotisch, barbaars. Of met religieuze termen gezegd: duivels, demonisch. Zie hier, het nauwe denkkader waarmee wij moderne mensen naar Jeroen Bosch kijken (en trouwens sowieso naar dat prachtige, kleurrijke tijdvak van de middeleeuwen).

De Wit ziet deze benadering terug in de documentaire waarin een team van deskundigen voorbereidingen treft voor de grote Jeroen Bosch tentoonstelling.

We zien hen letterlijk met de neus bovenop de werken zitten, de jaarringen tellen van het hout van de panelen om de precieze leeftijd vast te stellen, met infrarood-apparatuur zeer minutieus de verschillende lagen analyseren, enzovoort. Maar gevraagd naar de diepere betekenis van de werken kan niemand nog maar het begin van een antwoord geven – op wat algemene schematische kreten na over deugden en zonden, goed en kwaad. Hoe dicht deze deskundigen ook op de huid kruipen van Bosch, ze zien hem niet. Niet echt. Daarvoor moeten we toch een stapje terugzetten. Terug achter het koord. Staar je niet blind op technische details, beteugel je neiging om te interpreteren en categoriseren. Wat zie je? Ja, één ding zagen de deskundigen in de documentaire wél heel goed: Bosch moet geweldig veel plezier in zijn werk hebben gehad. Maar wat is dat voor plezier? Ik zie op de eerste plaats loutere scheppingsvreugde – als dat van God, of als dat van een kind; maar dat zou weleens uit dezelfde bron kunnen komen. (…)

Zo'n fantasieloze moderne geest zal ons in de weg staan als we Jheronimus Bosch willen zien. Wie in de lange rij voor het Noord-Brabants Museum wil aanschuiven, moet zich niet alleen vanwege de drukte oefenen in onthechting en onbevangenheid. Slechts door de ogen van een gelovige, door de ogen van een kind, zien wij de echte Jheronimus Bosch.

NEDERLANDS DAGBLAD

Ook prof.dr. G. Harinck – kenner van het Nederlandse protestantisme – reisde af naar Den Bosch. In zijn column in het Nederlands Dagblad beschrijft hij zelf niet echt in Bosch geïnteresseerd te zijn ? hij ging (moest?) mee met zijn echtgenote ? maar meer in de reacties van de toeschouwers.

Wat zouden al die andere bezoekers van Bosch vinden? Ik had tijd genoeg om daarover te mijmeren, want zo veel schilderijen hangen er niet op de tentoonstelling; de kleine priegeltekeningetjes sloeg ik over. En er waren mensen genoeg om te observeren. (…) Ze toonden flinke belangstelling voor allerlei miniatuurvoorstellingen en figuurtjes op Bosch' goed gevulde schilderijen. Het kostte meer dan een halve minuut om dat allemaal te zien en de stroom bezoekers klonterde dan ook samen rondom zo'n schilderij. Het Noord- Brabants Museum heeft die tuurbehoefte goed aangevoeld en projecteert op verschillende plaatsen die miniaturen ook in het groot op de wand.

Veel van Bosch' schilderijen vormen een kritiek op de wijze waarop mensen hun bestaan leiden. Ze leven de afgrond tegemoet. De taferelen zijn hels. Mensen worden gemarteld en uiteengereten en Bosch heeft de vreemdste machines bedacht om al dat kwaad uit te voeren. Het lijkt of het publiek niet beseft hoe erg het is wat Bosch allemaal schildert. Ze genieten van zijn talent, maar wat hij afbeeldt wekt alleen informatieve belangstelling: hoe werkt dat martelmachientje dan? Wat was er nieuw aan zijn schilderkunst? Maar ik heb niemand bedrukt de zaal zien verlaten, zoals ik toch vaak heb gezien bij tentoonstellingen over de hel van de twintigste eeuw, de Holocaust. Misschien heeft die hel elk beeld van de hel van voor 1933 doen verbleken en kunnen daarom jong en oud onbekommerd naar een van Bosch' dreigende doeken kijken. Zijn hel is in Den Bosch vooral een curiositeit.

Ik moest op de tentoonstelling denken aan de man die wel degelijk getroffen was door wat Bosch schilderde en zelfs minstens zulke sombere gedachten koesterde over de wereld als de schilder uitbeeldde: de Spaanse koning Philips II. Hij was een groot liefhebber van Bosch en had onder andere de Hooiwagen- triptiek en de Tuin der Lusten in zijn bezit. De Zeven Hoofdzonden van Bosch of El Bosco hing zelfs in zijn slaapkamer. Zijn geest spoorde met Bosch' taferelen. Hij liet zijn Escorialpaleis bouwen in een woeste streek, met vrijwel blinde muren. Hij leefde er als een monnik en zag af van aardse geneugten. Maar hij was voor geen van de door Bosch afgebeelde wreedheden teruggedeinsd om de invloed van de ketterij in de Nederlanden te breken. De wereld zag er voor hem uit zoals Bosch die schilderde: een inferno, wreed en verwrongen, omdat de mens niet gehoorzaam was aan de kerk en haar leer. Zijn sobere en strikte leven leek de enige juiste houding bij zo'n sombere levensvisie. Philips kocht Bosch omdat hij zich in diens kijk op de wereld herkende.

In Den Bosch is die herkenning er bij de bezoekers niet, voor zover ik kan zien. Er zit misschien te veel eelt op de ziel om voor Bosch' boodschap ontvankelijk te zijn. In het einde van de wereld geloven, dat doen we niet meer.

Deze column lezend wens je dr. Harinck iets van de kinderlijke onbevangenheid toe die De Wit aanbeveelt. Aan de andere kant legt ook hij de vinger bij ons verstaan van een schilderij of van een (bijbel)tekst. Die wordt kennelijk sterk bepaald door onze tijd en plaats. Maar zetten ook wij zo het gesprek met Jeroen Bosch niet voort?

CONFESSIONEEL

Ds. W.M. de Bruin uit Stolwijk gaat daarop in als hij mediteert over een schilderij dat nu ‘De Marskramer’ heet maar waar hij altijd de ‘verloren zoon’ in heeft gezien.

Behalve de oorspronkelijke intentie van een schilderij (..) bestaat er ook zoiets als de ‘Wirkungsgeschichte’ van een kunstwerk: de manier waarop het ‘doorwerkt’ in wat mensen zien en waardoor ze zich aangesproken weten. Daarin speelt het eigen tijdsbeeld een grote rol. (…) Hoe het ook zij, vaststaat dat generaties mensen in het hier besproken schilderij ‘de verloren zoon’ hebben herkend. Hebben ze ook zichzelf herkend? Mensen zoals wij zijn en blijven? Tussen verleiding en verlangen? (…) Het is allemaal niet zo vroom. Jezus kent zijn pappenheimers. En gelukkig staat in de gelijkenis straks iemand op de uitkijk!

Het gesprek met de schilderijen van Jeroen Bosch gaat door. Zijn schilderijen zijn het omrijden waard.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 maart 2016

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

JEROEN BOSCH

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 maart 2016

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's