GELOVEN OP HET WOORD
Volgelingen van Jezus doen hetzelfde als de moderne mens
Het lijkt wel alsof de tegenstanders van Jezus meer geloof hechten aan Jezus' woorden dan Zijn discipelen. De Farizeeërs en overpriesters vragen om een wacht bij het graf, maar de discipelen en de vrouwen kunnen hun oren nauwelijks geloven.
Ds. M.C. Schreur is predikant van de hervormde gemeente van Harskamp.
‘Meekomen, naar het rechthuis van Pilatus! Nader onderzoek heeft uitgewezen dat u bij de vriendengroep hoort van die Jezus van Nazareth, Die de Koning van de Joden wordt genoemd. Om mogelijk verder oproer te voorkomen, zult u aan het einde van deze week op dezelfde manier ter dood veroordeeld worden.’ Ruw stormen soldaten de schuilplaats binnen van de angstige discipelen.
Als dat toch zou gebeuren, dan hoor ik Thomas in gedachten al zeggen tegen zijn mede-discipelen: ‘Wat zei ik jullie? Jezus is niet opgestaan. Het hele verhaal over die opstanding is allemaal verzonnen. Die vrouwen ook met hun emoties en waanideeën. Dit zal het einde zijn! Wij zullen met Hem sterven, dat heb ik jullie al eerder gezegd.’
ONVERSTANDIGEN
Laten wij ons maar niet al te zeer verheffen boven deze angstige en ongelovige discipelen. Niet om hun ongeloof te relativeren, maar omdat wij onder dezelfde categorie mensen vallen wiens harten door Jezus zijn gekenschetst in Markus 7:21 en 22. Daar zegt de Heere Jezus: ‘Want van binnenuit, uit het hart van de mensen, komen voort kwade gedachten, overspelen, hoererijen, doodslagen, dieverijen, gierigheden, boosheden, bedrog, ontuchtigheid, een boos oog, lastering, hovaardij, onverstand.’
Let vooral ? naast al die andere twaalf gruwelen ? op die laatste: ‘onverstand’. Het woord dat daar staat, betekent: gebrek aan inzicht, aan verstand. Vandaar dat de Heere Jezus tegen de Emmaüsgangers zegt: ‘O onverstandigen…’ (Luk.24:25). Het woord dat daar staat is een ander grondwoord, maar heeft er alles mee te maken. Het is hetzelfde woord dat later door Paulus wordt gebruikt in Galaten 3:1 als hij zegt: ‘O, gij uitzinnige Galaten, wie heeft u betoverd!’
Later schrijft Markus dat de Heere Jezus hen de ongelovigheid en hardheid van hun hart verwijt. We zijn dus mensen die nogal hard van hart zijn en boordevol ongeloof zitten ten aanzien van God en Zijn Woord. We zullen ons dus maar niet verheffen. Laten we ons buigen onder Zijn Woord en Zijn openbaring.
Laten we ons buigen onder Zijn Woord en Zijn openbaring
NATUURWETTEN
Tot drie keer toe heeft de Heere Jezus het gezegd dat Hij zou opstaan. In Mattheüs 16:21, in Mattheüs 17:23 en in Mattheüs 20:19. De sleutel voor dit ongeloof ligt in de woorden die de Heere Jezus spreekt tot Petrus in Mattheüs 16:23: ‘Gij verzint niet de dingen die Gods zijn, maar die der mensen zijn.’
Dat is nu het hele probleem. God spreekt wel, maar er zit iets in ons binnenste dat de doorgang van dat woord blokkeert: onze verzinsels, onze menselijke overwegingen.
Waarom geloven we niet in wonderen? Omdat ze tegen de wetten ingaan die God instelde? Maar is die God dan niet geheel vrij om Zijn eigen wetten (en dus ook natuurwetten) tijdelijk op te heffen? Waarom kan de Heere Jezus niet op water lopen? Omdat Hij dan door het water zakt? Waarom zou dat met Hem gebeuren? Als Hij nu wil dat op dat moment de hemel harder trekt dan de aarde, dan wint de hemelkracht het van de zwaartekracht!
SCHOKKEND
Wat is het ontzettend onverstandig om niet te geloven dat de almachtige Schepper op Zijn wil en op Zijn (heils)tijd heerschappij kan uitoefenen over de natuurwetten! En die macht betreft alle gebieden inclusief de schepping. Het is schokkend en destructief als we de toevlucht nemen tot theorieën die factoren als tijd en toeval stellen als ‘scheppers’ boven de waarlijk scheppende macht van God. Daarbij blijft de grote vraag naar de oorsprong van alles immers onbeantwoord. In 2 Korinthe 4:6 staat: ‘Want God, Die gezegd heeft, dat het licht uit de duisternis zou schijnen, is Degene, Die in onze harten geschenen heeft, om te geven verlichting der kennis der heerlijkheid Gods in het aangezicht van Jezus Christus.’
ONGELOOF
Wat heeft dit te maken met het ongeloof van de discipelen? Alles. De volgelingen van Jezus doen namelijk exact hetzelfde als de moderne mens (die in feite net zo antiek is). Er is weinig veranderd sinds Genesis 3.
De mens onderwierp de woorden van God aan die van de slang: ‘U zult de dood niet sterven.’ De aanblik van de verboden vrucht en Eva's gedachte en idee dat die vrucht ‘verstandig’ zou maken, maakten dat zij Gods Woord verlieten. Met andere woorden: ongeloof is je eigen verzinsels en gedachten stellen boven de woorden van God. Logica, natuurwetten en wetenschap en eigen ervaringen lijken dit te ondersteunen. Het geloof is echter ‘een vaste grond der dingen, die men hoopt, en een bewijs der zaken, die men niet ziet.’ (Hebr.11:1) Als we niet meer vasthouden aan deze definitie van geloven, houdt alles op.
PROFETIEëN
Wanneer de Heere Jezus Zich bij de Emmaüsgangers voegt, is het zo indrukwekkend dat Hij in majesteitelijke nederigheid het Woord gebruikt en niet Zijn eigen verschijning om hen te tonen dat de Messias moest lijden en sterven aan de hand van Mozes en de profeten (Luk.24:27). Zo heeft de Heere Jezus Zich gehuld in het Woord van Zijn Vader en heeft Hij langzaam maar zeker de ene sluier na de andere weggehaald.
Hij zal ongetwijfeld de tekst genoemd hebben van de moederbelofte (Gen.3:15), gesproken hebben over de beloften aan Abraham (Gen.22:18), over Grote Verzoendag (Lev.16), de koperen slang (Num.21), de belofte van de grote Profeet (Deut.18:15) en wellicht de voorzegging door Bileam hebben genoemd (Num.24:17); de verbroken rots (Num.20:11) als voorbode van de Rots (zie 1 Kor. 10:4), het Kind waarover gesproken wordt in Jesaja (Jes.7:14 en 9:6), de Goede Herder (Jes.40: 10,11, Ez.34:23).
Hij zal ze gewezen hebben op de lijdende Messias (Jes.50:6 en 53) en op de beloofde komende en overwinnende Koning (Jer.23:5; 33:14 en 15; Micha 5:20). Maar ook gesproken hebben over de zachtmoedige Koning van Zacharia (Zach.9:9) en de doorstoken en geslagen Messias (Zach.12:10) en uiteindelijk de Zon der Gerechtigheid (Mal.4:2).
OVERWINNAAR
Hij zou niet alleen lijden en sterven, maar ook de overwinnaar zijn over de dood (Ps.16:10), Degene die zou regeren aan de rechterhand van God (Ps. 110).
De dood zal niet het laatste woord hebben, zoals Jesaja al heeft geprofeteerd (Jes.25:8; Hos.13:14). Daar verwijst Paulus naar wanneer hij schrijft: ‘Dood, waar is uw prikkel? Graf, waar is uw overwinning?’ (1 Kor.15:55)
Dit is ook de troost van Job. Hij roept het uit op de puinhoop: ‘Ik weet: mijn Verlosser leeft, en Hij zal de laatste over het stof opstaan. En als zij (de maden) na mijn huid dit doorknaagd zullen hebben, zal ik uit mijn vlees God aanschouwen. Denwelke ik voor mij aanschouwen zal, en mijn ogen zien zullen; en niet een vreemde…’ (Job 19:25-27)
HOREN
Is dit Paasevangelie tegen dovemans oren gezegd, of tegen duivelsoren? De satan leek het goed gehoord te hebben en wilde alsnog de overwinningsroep in de kiem smoren door de leugen te verbreiden (Matth.28:15).
Laten we horen met doorboorde oren, als slaven en slavinnen die vastgenageld zijn aan de poort van Gods huis. Laten we bidden: Heere Jezus, open ook onze ogen, open ons verstand, opdat we Uw woorden ter harte zullen nemen, ook ten aanzien van het einde der tijden, ‘Zie Ik heb het u voorzegd.’ (Matth.24:25)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 maart 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 maart 2016
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's